Ontdek de verhalen van Zuid-Holland

De NSB in Zuid-Holland

Fout in Zuid-Holland: de opkomst en ondergang van de NSB

In december 1931 richtte Anton Mussert, samen met zijn vriend en geestverwant Kees van Geelkerken, in Utrecht de Nationaal Socialistische Beweging (NSB) op. In het begin viel de nieuwe partij niet op tussen de andere fascistische en recht-autoritaire groepen en partijtjes die Nederland rijk was. Toch werd de partij van Mussert de grootste fascistische partij van Nederland. Philip van den Berg vertelt hoe de beweging van Mussert zich in Zuid-Holland ontwikkelde. 

Door Philip van den Berg

De NSB kende een moeizame start. De partij kon bijvoorbeeld pas na een half jaar, in de zomer van 1932, haar honderdste lid bijschrijven in haar ledenregister. Een belangrijke reden hiervoor was de minimale financiële ruimte van de partij om te investeren in public relations en activiteiten. Ook speelde mee dat Mussert niet de meest overtuigende spreker was om naar te luisteren. Maar ook de aanwezigheid van een andere fascistische partij, de Algemeene Nederlandsche Fascistenbond (ANFB) onder leiding van Jan Baars, zat de opmars van de NSB in het begin nogal dwars. 

undefined
Het eerste nummer van Volk en Vaderland, uitgegeven op 7 januari 1933. (Wikimedia Commons)

De eerste landelijke bijeenkomst op zaterdag 7 januari 1933 in Utrecht, de stad waar de wortels van de partij lagen en het partijbureau was gevestigd, vormde een doorbraak qua zichtbaarheid. Het eerste nummer van de partijkrant Volk en Vaderland verscheen en op diezelfde dag trokken de leden van de Weerbaarheids-afdeling (WA) in parade over straat onder het toeziend oog van leider Anton Mussert. 

Ledental
De naamsbekendheid van de NSB groeide en de partij wist in de periode 1933-1935 door te breken in de landelijke politiek. Ze presenteerden zichzelf als "de Derde Weg", een alternatief voor de verzuilde samenleving en de bijbehorende partijpolitiek. Het aantal leden groeide explosief: van honderd leden in de zomer van 1932 tot 22.000 leden in december 1933. In 1935, het jaar van de verkiezingen voor Provinciale Staten waren 52.000 mensen lid van de NSB. Groter zouden ze pas weer worden nadat de Duitsers Nederland waren binnengevallen. In een stad als Rotterdam groeide de NSB van 150 leden (1933) naar ruim 5600 leden in 1935.

undefined
Dominee C.B. Hylkema, vooraanstaand NSB-lid, publiceerde in 1934 de brochure Het Nederlandsch Fascisme (Particuliere collectie)

Het waren in het bijzonder arbeiders en kleine zelfstandigen, waaronder veel middenstanders, die de partij steunden. Vaak waren dit de mensen die door de zware economische crisis en het strenge bezuinigingsbeleid van minister-president Colijn financieel in zwaar weer terecht waren gekomen. De NSB oefende ook een sterke aantrekkingskracht uit op jongeren die een afkeer voelden van het toenmalige maatschappelijke en politiek systeem. De partij richtte dan ook al vroeg jongerenafdelingen op. Zo gaf de lokale NSB-jeugd in Den Haag in het najaar van 1932 al een eigen blad uit met de naam Alarm. Ook in Rotterdam had de NSB een eigen jongerenafdeling. 

Verkiezingen 1935
Bij de Provinciale Statenverkiezingen in het voorjaar van 1935 kreeg de NSB maar liefst bijna 8 % van de stemmen. Daarmee waren ze de vijfde partij van Nederland, na de Rooms-katholieke Staatspartij (27 %), de socialistische SDAP (21%) en de protestantse ARP (11 %) en CHU (9 %). De uitslag leidde tot verbaasde gezichten onder de gevestigde politieke partijen en tot enige maatschappelijke onrust. In Zuid-Holland had 8,8 % van de inwoners op de NSB gestemd. Meer dan het landelijk gemiddelde (7,9 %), minder dan in provincies als Drenthe en Limburg (beide 11 %) en Utrecht (9,5 %). 

undefined
Verkiezingsposter van de NSB uit 1935 (Particuliere collectie)

NSB-kringen
De sterke groei van de partij leidde tot de nodige organisatorische wijzigingen, met name op regionaal en lokaal niveau. Aanvankelijk was Zuid-Holland opgedeeld in de kringen Den Haag en Rotterdam. Leden in andere steden en dorpen in de provincie hadden een eigen groepsnummer en vielen onder de verantwoording van één van beide kringen en hun kringleiders. 

