Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website gebruikt cookies om filmpjes van YouTube te tonen en social mediaknoppen van Facebook, Twitter en Pinterest (third party cookies). Als je deze cookies niet wil, dan kun je dat hier aangeven. De betreffende functionaliteit wordt dan uitgeschakeld. Wij plaatsen zelf wel altijd functionele cookies voor de werking van onze website en (anonieme) analytische cookies om onze site te verbeteren.

Ontdek de verhalen van Zuid-Holland

De zeventiende-eeuwse turfwinning

Aanvankelijk gebruikte de bevolking van Zuid-Holland hout als brandstof, maar toen dat schaars werd, ging men over op turf: veengrond die bestond uit resten van niet helemaal verrotte moerasplanten en die in gedroogde toestand uitermate geschikt was als brandstof. Aan veengrond was in Zuid-Holland geen gebrek.

Aanvankelijk gebruikte de bevolking van Zuid-Holland hout als brandstof, maar toen dat schaars werd, ging men over op turf: veengrond die bestond uit resten van niet helemaal verrotte moerasplanten en die in gedroogde toestand uitermate geschikt was als brandstof. Aan veengrond was in Zuid-Holland geen gebrek. De vraag naar turf kwam vooral uit de grote steden, zoals Leiden en Haarlem. Aanvankelijk kwam de turf uit plaatsen als Zoetermeer, Waddinxveen en Moordrecht, maar toen de turfprijzen stegen, besloten ook boeren elders hun land te ‘vervenen’ (af te steken). Er waren twee manieren om turf te winnen. De eerste was het steken van turf boven de grondwaterspiegel, droge vervening genoemd. In de loop van de zestiende eeuw kwam met de introductie van de baggerbeugel, een lange stok met aan het uiteinde een net, de tweede manier op, de natte vervening. Het veen werd uit het water getrokken en op een legakker of zetwal uitgespreid en aangestampt. Na droging kon de turf worden gestoken.

Werk, brandstof en plassen
De natte vervening verschafte veel handen werk, maar leidde wel tot veel landverlies. De zetwallen konden alleen nog als hooiland worden gebruikt. De uitgebaggerde stroken groeiden in de loop van de zeventiende eeuw uit tot grote plassen. Zo ontstond ten noorden van Rotterdam een groot aantal nieuwe wateren. Door wind en golfslag breidden die plassen zich steeds verder uit. Gouda werd zodanig bedreigd, dat het in 1635 werd verboden om binnen een straal van drie kilometer rond de stad te vervenen. De plassen brachten ook geen grondbelasting en waterschapslasten op. In Rijnland moesten de verveners daarom vanaf 1680 een waarborgsom storten.

Droogmaking zou een oplossing zijn geweest, maar bij de meeste Zuid-Hollandse verveningsplassen kwam dat er in de zeventiende eeuw nog niet van – ook al werden juist in deze eeuw in Noord-Holland al verscheidene grote meren drooggemaakt (zoals de Schermer en de Beemster). In gebieden met bosveen, zoals de Alblasser- en Krimpenerwaard, vond geen vervening plaats, omdat deze grond ongeschikt was als brandstof. De samenstelling was namelijk zo voedselrijk dat na verbranding te veel as overbleef.

Reacties

  1. arie.korevaar@gmail.com

    Op de afbeelding gaat het om een lijst met overleden bemanningsleden van het schip De Soetigheidt uit 1722 en niet om het testament.

    07 april 2011

  2. Redactie

    U heeft helemaal gelijk, ik ga op zoek naar het goede archiefstuk! Wordt vervolgd!

    07 april 2011

  3. herman

    op een antieke stoelklok uit de 18e eeuw staat mogelijk het woord VERVENINGER op de achterplank en onderkant uurwerk Het wapen van Gouda staat boven de wijzerplaat. Er is een uitbereide documentatie in bezit Herman Bossink Rijssen Historicus,klokkenspecialist, schrijver standaardwerk antieke Hollandse klokken (14 delen)

    19 juni 2013

  4. Redactie

    @Herman Bossink Interessant, zeker ook de combinatie met het wapen van Gouda. "Verveninger" zou dan verwijzen naar een naam of wellicht een gebeurtenis? Staat er vaker dit soort informatie op antieke klokken?

    01 juli 2013

Plaats reactie

Om spam te voorkomen, stellen wij u een eenvoudige vraag. Vult u alstublieft het antwoord hieronder in.