Naar overzicht

'De Kabel', het verhaal van Nedstaal

Joke Kramer
15 juli 2021

In 1937 besloot de Nederlandse Kabelfabriek een staalfabriek in Alblasserdam te bouwen, een besluit dat werd ingegeven door de oorlogsdreiging. Er werkten al gauw meer dan 200 werknemers bij 'de Kabel'. 'Ook in de moeilijke jaren kwam het salaris altijd op tijd'. 

Veranderende skyline

De skyline van Alblasserdam is in de laatste vijftig jaar door sluiting van enkele grote bedrijven enorm veranderd. De scheepswerven Verolme en Van der Giessen - de Noord sloten de poorten. Ook Mercon Kloos aan de West Kinderdijk was een verliezer in de economische strijd en recentelijk is Nedstaal (bij bewoners beter bekend als ‘de Kabel’) aan het rijtje toegevoegd. Of eigenlijk kan je stellen dat maar de helft van Nedstaal failliet is gegaan. De staaldraad producerende tak van het bedrijf, nu met de naam FN Steel, overleefde de perikelen. Met het verdwijnen van de bedrijven sneuvelden ook de zo kenmerkende hoge torenkranen van de scheepsbouwindustrie en de drie hoge schoorstenen die decennialang fier boven de fabriekshal van Nedstaal uitstaken. Het einde van een visueel industrieel landschap.

In 1937 is in de regionale krant de Merwebode te lezen dat de Nederlandse Kabelfabriek (NKF) te Delft het plan heeft een vestiging in Alblasserdam te bouwen. Het bericht valt goed bij de bewoners; aan werkgelegenheid is grote behoefte. De NKF was opgericht door een voor Ablasserdammers niet onbekende ondernemersfamilie, de Von Linderns. Zij waren eigenaar van o.a. de plaatselijke touwfabriek N.V. Lijnbaan Straat Sunda, die tuigage en trossen voor de zeilvaart produceerde. De oorlogsdreiging van WOII deed Cornelis von Lindern (1869-1945) besluiten een eigen staalfabriek met draad- en bandwalserij op te zetten, omdat hij problemen voorzag met de toevoer vanuit Duitsland. De keus voor de bouw viel op de buitendijkse locatie Ruigenhil, gelegen aan het water en naast de nieuwe brug in aanbouw over de Noord, ideaal voor aan- en afvoer, zowel over de weg als over het water. De smeltovens werden opgestookt en NKF ging van start. 

De NKF in de kinderschoenen. (Collectie Regionaal Archief Dordrecht)

'De Kabel'

Er werkten al gauw meer dan 200 werknemers bij 'de Kabel’'. Overigens zijn in Alblasserdam nooit kabels geproduceerd, maar draaide het voornamelijk om de bewapening, zeg maar het beschermende omhulsel van de kabels. De benodigde speciaalstaal-legeringen werden uit schroot vervaardigd met toevoeging van vereiste componenten. Het vloeibare staal werd daarna in vormen gegoten en verkocht of bij de walserij in verschillende maten gewalst tot een eindproduct.

De jaren 40-45 zijn, net als bij menig bedrijf in bezet Nederland, problematisch voor de NKF. Bij bombardementen op Alblasserdam, waarbij slachtoffers vielen, liep de fabriek flinke schade op; daarbij legde de Arbeitseinsatz beslag op de arbeiders tussen de vijftien en veertig jaar. Oprichter Cornelis von Lindern overlijdt net voor het eind van de oorlog en maakt de bevrijding niet meer mee. Zijn zoons zetten het bedrijf voort.

Luchtfoto van Nedstaal, datering 1955-1963 (Collectie Regionaal Archief Dordrecht)

Gastarbeiders

In de wederopbouwjaren gaat het bedrijf meer produceren dan het moederbedrijf in Delft nodig heeft en worden een eigen klantenbestand en afzetgebied opgebouwd. In 1963 viert NKF Delft haar 50-jarig bestaan en NKF Alblasserdam haar 25-jarig jubileum. Die beginjaren 60 laten flinke winsten, investeringen, vernieuwingen en uitbreidingen zien en er wordt overgegaan op een continubedrijf dat met ploegendiensten werkt: NKF 24/7. De behoefte aan arbeiders was groot; men probeerde niet alleen personeel uit de noordelijke en zuidelijke provincies aan te trekken, maar ook vanuit het buitenland.