In 1934 was het ledental zo sterk gegroeid dat Zuid-Holland werd opgedeeld in acht kringen: Den Haag (Oost), Den Haag (West), Gouda, Dordrecht, Leiden, Nieuwe Waterweg, Rotterdam en Schieland. Nog geen jaar later werd Den Haag opgedeeld in maar liefst vijf kringen en werden ook kringen opgericht in Voorburg, Delft en het Westland. 

undefined
Optocht van NSB-leden in Utrecht, ca 1936-1937. In 1936 was de Wet op de weerkorpsen ingevoerd en mochten leden van politieke organisaties als de NSB niet meer in uniform over straat. (Collectie Rijksmuseum)

Propaganda-activiteiten
Er werden voortdurend bijeenkomsten en vergaderingen georganiseerd voor de partijleden en veel leden zetten zich ook zelf actief in om de partij te promoten. Leden trokken er op uit om in hun regio de partijkrant Volk en Vaderland en ander propagandamateriaal te verkopen, of om de partij onder de aandacht te brengen. Zo trokken NSB-leden uit Overschie er in het voorjaar van 1934 met vijf auto’s op uit om strooibiljetten uit te delen in onder meer Bleiswijk, Pijnacker en Zoetermeer. Sommige regio’s werden bezocht door NSB-afdelingen uit meerdere plaatsen. Zo was het Westland het toneel van propaganda-activiteiten van de NSB-afdelingen van zowel Schiedam en Vlaardingen als Delft en Den Haag. 

Opvallend actief waren de NSB-leden uit Rotterdam. Zij maakten reclame voor Mussert in Breda, Gouda, Maasland, Naaldwijk en Zoetermeer-Zegwaard. Tegelijkertijd werden dan soms openbare vergaderingen en bijeenkomsten georganiseerd. Op die manier probeerden de leden contact te leggen met mensen die belangstelling toonden voor hun partij en gedachtegoed. 

undefined
Een nummer van De Stormmeeuw uit 1937,  het tijdschrift van de Nationale Jeugdstorm, een jongerenbeweging met nauwe banden met de NSB.  (Particuliere collectie)

Toewijding
Een voorbeeld van een toegewijd NSB-lid was J.F. Overwijn uit Rotterdam, die met een groep kameraden de straat op ging om leden te werven en daar zeer succesvol mee was. Het duurde niet lang voordat zijn enthousiasme en toewijding werden opgemerkt en Mussert hem benoemde tot kringleider van Rotterdam. De NSB-groepen schoten als paddenstoelen uit de grond en Overwijn sprak als kringleider op velerlei plaatsen, zowel in de regio als daarbuiten. Hij was een druk bezet persoon die met regelmaat meerdere lezingen hield op één dag. Een bericht uit 1933  in Volk en Vaderland maakt zelfs melding van vier "spreekbeurten" én de installatie van twee nieuwe groepen op 1 dag.

In 1934 kreeg Overwijn een functie bij de landelijke propaganda-afdeling als gewestelijk propaganda-inspecteur en werd hij opgevolgd door Cornelis van Ravenswaay, die echter zelf ook al snel naar Utrecht vertrok om voor Mussert te gaan werken. Overwijn zegde overigens in het voorjaar van 1935 zijn NSB-lidmaatschap op, maar wat zijn motief was, is niet bekend.

undefined
Leden van de Jeugdstorm op de fiets, ze brengen de NSB-groet 'Hou Zee'. Bilthoven, 1934-1936. (Collectie Rijksmuseum)

NSB-landdag Loosduinen
Naast lokale bijeenkomsten werden ook massale samenkomsten op landelijk niveau georganiseerd. Dit soort activiteiten waren in de jaren dertig een gangbaar verschijnsel. Op 12 oktober 1935 was Loosduinen het decor voor de vierde landelijke NSB-samenkomst. Er kwamen 35.000 mensen uit de verre omtrek op af. Om de dag in goede banen te leiden, had de politie stations en straten afgezet en werd het verkeer omgeleid. 

