De zeventiende-eeuwse turfwinning

Aanvankelijk gebruikte de bevolking van Zuid-Holland hout als brandstof, maar toen dat schaars werd, ging men over op turf: veengrond die bestond uit resten van niet helemaal verrotte moerasplanten en die in gedroogde toestand uitermate geschikt was als brandstof.

Aan veengrond was in Zuid-Holland geen gebrek. Aanvankelijk gebruikte de bevolking van Zuid-Holland hout als brandstof, maar toen dat schaars werd, ging men over op turf: veengrond die bestond uit resten van niet helemaal verrotte moerasplanten en die in gedroogde toestand uitermate geschikt was als brandstof. Aan veengrond was in Zuid-Holland geen gebrek. De vraag naar turf kwam vooral uit de grote steden, zoals Leiden en Haarlem. Aanvankelijk kwam de turf uit plaatsen als Zoetermeer, Waddinxveen en Moordrecht, maar toen de turfprijzen stegen, besloten ook boeren elders hun land te ‘vervenen’ (af te steken). Er waren twee manieren om turf te winnen. De eerste was het steken van turf boven de grondwaterspiegel, droge vervening genoemd. In de loop van de zestiende eeuw kwam met de introductie van de baggerbeugel, een lange stok met aan het uiteinde een net, de tweede manier op, de natte vervening. Het veen werd uit het water getrokken en op een legakker of zetwal uitgespreid en aangestampt. Na droging kon de turf worden gestoken.

Werk, brandstof en plassen

De natte vervening verschafte veel handen werk, maar leidde wel tot veel landverlies. De zetwallen konden alleen nog als hooiland worden gebruikt. De uitgebaggerde stroken groeiden in de loop van de zeventiende eeuw uit tot grote plassen. Zo ontstond ten noorden van Rotterdam een groot aantal nieuwe wateren. Door wind en golfslag breidden die plassen zich steeds verder uit. Gouda werd zodanig bedreigd, dat het in 1635 werd verboden om binnen een straal van drie kilometer rond de stad te vervenen. De plassen brachten ook geen grondbelasting en waterschapslasten op. In Rijnland moesten de verveners daarom vanaf 1680 een waarborgsom storten.

Als in de zeventiende eeuw landschappelijke ingrepen werden gepleegd, was daarvoor – net als tegenwoordig – officieel toestemming van de overheid nodig. Dat gold ook voor de ontgronding (ontginning) van zeven stukken veenland in Hazerswoude, in 1683. Blijkens deze oorkonde van 12 december gaf Willem Maertens Keyser hiervoor een waarborg af ten overstaan van de schout en schepenen. Bron: Hoogheemraadschap van Rijnland
Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website maakt gebruik van geanonimiseerde cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren en voor de analyse van onze website. Deze cookies kun je niet uitzetten. Bij het tonen en afspelen van YouTube video's worden cookies van derden geplaatst. Deze cookies van derden kun je wel uitzetten. Klik op "Akkoord" als je akkoord gaat met dit gebruik van cookies, klik op "Aanpassen" voor meer informatie en om zelf te bepalen welke cookies deze website plaatst.

Deze website maakt gebruik van geanonimiseerde cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren en voor de analyse van onze website. Deze cookies kun je niet uitzetten. Bij het tonen en afspelen van YouTube video's worden cookies van derden geplaatst. Deze cookies van derden kun je wel uitzetten. Klik op "Akkoord" als je akkoord gaat met dit gebruik van cookies, klik op "Aanpassen" voor meer informatie en om zelf te bepalen welke cookies deze website plaatst.