Vakantie op het Kruininger Gors

Willy Hilverda

Vlak na de oorlog gaan de ouders van Fred Heistek (1946), die wonen in een arbeiderswijk in Schiedam, op zoek naar een plek waar hun twee zoontjes de natuur kunnen leren kennen. Net als vele anderen hebben ze in de jaren dertig al gekampeerd op het strand en in de duinen van Kijkduin en Hoek van Holland. Tijdens de oorlog verbieden de Duitsers kamperen aan een groot deel van de kust, maar zodra het weer kan trekken stadsbewoners op zomerse vrije dagen richting de zee.

Het Kruininger Gors

De keus van de ouders van Fred Heistek valt op het Kruininger Gors bij Oostvoorne. Fred Heistek: “Ze waren ook gaan kijken bij Hoek van Holland, maar vonden die camping te kaal. Het Kruininger Gors was veel groener.”

In de polder het Kruininger Gors op Voorne-Putten wordt al vanaf 1926 gekampeerd op het strand en de duinen aan de Brielse Maas. Als het Hoogheemraadschap dit verbiedt, zetten de kampeerders hun tentjes achter de duinen op bij tuinders. De eerste oorlogsjaren is kamperen hier nog mogelijk, maar in 1943 wordt het Kruininger Gors Sperrgebiet. Na de oorlog moeten eerst bunkers worden afgebroken en mijnen opgeruimd voor het terrein weer geschikt is voor recreatie.

De eerste jaren heeft het gezin Heistek een tenthuisje, met een houten vloer en een houten wand van één meter hoog. Een hogere houten wand is verboden, een tenthuisje mag geen permanente verblijfplaats worden. Pasen is het begin van het seizoen, dan worden de tenthuisjes opgebouwd. Na de zomervakantie worden ze afgebroken en opgeslagen in de schuur van een boer of tuinder.

Foto: Tenten op het Kruininger Gors, ca. 1935 (Collectie Streekarchief Voorne-Putten)

Een goed geoutilleerd kampeercentrum

In 1946 is de toeloop naar het Kruininger Gors al zo groot dat de gemeente Oostvoorne zich zorgen maakt en maatregelen neemt. Het Vrije Volk schrijft op 23 mei dat het een goed geoutilleerd recreatieoord moet worden dat onder verantwoordelijke leiding staat en “dat een aantal door struikgewas en bomen van elkaar gescheiden terreinen voor tenten en kampeerhuisjes, sportvelden en bossen zal omvatten.”

Op 1 februari 1948 wordt het Kruininger Gors een gemeentelijk kampeerterrein. Omdat het recreatiecentrum een maatje te groot is voor de gemeente Oostvoorne én omdat er vooral Rotterdammers op het terrein recreëren, wordt ook de gemeente Rotterdam eigenaar.

Slapen op stro

Nu het recreatiecentrum officieel is, zijn permanente houten huisjes toegestaan. Omdat de vader van Fred Heistek timmerman is, is het bouwen van een huisje voor hem geen probleem. Hij kan de hand leggen op een partij houten planken die afkomstig zijn van de kisten waarmee hulpgoederen van het Marshallplan vanuit de VS naar de Rotterdamse haven werden verzonden. Ook de tafels en stoelen timmert hij zelf. Geslapen wordt op matrassen gevuld met stro. Fred Heistek: “In het centrum van het park stond een boerderij. De boer zorgde ervoor dat rond de paasdagen zijn schuur vol lag met stro. Wij liepen dan met een tijk naar zijn boerderij die we voor een paar dubbeltjes met schoon stro konden vullen.”

Het huisje is gebouwd, 1948 (Collectie Fred Heistek)

Forensenkampeerders

Forensenkampeerders worden ze genoemd, de stedelingen die in in de weekenden en vakanties naar hun huisje aan de kust trekken. Het gezin Heistek stapt iedere zaterdag om half twaalf - na schooltijd - op de fiets en rijdt via Vlaardingen naar Maassluis. Daar nemen ze de veerpont naar Rozenburg en vervolgens de kabelpont naar Brielle. Onder de snelbinders heeft iedereen een deken, want er is geen geld om extra dekens te kopen voor Oostvoorne. Als de prijs van de pontjes te begrotelijk is, fietsen ze via de Maastunnel. Zodra ze het zich kunnen veroorloven kopen vader en moeder Heistek een Solex.

Ook kunnen de forensenkampeerders de stoomtram van de RTM nemen die van Rotterdam-Zuid via Oostvoorne naar Hellevoetsluis rijdt. In de zomermaanden hebben de trams grote bagageruimten “ten gerieve van kampeerders en de andere zomergasten.” De RTM biedt zelfs een korting aan aan de forensen die hun kampeervergunning kunnen laten zien.

Als in de jaren zestig steeds meer mensen zich een auto kunnen veroorloven, schaft ook het gezin Heistek een auto aan, een tweedehands Volkswagen kever. Het recreatiecentrum ziet zich genoodzaakt parkeerterreinen aan te leggen. Fred Heistek: “Mijn vader vond een andere oplossing. De tuinder achter ons had een eigen terrein waar mijn vader zijn auto mocht parkeren. Je betaalde hem hetzelfde bedrag als aan het recreatiecentrum. Je was dan zo bij je huisje.”