Van te voren had de partij aan de Leyweg een werkkamp ingericht waar zowel leden als niet-leden bezig waren met de voorbereidingen van het evenement. Door het slechte weer hingen de werklieden dagenlang in hun barakken en dat kwam de sfeer niet ten goede. De arbeiders waren ook niet tevreden over de financiële vergoeding en diefstal, dronkenschap en ruzies waren aan de orde van de dag. Toen er vechtpartijen uitbraken en vernielingen plaatsvonden schakelde de leiding noodgedwongen de marechaussee in en brachten prominente NSB-ers als Mussert en Van Geelkerken met spoed een bezoek aan het kamp. Uiteindelijk kwam men zo in tijdnood dat de Landdag een week werd opgeschoven van 5 naar 12 oktober. 

undefined
Reclame voor NSB-krant Volk en Vaderland (Particuliere collectie)

Het is interessant om te zien dat dit soort bijeenkomsten in het partijblad totaal anders werden beschreven dan in media van andere politieke partijen. Zo beschreef Volk en Vaderland een bijeenkomst in Honselersdijk op 10 april 1935 als volgt: "Er waren stoelen te kort en nadat de veilingtafels bezet waren, vonden nog eenige honderden een staanplaats. Ons Leider verklaarde o.a.: “Ik wil u niets beloven, om niet de indruk te wekken dat ik uw stem wil winnen, maar ik zou u gaarne den geest onzer Beweging willen doen kennen. Telkens onderbrak het geestdriftige publiek de vurige rede van onze Leider met applaus. Deze avond gaf een belangrijke stoot aan onzen Beweging in het Westland.”

Een dag later kwam, in hetzelfde gebouw, de Anti-Revolutionaire Partij bijeen met als spreker het Tweede Kamerlid Jan Schouten uit Maassluis. Hij was toentertijd fractievoorzitter en werd later partijleider van de ARP. Deze bekende politicus uit de regio trok, zoals De Westlander, de regionale krant van de Anti-Revolutionaire Partij, al aangaf, scherp van leer tegen de NSB en zijn leider Mussert. Hierover schrijft De Westlander: Mussert trok – na veel bombarie – een 2500 menschen in het C.C.W.S.-gebouw, de A.R. kwamen met minstens 3500! … Daar kregen we dan ook stevige kost voor; een verschil met het akelige slappe spul dat “Herr Mussert” den avond tevoren opdiende! … Hoe duidelijk toonde hij (ARP-spreker Jan Schouten: red.) aan dat de onwaarachtigheid in de beweringen van de N.S.B.; hoe wees hij de S.D.A.P. terecht, die met zoet geluid den kiezer probeerde te verlokken! Wij beloven niet; wij strijden.

undefined
Verkiezingsaffiche uit 1937 van de NSB (Collectie NIOD)

Maatschappelijke onrust
Na de groei van de beweging in de eerste helft van de jaren dertig, brak een periode van tegenwerking, tegenslag en teleurstelling aan voor Mussert en zijn aanhangers. Na de verkiezingen van 1935 maatschappelijk protest los over de invloed van de NSB en het gevaar van antidemocratische politieke ideologieën, zoals fascisme, nazisme en communisme. Een soort wake-up call voor Nederland. Maar al eerder, in 1933, was het ambtenaren verboden lid te worden van de Beweging van Mussert. Ook de kerk wierp zich in de maatschappelijke discussie en in de tweede helft van de jaren dertig mochten leden van de katholieke en de gereformeerde kerk geen lid zijn van de NSB. Wanneer men toch lid bleef van de NSB mochten de mensen bijvoorbeeld niet hun kind laten dopen of deelnemen aan het breken van het brood.

Ook werd Eenheid door Democratie (EDD) opgericht, een beweging die zich tegen zowel het nationaalsocialisme als het communisme keerde. EDD was ook in Zuid-Holland actief en organiseerde onder meer bijeenkomsten in Leiden (1936) en Gouda (1937). Daarbij liet ze op verschillende manieren haar stem horen voorafgaand aan de verkiezingen van 1937 en 1939, bijvoorbeeld door het plaatsen van oproepen in kranten met teksten als Uw stembiljet is een wapen! Gebruik het tegen de dictatuur en De hechtste steun voor recht en waarheid is altijd nog openbaarheid. 

undefined
Advertentie van Eenheid door Democratie in de Delftsche  Courant, 25 mei 1937 (Delpher)

Ondertussen was de NSB onder leiding van Mussert in die periode verder geradicaliseerd. Het antisemitisme nam toe en de partij stond positief ten opzichte van het agressieve buitenlandse beleid van Hitler-Duitsland en Italië. 