Het dorp maakte kennis met het fenomeen ‘gastarbeiders’. De Turkse Emine Osmanoglou kwam in de zomer van 1967 als 7-jarige samen met haar broer Ali en haar moeder aan in Nederland. Haar vader werkte toen al twee jaar bij de Kabelfabriek, net als zo’n 150 andere West-Thraciërs die de tabaksvelden in hun moederland verruilden voor de smeltovens. Haar ouders zijn nu overleden en de onderwijzeres realiseerde zich dat de verhalen van die pioniers verloren dreigden te gaan. Ze schreef Tabaksblad & Staaldraad, uitgegeven door Erfgoedcentrum DIEP, (nu Regionaal Archief Dordrecht) waarin ze persoonlijke levensgeschiedenissen van de West-Thracische gemeenschap doorgeeft en schrijft over heimwee en de moeilijkheden bij het opbouwen van een nieuw leven in een vreemd land. Het vroeg om aanpassingsvermogen van zowel de gastarbeiders als de inwoners van Alblasserdam. Goed om ook eens met die kant van een bedrijf kennis te maken.

Loswal met kraanloop. Bij de herontwikkeling is het plan een deel van de kraanloop in de ontwikkeling mee te nemen. (Foto Regionaal Archief Dordrecht)

Televisies

Het kon dus niet op in de jaren 60 maar niet lang daarna is er voor het eerst sprake van een tekort aan werkopdrachten en overproductie, met als gevolg personeelsoverschot. Korter werken wordt als eerste oplossing gezien, maar dieper ingrijpende maatregelen blijken noodzakelijk. De fabriek in Alblasserdam wordt gesplitst in afzonderlijke BV’s: NKF Kabel BV en NKF Staal BV, maar valt nog wel onder de NKF Groep BV. Kort daarna brengt, heel verrassend maar zeer welkom, Philips een geslaagd bod uit op de aandelen van de NKF Groep.

‘Dat lijkt vreemd’, zegt Teun Both, die van 1962 tot 2007 bij Nedstaal werkzaam was, ‘maar is het niet, want Philips was in die tijd druk met telefoonnetten e.d. met name in het Midden Oosten en zocht een betrouwbare leverancier van telecommunicatiekabels. Die werden in Delft geproduceerd, maar Philips kreeg er dus ongewild een niet winstgevende staalfabriek in Alblasserdam bij.’ Hij kan zich die tijd nog goed herinneren, want in de vestiging aan de Noord kwam ook een Philips winkel waar werknemers tegen aanzienlijk gereduceerde prijs elektrische apparaten konden kopen. ‘De grote kleuren-t.v.’s vlogen over de toonbank.'

Hoog bezoek in 1951. Koningin Juliana en prins Bernhard krijgen een rondleiding. (Collectie Regionaal Archief Dordrecht)

Turbulente tijden

Achteraf gezien zijn de beste jaren voor het bedrijf dan voorbij. Er volgen turbulente periodes van gehele of gedeeltelijke overnames door zowel buitenlandse als Nederlandse bedrijven, afslankingen en natuurlijk ook wel weer wat oplevingen, want zoals Both zegt, ‘de staalindustrie heeft altijd te maken met ups en downs, met een cyclus van vette en magere jaren, maar je moet tijdens die vette jaren een reserve opbouwen en investeren in nieuwe ontwikkelingen. Dat is niet altijd goed gegaan. Natuurlijk werkte de markt in die laatste jaren van Nedstaal niet mee, maar eigenaren hadden te weinig belang, te weinig binding met het staalbedrijf.'

