Naar overzicht

Wij beleefden de bevrijding in Duitsland

Jan Daan Hillen

Arie den Hartog (’s-Gravendeel, 1923) kon na de lagere school kiezen: naar de mulo of een ambachtsschool. Hij wilde een vak leren en ging vijf avonden per week na zijn werk naar de Machinistenschool in Dordt, drie jaar lang. Huiswerk deed hij op zaterdag. In de winter voer de pont soms wekenlang niet, wegens ijsgang. Dan kon hij dus niet naar school. Hij deed een extra jaar om de gemiste lessen in te halen, werkte inmiddels in een Dordtse machinefabriek en zou in mei 1942 examen doen, maar de Arbeitseinsatz gooide roet in het eten. Hij beleefde de bevrijding in Duitsland.

'Op 18 mei 1942 kreeg ik de oproep voor de medische keuring op de dag erna. We stonden met zijn honderden in de rij voor een onderzoek dat geen moer voorstelde. Wie twee armen en twee benen had en aan elke kant een oor, was goedgekeurd. De Arbeidseinsatz was een nieuwe Duitse maatregel om het personeelstekort in de Duitse bedrijven op te vangen. Nederlandse bedrijven kregen opdracht een aantal werknemers te leveren. Zij stelden de lijst samen, de arbeidsbureaus zorgden voor de rest, de spoorwegen voor de reis. Op 20 mei meldde ik me met mijn groepje van vier bij het Arbeidsbureau in Oud-Beijerland. Daar lagen de ingevulde arbeidscontracten al klaar. De vader van een van ons was meegegaan, want hij had vakbondervaring. "Dat contract wil ik eerst laten nakijken", zei hij, maar vakbonden waren verboden, dus dat ging moeilijk. Een vriend met juridische kennis raadde ons aan om maar te tekenen. Hij vertelde ons waar we in Duitsland op moesten letten.

Op 29 mei stapten we in Dordrecht op de trein, één van de 632 treinen met dwangarbeiders die uit Nederland vertrokken. In totaal zijn er in deze periode 360.000 arbeiders naar Duitsland vervoerd. Ik kwam terecht bij Kogellagerfabriek Georg Schäfer in Schweinfurt, waar toen tienduizend mensen werkten. De baas was een persoonlijke vriend van Hitler en dat kon je merken ook.'

Het bed bepaalt hoe je ligt

'Er was niks voor ons geregeld. Ze hadden ons nog niet verwacht – we zouden pas in augustus komen. De Nederlandse autoriteiten liepen harder dan de Duitse. We sliepen met honderdvijftig man in een inderhaast ontruimde sporthal, op zakken met houtwol. Na één nacht is van die vulling niets over en lig je feitelijk op de harde ondergrond; het bed bepaalt hoe je ligt. De werkweek was lang, eerst 58 uur, later 62 en 68 uur. De sfeer onderling was redelijk goed, mede door de vele nationaliteiten. Het eten was niet slecht, maar de gezaghebbers in de fabriek konden echt klootzakken zijn.

Na de bombardementen van augustus 1943 verdeelden ze ons over twintig verschillende locaties, om de productie in stand te kunnen houden. Wij gingen naar Erlangen, boven Neurenberg. Daar lagen we in goed geïsoleerde barakken, met een toilet en wasgelegenheid. Maar onze baas moest daar dik voor betalen, dus zette hij zelf goedkopere, enkelwandige barakken neer. De muren zaten vol kieren, dus de ventilatie was goed geregeld. Bij de barakken waren loopgraven om in te schuilen. Als er een bom viel, flapperden je broekspijpen van de luchtdruk.

Er was een aparte barak met toiletten, maar die was onverwarmd en 's winters dus niet te gebruiken. We wasten ons dan bij een waslokaal in de fabriek. Wij wisten dat Duitsland de oorlog zou gaan verliezen en veel Duitse collega's wisten dat ook. We schreven brieven naar huis, maar na de bombardementen bij Arnhem in september 1944 was er geen postverkeer meer.

Ik had in die fabriek een Russische vriendin. Ze had kinderarts willen worden, maar moest werken aan het front in plaats van naar de universiteit, en daarna als dwangarbeider naar Duitsland. Contact was verboden, maar ik ben toch met haar getrouwd! We zijn 62 jaar erg gelukkig geweest met elkaar.'

Op 16 mei 1942 ontving Arie den Hartog van het Gewestelijk Arbeidsbureau een oproep om zich op 19 mei medisch te laten keuren met het oog op uitzending naar Duitsland. (Collectie A. den Hartog)

Gevoel van vrijheid

'Vanaf half april 1945 sliepen we buiten, vanwege de beschietingen. Op 16 april werden we bevrijd door het Amerikaanse Zevende Leger van generaal Patch. Opeens hingen er Franse vlaggen en stonden er Duitse soldaten met hun handen omhoog, met honderden mannen eromheen. Je hoefde niet meer te werken, kon doen en laten wat je wilde. We waren vrij! Dat gevoel hadden we jarenlang niet meegemaakt.

