Een jaar bevrijd, een jaar vol tegenstellingen

Ingrid van der Vlis

Op 4 mei 1946 herdenkt Nederland voor het eerst de Tweede Wereldoorlog. Het dagelijks leven ziet er nu heel anders uit dan in mei 1945, maar er is nog lang geen sprake van eenduidige hoopvolle wederopbouw. Daarvoor zijn de wonden nog te vers en is de puinhoop nog te groot. De meeste mensen zijn dit eerste jaar volop bezig om er zo goed mogelijk iets van te maken, met alle tegenstellingen die bij deze naoorlogse periode horen.

Feest en bijltjesdag

De bevrijding! Het Westen van Nederland moet er het langst op wachten. Op 4 mei 1945 om 21 uur klinkt het verlossende woord uit de her en der verstopte radio’s: morgenochtend leggen de Duitse bezetters de wapens neer. Overal gaan mensen ’s avonds al de straat op. Soms een beetje angstig, want die gewapende Duitse militairen zijn er nog wel en hebben het formeel zelfs nog voor het zeggen. Die onzekerheid blijft in de lucht hangen tot op 6 mei de officiële capitulatie volgt. Dan gaan ook de vlaggen in de overheidsgebouwen in top. In de daaropvolgende dagen barst het feest echt los, zeker als de Engelse en Canadese soldaten met hun jeeps de steden binnenrijden.

In al die steden zijn er ook mensen die met angst en beven naar deze dag hebben uitgekeken. Zij werden lid van de NSB, ontpopten zich tot fanatieke nazi’s of gingen vriendschappelijk om met de bezetters. Dat kon uiteenlopende redenen hebben: om er geld aan te verdienen, om een goed baantje te bemachtigen, om bescherming te hebben of gewoon omdat de Duitse soldaat die al jarenlang in de stad is een aardige man bleek te zijn. Voor hen is er deze meidagen geen mededogen. Op veel plekken zijn de afgelopen maanden al lijsten opgesteld. Zo circuleert in Schiedam een lijst waarop liefst 555 namen prijken met NSB’ers en andere collaborateurs. Dat klinkt misschien overzichtelijk, maar pas maanden later is duidelijk wat er precies strafbaar wordt gesteld. Het zorgt ervoor dat sommigen de dans ontspringen en dat anderen bij nader inzien niet zoveel te verwijten valt.

Al deze mannen en vrouwen worden samengebracht in provisorisch ingerichte gevangenissen. In Schiedam komt een deel van hen op een werf van Wilton-Feijenoord terecht, in Delft gaan de collaborateurs naar het eeuwenoude Armamentarium en in Vlaardingen zitten ze verspreid over leegstaande schoolgebouwen. In de daaropvolgende maanden veranderen tijdelijke locaties in min of meer professionele interneringskampen. Wie niet wordt opgepakt maar volgens omstanders wel schuldig is, kan op een volksgericht rekenen. Vooral echtgenotes van NSB’ers en liefjes van Duitse militairen moeten het ontgelden. Speciale ‘knipploegen’ gaan op pad om hen in het openbaar kaal te knippen en uit te jouwen.

Als het feestgedruis verstomd is, knaagt de honger weer. Het Westen lijdt al maandenlang honger en dat is met de bevrijding niet opeens verdwenen. Natuurlijk waren er voedselpakketten, die de geallieerden als ‘vliegende kruideniers’ vanaf eind april in Zuid-Holland dropten. Maar de problemen zijn structureel en de infrastructuur is volkomen ontregeld. Het Rode Kruis tuigt een verzamel- en distributiedienst op om iedereen een eerlijke portie te kunnen geven. Dat gaat veel stedelingen niet snel genoeg. Ze hebben het voedsel in de weilanden zien liggen en moeten soms weken wachten voordat ze een eerste pakketje kunnen ophalen. In Delft worden Rode Kruismedewerkers geïntimideerd en gaat af en toe een steen door de ruit van het depot. Enkelingen klagen: ‘Onder de Duitschers hadden we ’t nog beter.’