De grootouders van Fred Heistek zijn met de RTM in Oostvoorne aangekomen voor een paar dagen logeren, 1960 (Collectie Fred Heistek)

Waterboot

De voorzieningen zijn karig in de naoorlogse jaren. Op het recreatiecentrum staan een aantal waterpompen waarmee grondwater wordt opgepompt. Begin jaren vijftig legt de gemeente Rotterdam een waterleidingnet aan op het terrein. Op de veldjes worden centrale kranen geplaatst waar de kampeerders water kunnen tappen. De leidingen zijn aangesloten op een waterreservoir in de duinen dat dagelijks wordt bijgevuld door een tankschip met water uit Rotterdam. In 1955 is de aansluiting op de Rotterdamse waterleiding klaar en zijn de waterboten niet meer nodig.

Fred Heistek: “Het kamp had in die jaren op meerdere plekken centrale toiletten: een aantal hokjes naast elkaar met een stenen toiletpot. De wc-bril nam je zelf mee. Wij hadden wel een toilet, dat vond mijn vader prettiger. Als je was geweest ging er een emmer water overheen en dan kwam het in de zinkput die naast het huisje was gegraven.”

Aanvankelijk wordt er gekookt op een petroleumstel, maar al vrij snel gaan de recreanten over op butagas of propaangas. Dat gas wordt ook gebruikt voor de verlichting in het huisje. Fred Heistek: “Mijn vader had op een gegeven moment een grote accu van twaalf volt. Hij had allemaal kleine lampjes gemaakt en zo hadden we op onze manier elektriciteit.”

Boodschappen worden gedaan bij de winkeltjes op het centrale plein, dependances van winkels in Oostvoorne. Ook kopen de kampeerders groenten en fruit bij de boeren en tuinders in de polder. Fred Heistek: “Achter ons terrein zat een tuinder die kippen had. Hij verkocht eieren en je kon een kip bij hem kopen. ’s Zomers verkocht hij meloenen en bloemkolen. Een andere tuinder kweekte perziken.”

Achter ons terrein zat een tuinder die kippen had. Hij verkocht eieren en je kon een kip bij hem kopen. ’s Zomers verkocht hij meloenen en bloemkolen.

Op woensdagavond kwamen de mannen

De grootouders en een oom en tante van Fred Heistek hebben ook een huisje op het recreatiecentrum. Fred Heistek: “Mijn grootouders hadden een huisje tegenover ons. Mijn grootvader was een arbeider, hij werkte in de bouw en kwam ’s avonds na zijn werk altijd naar Oostvoorne. Hij zat het liefst de hele dag op de post van de EHBO. Pleisters plakken, een splinter verwijderen, het was zijn lust en zijn leven. Tijdens de vakanties is het kamp doordeweeks gevuld met moeders en kinderen. Fred Heistek: "’s Avonds kwamen de mannen, vanaf hun werk in Rotterdam. Als dat teveel was, kwamen ze in ieder geval op de woensdagavond. Ook mijn vader pakte een tijdlang op woensdagavond zijn brommertje om naar het Gors te rijden. Dan moest hij de volgende ochtend weer vroeg weg om op tijd op zijn werk te zijn.”

Het huisje van de grootouders van Fred Heistek, 1948 (Collectie Fred Heistek)

Verkocht

Het recreatiecentrum is een paradijs voor kinderen. Fred Heistek: “Mijn broer is tijdens de oorlog geboren en ik ben van de na-oorlogse geboortegolf. Er waren altijd heel veel kinderen om mee te spelen en er werd van alles voor ons georganiseerd. Mijn ouders  namen ons mee naar de Oostvoornse duinen, het Quackjeswater en de Tenellaplas en vertelden ons over de natuur.”

Als hij op de middelbare school zit, gaat hij nog steeds graag naar Kruininger Gors. “Dan gingen we met leeftijdsgenoten naar Oostvoorne of Brielle.” Tot hij verkering krijgt, dan veranderen zijn interesses.

Vaak gaan de huisjes over van ouders op kinderen en kleinkinderen, maar de ouders van Fred Heistek verkopen het zonder overleg met hun zonen. “In de tweede helft van de jaren negentig kregen we ineens te horen: het is verkocht. Ik had geen belangstelling, maar mijn broer vond het erg jammer. Mijn ouders hebben het huisje meer dan vijftig jaar gehad en ze hebben er ontzettend veel plezier aan beleefd.”

Meer lezen over kamperen?

Lees dan dit verhaal over Recreatieoord Hoek van Holland, één van de oudste kampeerterreinen van ons land!

Heb jij een verhaal over de Zuid-Hollandse geschiedenis?

Welk verhaal mag volgens jou niet ontbreken op deze website? Deel je verhaal of tip met de redactie! Lees de voorwaarden en tips voor het schrijven van een verhaal.

Over de auteur

Willy Hilverda is freelance tekstschrijver, schrijfdocent en theatermaker.

0 reacties

Plaats een reactie

Verzenden
Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website maakt gebruik van geanonimiseerde cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren en voor de analyse van onze website. Deze cookies kun je niet uitzetten. Bij het tonen en afspelen van YouTube video's worden cookies van derden geplaatst. Deze cookies van derden kun je wel uitzetten. Klik op "Akkoord" als je akkoord gaat met dit gebruik van cookies, klik op "Aanpassen" voor meer informatie en om zelf te bepalen welke cookies deze website plaatst.

Deze website maakt gebruik van geanonimiseerde cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren en voor de analyse van onze website. Deze cookies kun je niet uitzetten. Bij het tonen en afspelen van YouTube video's worden cookies van derden geplaatst. Deze cookies van derden kun je wel uitzetten. Klik op "Akkoord" als je akkoord gaat met dit gebruik van cookies, klik op "Aanpassen" voor meer informatie en om zelf te bepalen welke cookies deze website plaatst.