Op 23 april reden er auto´s door de stad met luidsprekers: "Heb geduld. Alle buitenlandse werknemers uit het westen gaan met een auto naar Wiesbaden en dan met het vliegtuig naar huis." Maar in plaats van naar Wiesbaden reden ze ons naar Bamberg. Daar zouden we overnachten in kazernes en anderen zouden ons dan verder brengen. De volgende ochtend gingen wij dus onze kamers uit, die meteen in gebruik werden genomen door nieuwe groepen. We hebben toen vijf dagen buiten op het kazerneplein zitten wachten.

Op zondag 29 april gingen we naar Würzburg. We kregen noodrantsoenen en werden ondergebracht in een fabriek zonder dak. Toen naar Mainz. Op 1 mei vertrokken we in groepen van veertig man naar het station en stapten we in een goederenwagon voor een reis die meer dan veertig uur zou duren. Aan de Franse grens kregen we Rode Kruis-pakketten die we met z’n zessen moesten delen. Leuk bedoeld, maar we konden er niet veel mee.

Op 3 mei door naar Luxemburg, waar we ons met zijn honderden op het station wasten, en vervolgens naar Arlon, de Belgische grens. Daar kregen we koffie en zelfs wat zakgeld voor een ijsje. De Belgen bleven achter, de rest ging per trein door naar Godinne, een dorpje langs de Maas met grote villa's, die tijdens het Ardennenoffensief gebruikt waren als hospitaal. We kwamen er vrijdagavond aan en moesten tot dinsdag wachten op verder vervoer. Er werd uitstekend voor ons gezorgd, we kregen brood, worst en kaas. Op 8 mei liep een vrouwtje aan de overkant van de rivier te roepen: "Monsieur! La guerre finie! La guerre finie!" Ik zie haar nog voor me.'

Monsieur! La guerre finie! La guerre finie!

NSB zeker?

'Bij Schaerbeek zagen we de vliegtuigen van de voedseldroppings overkomen, een emotioneel moment. Eindelijk kwamen we in Nederland; aan het eind van de middag waren we in Roosendaal. Ik wilde meteen naar huis, maar dat mocht niet. We moesten naar Oudenbosch. Het station daar was afgezet met prikkeldraad en er liepen mannen, sommigen met hondenzweepjes. We werden overgebracht naar een klooster, waar we onze pas moesten inleveren bij mensen van de Binnenlandse Strijdkrachten. Die waren daar om de orde te handhaven – wij hadden de naam van een stel vagebonden. Ze waren heel fanatiek. Ze liepen er alleen maar te zijn, want er hoefde helemaal geen orde bewaard te worden.

Toen ze zagen dat ik drie jaar in Duitsland was geweest, zeiden ze vals: "NSB zeker." Sommigen van ons werden met de nek aangekeken omdat ze een Duitse jas aan hadden. "Schaam je je niet, met zo'n jas aan?" Wij hadden drie jaar in lekke barakken geleefd en bezaten niets meer. Wat doe je dan, als je het koud hebt en je ziet ergens een oude jas liggen? Die trek je aan!

Ook de bewoners van het klooster waren onvriendelijk: "Jullie moeten vanavond weer weg, want morgen is het Hemelvaart en dat is een heilige dag voor ons". Wij vroegen of we nog wat te eten kregen, het was een uur of acht. Daar hadden ze niet op gerekend. Iets te drinken dan? Ze keken me vies aan en brachten een zinken teil met water en twee bekertjes. Een schril contrast met de ontvangst in Frankrijk en België.'

De honderdduizenden Nederlandse mannen die in Duitsland moesten werken, kwamen in heel verschillende omstandigheden terecht, van tamelijk comfortabel tot ronduit miserabel. Dit barakkenkamp in een Duitse stad, niet ver van een fabriek, was speciaal voor buitenlandse arbeiders gebouwd. (Beeldbank WO2 NIOD)

Wel blij, niet feestelijk

'Op 10 mei 1945, een dag na mijn verjaardag, kwam ik aan bij het repatriëringscentrum in Breda. "Alles is hier vol, ga maar naar Roosendaal, je kunt hier niet blijven." Maar ik wilde naar huis! Een vrouw op het station zei dat ik wel een paar dagen bij haar kon blijven. Zij waren al een half jaar vrij. Ze had een houten schuur in de tuin met een divan, waar ik mocht slapen. De volgende ochtend kreeg ik boterhammen. Ik was na drie weken het wachten op bonnen en stempels helemaal beu en besloot naar Dordt te gaan lopen, maar dat mocht nog steeds niet. In het Bredase Wilhelminapark kwam ik een jongetje tegen. "Ik ga morgen naar Rotterdam, om mijn tante te zien", zei hij. Hij mocht dus wél en ik, na drie jaar Duitsland, niet. Wat was ik kwaad!