In de tweede helft van mei 1945 komt de uitdeling schoorvoetend op gang, startend met Engelse biscuits. Keihard en kurkdroog, maar ze worden verslonden als was het gebak. De Schiedamsche Courant waarschuwt de lezers: ‘Eet de biscuit langzaam en kauw ze goed.’ De gemiddelde maag is zulk voedzaam eten niet meer gewend. Het gaat nog maanden duren voordat de aanvoer van voeding op het normale peil is. Nieuws over eten en wat er wel of juist niet beschikbaar is, haalt dagelijks de krant. Dat nog niet álle soorten voedsel beschikbaar zijn, heeft volgens sommigen zo zijn voordelen. Het Rotterdams Drankwerend Comité plaatst opgetogen advertenties in de krant: ‘Het bewijs is nu geleverd, dat we ook kunnen feestvieren zonder drank. Dat het zoo moge blijven!’

Wel en niet terug

Er wordt al vanaf begin mei reikhalzend naar uitgekeken, maar pas in de loop van juni 1945 keren de eerste mensen terug uit Duitsland. Het gaat daarbij vooral om mannen die voor de arbeidsinzet gewerkt hebben, soms al jarenlang. Lopend en liftend komen ze naar Nederland. Bij de grens worden ze in opvangcentra ontluisd en onderzocht, op medische én politieke gronden. Pas als alles in orde is, mogen zij door. Vervoer moeten ze vaak zelf regelen. Treinen rijden er nauwelijks, auto’s en bussen zijn vooral in gebruik voor militair transport. Het kan daardoor weken tot maanden duren voordat iemand uit een bevrijd kamp weer thuis aanklopt.

Zo’n zelfde lange gang maken politieke gevangenen en overlevenden uit de concentratiekampen. Vooral de opvang van Joodse terugkeerders is daardoor opvallend kil. Pas na uitgebreide controles mogen zij door naar hun woonplaats, hopend dat daar nog familieleden in leven zijn. Hun woningen zijn tijdens de oorlog vaak verhuurd of verkocht aan nieuwe bewoners, dus niet zelden moeten ze meteen op zoek naar alternatieve woonruimte. De Nederlandse overheid wil Joden niet als specifieke doelgroep behandelen, om niet te discrimineren zoals de nazi’s deden. Dat klinkt op papier misschien rechtvaardig, het leidt in de praktijk tot schrijnende situaties. Mensen die terugkeren uit de hel lopen hier tegen een bureaucratische muur van onwil aan.

En dat zijn dan de mensen die de oorlog overleefd hebben. Er zijn ook talloze mannen en vrouwen die dag na dag tevergeefs naar het station gaan om te zien of hun vader of zoon, zus of kleindochter al is teruggekeerd. Ze pluizen de aangeplakte lijsten bij de Rode Kruiskantoren na en klampen mensen aan die misschien iets weten. Dat nieuws is lang niet altijd goed. Een teken aan de wand is het groeiende aantal overlijdensadvertenties in de zomermaanden: mannen en vrouwen die zijn vermoord in concentratiekampen, of bezweken zijn in plaatsen als Hamburg en Bremen waar ze tewerkgesteld waren.

Geliefd en gevreesd

De eerste weken zijn de geallieerde militairen immens populair. Ze brengen vrede, sigaretten en chocolade. Veel jongeren hangen bij de kazernes rond, want je weet maar nooit of iemand nog wat snoep of kauwgum gaat uitdelen. De exotische uitstraling van de Engelstalige mannen heeft zijn weerslag, talloze Nederlandse meisjes hebben opeens een Canadees vriendje. Dat zijn tenslotte ook vaak gewoonweg jongemannen die soms al jaren ver van huis aan het vechten zijn in een oorlog die niet de hunne is. Zij zijn toe aan een verzetje, dus al die aandacht slaan ze niet af. Soms bloeit er serieus iets op. In de zomermaanden verschijnen in de Delftse krant Veritas verlovingsadvertenties van onder andere Mies met Patrick uit Quebec en Francis met Leo Perry van Edward Island.