Werken bij de smeltovens was spectaculair maar beslist niet zonder gevaar. (Collectie Regionaal Archief Dordrecht)

Opgesplitst

Het uiteindelijke faillissement van Nedstaal is niet zonder meer te wijten aan slechte bedrijfsvoering. Zo treft de oliecrisis in ’73 nagenoeg alle ondernemingen; energie- en grondstoffenprijzen rijzen de pan uit. Ook economische recessies zijn debet aan de ondergang. In 1998 wordt het bedrijf nog weer eens gesplitst in een staalproducerende poot, Nedstaal Staal BV, en een draadproducerende poot Nedstaal Draad BV. Het onroerend goed wordt ondergebracht in Ruigenhil Vastgoed BV. De zittende directeur Glimmerveen wordt samen met een investeringsmaatschappij genaamd H2 eigenaar van de staalkant en begeeft zich op de smeedblokkenmarkt, wat een succes blijkt. Na jaren maakt het bedrijf weer eens winst en de vooruitzichten voor het begin van de 21ste eeuw zijn goed.

Nedstaal B.V. viert in 2008 zijn 70-jarige bestaan en 10-jarig jubileum als zelfstandige onderneming. Er werken dan nog 280 mensen en het bedrijf behaalt een omzet van bijna 100 miljoen euro. Echter door de concurrentie van Chinese en Koreaanse bedrijven verslechtert de afzetmarkt en de Alblasserdamse staalproducent lijdt weer verlies. Door prijsdruk en een structureel tegenvallende vraag wordt Nedstaal op 17 oktober 2014 door de rechtbank failliet verklaard. Een doorstart met Andus, een Nederlandse onderneming met activiteiten in onder meer de staal-, olie- en gasindustrie en scheepvaart loopt op niets uit en in 2016 sluit de poort van Nedstaal alsnog definitief. Een Duitse firma heeft de installaties al gedemonteerd en afgevoerd, de sloopkraan van Lek Sloopwerken baant zich gestaag een weg door de nog resterende utiliteitsgebouwen.

In het ontwerp is rechts een deel van de kraanloop te zien. (Beeld: Luchinger Architecten)

Verlies van een uniek bedrijf

Teun Both heeft veel moeite met die slechte afloop. Hij kende bijna alle mensen die bij de Kabel werkten. ‘Nedstaal was een uniek bedrijf met een staalfabriek en walserij die in elkaars verlengde lagen. Het bedrijf had hele speciale technische kennis op het gebied van metaal in huis en sluiting is een groot verlies voor industrieel Nederland’.

Een verlies dus, maar herontwikkeling van het terrein aan de Rapenburg biedt ook nieuwe kansen. Het 360.000 m² grote Nedstaal terrein is verkocht aan investeerder SVE Group. Een deel is bestemd voor nieuwe bedrijven, daarnaast bestaan plannen voor een hotel in een fabriekspand op de hoek bij de rivier, zodat hotelgasten straks uitzicht hebben op de iconische boogbrug. Voor de begane grond wordt gedacht aan een zogeheten ‘foodcourt’, vergelijkbaar met de Markthal in Rotterdam. Als er een grote parkeergarage komt en een waterbushalte zou dat de problemen van de bereikbaarheid van het nabijgelegen werelderfgoed Kinderdijk op kunnen lossen. De ideeën worden vorm gegeven door Luchinger Architects. De bedoeling is delen van de ruim vier meter hoge betonnen kraanloopbogen aan de loskade te behouden als herinnering en hommage aan het staalbedrijf. Dat wordt mede mogelijk gemaakt dankzij een bijdrage van de Erfgoedlijn Waterdriehoek van de provincie Zuid-Holland.

De kantine van de Kabelfabriek eind jaren zestig, begin jaren '70. (Collectie Regionaal Archief Dordrecht)

Lopend naar het werk

De plannen stemmen Hink Bultema, oud-werknemer en toentertijd belast met het onderhoud van de kranen, tevreden. Hij begon in een ketelpak, dat betekende zelf sleutelen aan de kranen, maar regelde daarna het onderhoud door het uit te besteden. Hij maakte de modernisering van de kranen mee van mechanisch naar hydraulisch en later werden ze radiografisch bestuurd, wat het werk een stuk veiliger maakte. ‘Er liepen wel zes kranen, dus met de zwaarte van de kranen zelf en de last die werd gehesen kan je je voorstellen wat een enorm gewicht dat was.’ Bultema had ook jarenlang zitting in de Ondernemingsraad, een belangrijke schakel tussen directie en werkvloer.