Teleurstelling en intriges
De Tweede Kamerverkiezingen van 1937 liepen voor de NSB uit op een deceptie. Mussert was er vanuit gegaan dat hij premier Colijn zou verslaan, maar de NSB haalde slechts vier zetels in de Tweede Kamer. Een drama voor de partij en haar leider. Niet lang daarna brak er een machtsstrijd uit binnen de beweging, voor het merendeel achter de schermen. 

undefined
Aantal stemmen op de NSB uit het Westland in 1937 en 1938 (Overzicht auteur)

Bij dit conflict werd dominee G. van Duyl, hoofd van de afdeling Vorming van de partij en een geliefde spreker, beschuldigd van een affaire met de echtgenote van een hooggeplaatste partijgenoot. Van Duyl en enkele andere hooggeplaatste kameraden zouden Mussert naar verluidt als Algemeen Leider van zijn troon hebben willen stoten. Ook Frans Pont, die in het voorjaar van dat jaar zijn ambt als burgemeester van Hillegom moest neerleggen omdat hij voor de NSB zitting nam in de Eerste Kamer, was bij deze perikelen betrokken.

In september 1937 verlieten zowel Van Duyl, Pont als enkele andere prominenten de partij. Pont was niet te spreken over de manier waarop Mussert de kwestie Van Duyl had afgehandeld, maar ook de werkwijze en de mentaliteit van de NSB zouden hem zijn tegengevallen. Van Duyl sloot zich vervolgens aan bij verschillende extreemrechtse partijen en werd in de oorlog lid van de Germaansche SS, Pont werd in 1940 lid van de fascistische organisatie Zwart Front en meldde zich in 1941 bij het Vrijwilligerslegioen Nederland, dat voor de nazi’s vocht in Rusland. Echter, na een kort verblijf aan het Oostfront ontving Frans Pont een uitnodiging voor een gesprek als de toekomstige burgemeester van Apeldoorn.

undefined
De 'Muur van Mussert' op de Goudsberg in Lunteren. De NSB kocht dit terrein in 1936 om er partijbijeenkomsten te houden. De muur is begin 2018 aangewezen als Rijksmonument. (Foto Roger Veringmeier CC 0)

Mussert zelf zou tijdens één van zijn "Hagespraken" in Lunteren het optreden van Van Duyl en Pont "verraad aan de beweging" hebben genoemd.  "De heren wilden mij met een soort pensioen naar Zwitserland sturen", aldus Mussert. Deze redevoering vond plaats tijdens een haastig georganiseerde bijeenkomst ergens in het najaar van 1937.

Een fataal ongeluk
Eén van de Hagespraken liep uit op een persoonlijk drama voor een groepje NSB-leden uit het Westland. Op de terugweg verongelukte de auto van de NSB-ers, die afkomstig waren uit Hoek van Holland, ’s-Gravenzande en Naaldwijk, in de buurt van Alphen aan den Rijn. Geen van de inzittenden overleefde het ongeluk. 

undefined
Bericht in Volk en Vaderland (28 mei 1937) over de uitvaart van de 'medestrijders' - vier mannen en twee vrouwen - die bij een ongeluk om het leven waren gekomen (Delpher)

Weerstand
De NSB was niet overal welkom. NSB-leden uit Sliedrecht nodigden meerdere malen bekende partijleden uit om te spreken, maar het lukte steeds niet om een zaal te vinden. In Volk en Vaderland werd burgemeester Popping ervan beschuldigd de partij tegen te werken. Naar verluidt zouden zalenverhuurders door het gemeentehuis persoonlijk verzocht zijn om geen medewerking te verlenen aan NSB-bijeenkomsten, uit angst voor ordeverstoringen. Het smalende commentaar in Volk en Vaderland op 21 mei 1937: Hieruit blijkt niet alleen dat de burgemeester niet veel vertrouwen heeft in de mentaliteit van de Sliedrechtenaren, doch dat bovendien het gezag van het politiecorps, waarvan hij zelf het hoofd is, niet buitengewoon groot is. 