De laatste Canadese troepen vertrekken pas in februari 1946 uit het land. Tegen die tijd is de glans er wel een beetje vanaf. Het vrolijke liedje ‘Trees heeft een Canadees’ heeft dan al voor steeds meer mensen een negatieve bijklank. Een predikant roept in Vrij Nederland uit: ‘Wij zullen God prijzen, wanneer de Canadeezen, gasten of geen gasten, weer naar Canada verdwenen zijn.’ Er heerst grote angst voor zedeloosheid onder de jeugd, die in de eerste maanden na de oorlog nauwelijks lijkt te luisteren naar het gezag. Een deel van het probleem wordt veroorzaakt door de Amerikaanse films, althans volgens de predikanten en schoolmeesters. Jong én oud staat graag in de rij voor films die in de bioscopen draaien.

De angst voor eerverlies is niet helemaal onterecht, want vanaf februari 1946 is er een bescheiden geboortegolfje van bevrijdingsbaby’s. En hoe positief de term ‘bevrijdingsbaby’ ook klinkt, veel moeders gaan gebukt onder schaamte voor de buitenechtelijke zwangerschap. Vaak horen deze kinderen pas veel later dat hun biologische vader aan de andere kant van de oceaan woont.

(verhaal gaat verder onder de foto's)

Sappelen en sjoemelen

Het dagelijks leven zit dit eerste jaar vol uitdagingen. Er is nog net zoveel gebrek aan gas, kolen en elektriciteit als tijdens de oorlog. De energiebronnen blijven op rantsoen, waarbij vaak maar een uur tussen de middag en een half uurtje ‘s avonds elektriciteit beschikbaar is. De bedrijven moeten er eerst weer bovenop. Met distributiebonnen wordt het schaarse goed dat er is zo eerlijk mogelijk verdeeld. Veel valt er alleen niet te verdelen. Als er kleding of schoenen beschikbaar komen, moet de politie inspringen om de hordes wachtenden in toom te houden. En dan gaat het vaak nog maar om één hemd of een paar klompen voor een compleet gezin.

Die schaarste maakt wel creatief. Broeken van afgedankte gordijnen, schoenen met houten plankjes als zolen en gebreide truien van oude restjes wol – het zal nog jarenlang de norm blijven. Ook de eerste decemberfeestdagen in vrijheid kennen een bescheiden vorm. In de week van 5 december is er op de bon 200 gram snoepgoed per gezin te koop. De meeste kinderen krijgen opgeknapt speelgoed. Veel nieuws is er niet te koop, tenzij je handig kunt ritselen én dat ook aandurft.

Via de zwarte handel duiken er af en toe partijen kleding op, en soms zelfs een flinke slof sigaretten – onbereikbaar voor de meeste stervelingen. Tijdens de oorlog deed vrijwel iedereen aan handel onder de toonbank, dat was de manier om te overleven. Mede daardoor is het fenomeen nu lastig uit te roeien. Minister van financiën Piet Lieftinck heeft er een drastische oplossing voor: sanering van al het papiergeld. Eind september moet iedereen zijn contante geld inleveren. Het komt op een geblokkeerde rekening en kan pas na controle weer opgenomen worden. Om die periode te overbruggen kan iedereen voor maximaal 10 gulden ‘nieuw’ geld aanschaffen: het beroemde ‘tientje van Lieftinck’.