Mijn vriendin was ook in Breda aangekomen en samen begonnen we te lopen. Een militaire auto stopte. "Jullie willen zeker naar de overkant? Klim er maar in, maar kijk uit waar je je voet zet, want er liggen nog meer mensen verstopt. Bij het Hollands Diep moet je stil zijn, maar de Belgische militaire politie werkt mee." Ze brachten ons naar Dordt en 's avonds liepen we door naar ’s-Gravendeel. Ik was op vrijdag 29 mei 1942 vertrokken en op vrijdag 1 juni 1945 weer thuis. Mijn familie was heel blij me weer te zien. Er hing een feestelijke stemming, maar er was geen feest in het dorp. Er was niks. Mijn vriendin en ik hadden het bevrijdingsgevoel al in Duitsland gehad.'

De wereld veranderen

'Ik moest me weer melden bij het Arbeidsbureau, bij dezelfde rotvent die mij drie jaar eerder dat contract had laten tekenen. Dat werd geen prettig gesprek. Ik moest terug naar mijn oude fabriek, tegen hetzelfde loon als in 1942, 18 cent per uur. De bedrijfsleider zei: "Je bent drie jaar weg geweest, ik kan je vorderingen op technisch gebied niet beoordelen." Ik kreeg een sneer dat ik wel erg makkelijk voor de Arbeitseinsatz had getekend.

Het Comité van Nationale Eenheid wilde in 1945 dat de repatrianten uit Duitsland werden ondergebracht in heropvoedingskampen. Dat ging minister van Sociale Zaken Drees te ver. Maar zo was de stemming wél. We kregen geen erkenning. Toen ik bij de overheid solliciteerde, werd ik geweigerd omdat ik drie jaar in Duitsland had gezeten. Ik ben toen meteen lid geworden van de vakbeweging. Ik wilde de wereld veranderen en kwam meteen in het bestuur. Zoals wij waren behandeld, dat mocht nooit meer gebeuren.

Ik werkte 22 jaar voor de vakbond, kwam in de gemeenteraad van Dordrecht, werd fractievoorzitter voor de PvdA en burgemeester van Geertruidenberg. Ik heb me hard gemaakt voor het huisvestingsbeleid en de inburgering van buitenlandse werknemers, want zo’n koude douche als ik bij terugkeer had gekregen, gun je niemand.'

De mannen die vanaf mei uit de Arbeitseinsatz terugkeerden, werden niet altijd even hartelijk ontvangen in het vaderland – ze hadden immers voor de Duitsers gewerkt? Deze mannen (en een enkele vrouw), aan tafel in een Belgisch opvangkamp, hebben daar nog geen weet van. (Beeldbank WO2 NIOD)

Foto in de header: Floris Scheplitz

De Bevrijding volgens Ooggetuigen

Dit verhaal werd in 2020 gepubliceerd in het boek De Bevrijding volgens Ooggetuigen. In dit boek vertrouwen 45 Zuid-Hollandse ooggetuigen ons hun ervaringen van de bevrijding toe. Alle 45 verhalen lezen? Bestel dan het boek. 

Over de auteur

0 reacties

Plaats een reactie

Verzenden

Ontdek meer

Heb jij een verhaal over de Zuid-Hollandse geschiedenis?

Welk verhaal mag volgens jou niet ontbreken op deze website? Deel je verhaal of tip met de redactie! Lees de voorwaarden en tips voor het schrijven van een verhaal.

Ontvang de laatste verhalen in je mailbox

Wil je op de hoogte gehouden worden van nieuwe publicaties? Abonneer je dan op onze nieuwsbrief!

Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website maakt gebruik van geanonimiseerde cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren en voor de analyse van onze website. Deze cookies kun je niet uitzetten. Bij het tonen en afspelen van YouTube video's worden cookies van derden geplaatst. Deze cookies van derden kun je wel uitzetten. Klik op "Akkoord" als je akkoord gaat met dit gebruik van cookies, klik op "Aanpassen" voor meer informatie en om zelf te bepalen welke cookies deze website plaatst.

Deze website maakt gebruik van geanonimiseerde cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren en voor de analyse van onze website. Deze cookies kun je niet uitzetten. Bij het tonen en afspelen van YouTube video's worden cookies van derden geplaatst. Deze cookies van derden kun je wel uitzetten. Klik op "Akkoord" als je akkoord gaat met dit gebruik van cookies, klik op "Aanpassen" voor meer informatie en om zelf te bepalen welke cookies deze website plaatst.