Graadmeter
In 1939 vonden opnieuw provinciale verkiezingen plaats, een belangrijke graadmeter om te zien in hoeverre de NSB zich had weten te handhaven. Het aantal zetels in Provinciale Staten halveerde van zeven naar drie, maar de uitslag hield min of meer gelijke tred met de Tweede Kamerverkiezingen van 1937. Daarmee was de NSB geen politieke eendagsvlieg gebleken. 

undefined
Overzicht van NSB-stemmen in de Krimpenerwaard (Overzicht auteur)

Uit bovenstaand gedeelte blijkt dat de NSB en haar leden in Zuid-Holland behoorlijk actief waren. Daarbij kon de partij blijven rekenen op een vaste kern getrouwen die, ondanks een moeizame tweede helft van de jaren dertig, vol overtuiging uitzagen naar "de Derde Weg"; een nieuwe maatschappij waar was afgerekend met "oude politiek" en de gevestigde orde.

Collaboratie met de bezetter
De Duitse inval in mei 1940 en de vele militaire overwinningen van de Duitse Wehrmacht legde de NSB geen windeieren. Een groot aantal nieuwe leden meldde zich aan, een groei die tot de zomer van 1942 aanhield. Door samen te werken met de bezetter dachten zij een Nieuwe Orde te kunnen realiseren. De partij was overigens niet betrokken bij de Duitse inval en sommige NSB-ers vochten tijdens de meidagen in het Nederlandse leger. Zo werd de latere NSB-burgemeester voor Leiden, partijlid van het eerste uur Raimond Nazaire de Ruyter van Steveninck, vanwege gevechten tegen Duitse parachutisten voorgedragen voor de Militaire Willemsorde. 

undefined
Defilé ter gelegenheid van de verjaardag van Anton Mussert. Utrecht, 1941 (Fotodienst NSB / Collectie Rijksmuseum)

Mussert, die zich richting de nazi’s profileerde als vertegenwoordiger van het Nederlandse volk, zag zelf wel wat in de oprichting van een "Groot-Nederland" (inclusief Vlaanderen) dat zelfstandig zou functioneren binnen het Duitse Rijk. De Duitse bezetters namen deze plannen overigens niet echt serieus. Hoewel de NSB in 1941 de enige politieke partij was die niet door de Duitsers werd verboden, erkenden zij Mussert pas in 1942 officieel als "Leider van het Nederlandse Volk". 

Hoewel de macht van de NSB op landelijk niveau tijdens de bezetting niet bijzonder groot was, nam haar invloed op lokaal niveau sterk toe. Het aantal NSB-burgemeesters in Zuid-Holland nam toe, zeker na de April-Mei stakingen van 1943. Burgemeesters die onvoldoende hun medewerking verleenden, werden vervangen door toegewijde NSB-leden.

undefined
'Zingend door alle Dietsche gouwen', een boek met NSB-liederen, ca. 1943 (Particuliere collectie)

Behalve het lokaal bestuur was de NSB ook door middel van de Landwacht op lokaal niveau actief. Deze paramilitaire organisatie was in principe opgericht om haar eigen leden te beschermen tegen aanslagen van het verzet. Maar onder invloed van de Duitse bezettingsmacht deden de leden van Landwacht ook mee aan allerlei acties tegen de burgerbevolking. Zo traden ze op tegen zwarthandelaren, controleerden ze persoonsbewijzen, namen ze voedsel van mensen in beslag en arresteerden ze "verdachte personen", waaronder ondergedoken Joden of leden van het verzet. Deze houding en dat gedrag droeg sterk bij aan het negatieve imago van de NSB. 

Het laatste oorlogsjaar
De snelle opmars van de Geallieerden door België na D-Day leidde tot paniek bij de Duitsers en bij NSB-ers. Het einde van de bezetting leek in zicht en dat resulteerde op 5 september 1944  in Dolle Dinsdag. Een groot aantal NSB-leden uit Zuid-Holland vertrok, in het kielzog van de Duitsers, halsoverkop richting Oost-Nederland en Duitsland. 

undefined
Onze Taak, een uitgave van de NSB-kring Den Haag (Particuliere collectie)

Toen de Geallieerde opmars strandde leek het gevaar voorlopig geweken, maar de interne organisatie van de partij zakte wel in elkaar. Het hoofdkwartier verhuisde van Utrecht naar Almelo en op kring- en groepsniveau viel de beweging langzaam uiteen. Er werden geen vergaderingen meer gehouden en geen bijeenkomsten georganiseerd. Verschillende NSB-kringen en groepsleiders vernietigden hun administratie, waaronder NSB-kring 71 'Delfland'. 