Sjoemelaars en sjacheraars blijven desondanks klandizie houden. Er zijn genoeg mensen blij met af en toe een buitenkansje: échte koffie, sigaretten zonder bonnen of een extra portie vlees. In de Delftse politiearchieven wordt duidelijk hoeveel risico genomen wordt voor net dat beetje extra. Een cafémedewerker op de Markt koopt met extra versnaperingsbonnen voor 8 cent een stukje chocolade van 33 gram. Zo’n portie biedt hij tot tweemaal toe aan voor 1 gulden. Dat lijkt snel verdiend, tot hij veroordeeld wordt tot een boete van 75 gulden.

Vergelding en vergeving

Maandenlang wachten de gevangengenomen collaborateurs op hun berechting. Ook als het nieuwtje eraf is, blijven het ‘aanwezige’ complexen: het Armamentarium midden in de Delftse binnenstad, het speciaal gebouwde barakkenkamp De Vergulde Hand aan de rand van het centrum in Vlaardingen en Duindorp naast de haven van Scheveningen. Regelmatig verblijven er meer dan duizend mensen per locatie. Er wordt wat heen en weer gezeuld met de gevangenen en het gaat er niet altijd even netjes aan toe. Schietincidenten, misbruik van vrouwelijke gevangenen – het zijn problemen die meer dan eens voorkomen. Op veel mededogen hoeven de ‘foute’ burgers die eerste maanden niet te rekenen, de wens tot vergelding is nog groot.

Op 4 september doet het bijzondere gerechtshof in het voormalige paleis Kneuterdijk in Den Haag voor het eerst uitspraak over vijf collaborateurs. Het is een proefproces, hier wordt de strafmaat vastgelegd. De veroordelingen variëren van 5 jaar celstraf tot de doodstraf. Die laatste straf is voor een wat simpele Delftse arbeider die Joodse stadsgenoten aan de Duitse bezetters heeft uitgeleverd. Allen wordt het passief en actief kiesrecht ontnomen. Er zullen nog vele veroordelingen volgen. Verspreid over het land komen ruim 300.000 Nederlanders met de bijzondere rechtspleging in aanraking. In november 1945 starten de grote internationale processen van Neurenberg en dan komen ook in Nederland kopstukken als Max Blokzijl en Anton Mussert voor het gerecht. In het najaar van 1945 is een uitspraak nog regelmatig voorpaginanieuws, daarna verdwijnen dit soort berichten naar de kolommen achterin de kranten.

De vergeldingsdrang lijkt ook af te nemen. De eerste doodstraf die in september wordt geveld, wijzigt in februari 1946 in een gevangenisstraf van 18 jaar. Het beleid wordt gaandeweg aangepast. Al kort na de eerste vonnissen oordeelt het kabinet dat enkele tientallen doodstraffen genoeg zijn. Strafvermindering en gratie moeten reële opties blijven. Het komt erop neer dat het bijzondere gerechtshof in Nederland 154 doodvonnissen uitspreekt, waarvan er 40 daadwerkelijk worden voltrokken. Vergelding gaat over in vergeving.

Mensen krijgen andere functies, politieagenten wisselen van standplaats en na de oorlog verboden kranten liggen na verloop van tijd weer in de kiosken. Alleen voormalige verzetsstrijders oordelen over het algemeen harder. Zij blijven pleiten voor uitzetting van alle collaborateurs. Ook op lokaal niveau sudderen dit soort zaken vaak nog langer door. Vrouwen die met een Duitse soldaat uitgingen, blijven nog jarenlang bekendstaan als ‘moffenkledder’ en ook hun kinderen worden hiermee belast. Het gaat dan vaak om relatief kleine pesterijen, zoals baldadige jeugd die net bij dát gezin voor de deur ’s avonds laat herrie staat te maken.

Wederopbouw

Als Zuid-Holland op 4 mei 1946 terugkijkt op dit eerste jaar na de bevrijding passeert van alles de revue. De spreekwoordelijke wederopbouw is na dit ene jaar echter nog nauwelijks van de grond gekomen. Daarvoor is de schade nog te groot. Eerst moet duidelijk zijn wie de oorlog hebben overleefd, moet het onderlinge vertrouwen tussen de mensen enigszins hersteld zijn en moet iedereen een gevulde maag hebben. De volgende stap is een woonplek voor iedereen. Dat is in de ene stad eenvoudiger te realiseren dan in de andere.