Naar zijn mening was Nedstaal een goede werkgever: ook in de moeilijke periodes kwam het salaris altijd op tijd en kregen de werkers waar ze recht op hadden. Raakt de sloop van het bedrijf, waar hij 43 jaar heeft gewerkt hem? ‘Aan de ene kant wel, maar eigenlijk hoorde zo’n bedrijf op bv. de Maasvlakte thuis vanwege de vervuiling, want de inwoners van Alblasserdam, Hendrik ido Ambacht of Papendrecht hadden er afhankelijk van de windrichting, altijd last van. Aan de andere kant, in al die tijd dat ik er werkte, heb ik niet een keer in de file gestaan. Ik ging lopend naar mijn werk, dus het had ook zo zijn voordelen.’

Met dank aan oud-werknemers Teun Both en Hink Bultema

Bron: 
B.C.Ouweneel-van Dam, Het stalen gezicht van Alblasserdam (2008)

Herinneringen aan de Kabel?

Heb jij herinneringen aan Nedstaal of ken je familieverhalen over het bedrijf? Laat het ons weten! Deel je verhaal en laat een reactie achter. 

Over de auteur

Joke Kramer werkt aan verschillende projecten voor de Stichting Groene Hart, waaronder een themaroute industrieel en funerair erfgoed in de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden. Ze maakte tijdens haar studententijd in Amsterdam kennis met bewonersacties om een fabrieksterrein te behouden. Grenzend aan haar woonwijk, de Staatsliedenbuurt, lag de Westergasfabriek. "Eerlijk gezegd zag ik toen het belang niet zo om het hele terrein te behouden. Het groen zou een mooie toevoeging zijn, maar al die fabrieksgebouwen? Gelukkig waren er destijds mensen met genoeg visie en het resultaat is nu een prachtig creatief-cultureel complex. Als ik op vakantie ben probeer ik altijd een bezoek te brengen aan iets 'industrieels'. Een echte topper vond ik district 798 in Beijing: een heel groot ongebruikt fabrieksterrein omgetoverd tot een dynamische ontmoetingsplaats met allerlei grote bizarre kunstwerken, talloze kunstgaleries, boekwinkeltjes en café’s. Maar zoiets kan met een beetje durf ook heel goed hier in Holland."

0 reacties

Plaats een reactie

Verzenden

Heb jij een verhaal over de Zuid-Hollandse geschiedenis?

Welk verhaal mag volgens jou niet ontbreken op deze website? Deel je verhaal of tip met de redactie! Lees de voorwaarden en tips voor het schrijven van een verhaal.

Ontvang de laatste verhalen in je mailbox

Wil je op de hoogte gehouden worden van nieuwe publicaties? Abonneer je dan op onze nieuwsbrief!

Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website maakt gebruik van geanonimiseerde cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren en voor de analyse van onze website. Deze cookies kun je niet uitzetten. Bij het tonen en afspelen van YouTube video's worden cookies van derden geplaatst. Deze cookies van derden kun je wel uitzetten. Klik op "Akkoord" als je akkoord gaat met dit gebruik van cookies, klik op "Aanpassen" voor meer informatie en om zelf te bepalen welke cookies deze website plaatst.

Deze website maakt gebruik van geanonimiseerde cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren en voor de analyse van onze website. Deze cookies kun je niet uitzetten. Bij het tonen en afspelen van YouTube video's worden cookies van derden geplaatst. Deze cookies van derden kun je wel uitzetten. Klik op "Akkoord" als je akkoord gaat met dit gebruik van cookies, klik op "Aanpassen" voor meer informatie en om zelf te bepalen welke cookies deze website plaatst.