Steden als Dordrecht en Delft zijn redelijk intact gebleven, terwijl Rotterdam en Den Haag zwaar getroffen zijn. Die verwoestingen hebben voor grote verhuisbewegingen gezorgd. Daar komen dan nog de Scheveningers en Hagenaars bij die voor de bouw van de Atlantikwall uit hun huizen zijn gezet. Het is zaak om iedereen weer een plek in de eigen stad te geven. Dat is vrijwel onmogelijk, want gebouwd wordt er al een paar jaar niet meer. Ook gaat het nog tijden duren voor er genoeg bouwmateriaal beschikbaar is. Het is de opmaat naar jarenlange woningnood, waarbij het niet eens veel uitmaakt of je eigen stad wel of niet schadevrij uit de oorlog is gekomen.

Natuurlijk is het in Rotterdam en Den Haag het lastigst; daar verblijven bewoners hutjemutje in te kleine onderkomens of bivakkeren ze in zelfgebouwde houten hokjes op straat. Maar ook in bijvoorbeeld Dordrecht, Schiedam en Delft staan lange rijen bij de woningbureaus. Jonge stellen wonen bij hun ouders in of moeten noodgedwongen nog maar even wachten met hun huwelijk. Nieuwbouw is er niet en zit er voorlopig ook nog niet in. Het zal nog jaren duren voordat er zoveel bijgebouwd is dat het spook van de woningnood beteugeld is.

Het toonbeeld van de wederopbouw voor Nederland is het stadscentrum van Rotterdam. In mei 1940 verwoest, na de oorlog in moderne stijl weer opgebouwd. Handen uit de mouwen! Dat gebeurt inderdaad, maar het draaiboek voor het herstel van Rotterdam en zijn havens wordt niet eerder dan in de zomer van 1946 vastgesteld. Dat is dus ruim een jaar na de bevrijding. Dán begint de wederopbouw pas echt.

Over de auteur

Ingrid van der Vlis is historicus en werkt voor haar eigen onderzoeksbureau Tijdelijk. Zij schreef boeken over verschillende weeshuizen en publiceerde veel over Delft. Zowel de lijvige stadsgeschiedenis vanaf 1795, Vooruit met veel verleden, als diezelfde historie in pocketformaat: De kleine geschiedenis van Delft voor dummies. Ook schreef zij ruim 50 Bevrijdingsbulletins over alles waar mensen dat eerste jaar na de Tweede Wereldoorlog mee te maken kregen in Delft.

0 reacties

Plaats een reactie

Verzenden

Ontdek meer

Heb jij een verhaal over de Zuid-Hollandse geschiedenis?

Welk verhaal mag volgens jou niet ontbreken op deze website? Deel je verhaal of tip met de redactie! Lees de voorwaarden en tips voor het schrijven van een verhaal.

Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website maakt gebruik van geanonimiseerde cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren en voor de analyse van onze website. Deze cookies kun je niet uitzetten. Bij het tonen en afspelen van YouTube video's worden cookies van derden geplaatst. Deze cookies van derden kun je wel uitzetten. Klik op "Akkoord" als je akkoord gaat met dit gebruik van cookies, klik op "Aanpassen" voor meer informatie en om zelf te bepalen welke cookies deze website plaatst.

Deze website maakt gebruik van geanonimiseerde cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren en voor de analyse van onze website. Deze cookies kun je niet uitzetten. Bij het tonen en afspelen van YouTube video's worden cookies van derden geplaatst. Deze cookies van derden kun je wel uitzetten. Klik op "Akkoord" als je akkoord gaat met dit gebruik van cookies, klik op "Aanpassen" voor meer informatie en om zelf te bepalen welke cookies deze website plaatst.