Dit betekent niet dat de NSB niet nog meer ellende veroorzaakte. Zo werd in samenwerking met de Landwacht, vlak voor het einde van de bezetting, nog een harde klap uitgedeeld richting het verzet in een deel van Zuid-Holland. Eind april lukte arresteerden zij Piet Doelman van de knokploeg Vlaardingen/Westland. Gelukkig lukte het zijn kameraden om hem begin mei uit het Oranjehotel in Scheveningen te bevrijden. 

undefined
Anton Mussert tijdens zijn proces, 27 november 1945 (Foto: Meijer/Anefo, Collectie Nationaal Archief)

Gevangenneming en internering
Na de bevrijding werden NSB-ers massaal gearresteerd. Zo arresteerden de Binnenlandse Strijdkrachten op 7 mei 1945 zonder problemen NSB-burgemeester Ipenburg, de NSB-burgervader van ’s-Gravenzande en Monster. Op sommige plaatsen braken vuurgevechten uit tussen NSB-ers en verzetsmensen, zoals in Monster. 

Iedereen die van samenwerking met de Duitsers werd verdacht werd geïnterneerd. Anton Mussert werd ter dood veroordeeld en in mei 1946 op de Waalsdorpervlakte geëxecuteerd, maar ook gewone partijleden moesten zich verantwoorden. Over de hele provincie werden provisorische kampen ingericht, waar de geïnterneerden onder erbarmelijke omstandigheden werden vastgehouden en waar mishandeling, (seksuele) intimidatie en geweld niet werden geschuwd. Enkele interneringskampen met een slechte naam waren kamp Duindorp in Scheveningen en kamp De Vergulde Hand in Vlaardingen. 

undefined
NSB-ers schillen aardappels in een interneringskamp in Scheveningen (Foto: H. Jansen/Anefo, Collectie Nationaal Archief)

Pas nadat het ministerie van Justitie in 1946 de leiding had overgenomen van het Militair Gezag verbeterde de situatie in de interneringskampen enigszins. Vele geïnterneerden moesten voor de rechter (Tribunaal of het Bijzonder Gerechtshof), verschijnen wegens hulpverlening aan de vijand, maar dat duurde vaak erg lang.

Over de auteur
Philip van den Berg studeerde geschiedenis en theologie en is aangesloten bij de Onderzoekschool Politieke Geschiedenis (OPG) voor zijn promotieonderzoek naar de NSB op het platteland. Hij is werkzaam als freelancer, schrijft artikelen, houdt lezingen en werkt op dit moment aan een tweetal boeken. De werktitels hiervan zijn: Maasland: Du Boeuff een boef? en Kamelenhaar, sprinkhanen en wilde honing. Daarnaast is Van den Berg voorzitter van de Stichting Regionaal Geschiedkundig Onderzoek (SRGO) die onlangs het boek Kring 71: De NSB in het Westland publiceerde.

undefined
Zuid-Hollandse kampen waar NSB-ers na de bevrijding werden geïnterneerd. (Werkgroep Herkenning)

 

Links

Literatuur

  • P.M. van den Berg, Kring 71: De NSB in het Westland. De weerspiegeling van een regionale NSB-afdeling in de ‘Glazen Stad’, (Maasland, 2017)
  • Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Statistiek der Gemeenten: statistisch overzicht verkiezingen 1939, inhoudende gegevens omtrent de gehouden verkiezingen voor de provinciale staten en de gemeenteraden (Den Haag, 1940)
  • H.W. von den Dunk (red.), In de schaduw van de depressie. De NSB en de verkiezingen in de jaren dertig (Alphen a/d Rijn, 1982)
  • M. van Doorne, ‘De Nationale Jeugdstorm in Holland’, Regionaal-historisch tijdschrift Holland, 10e jrg, april 1978) 41-56.
  • K. Groen, Fout en Niet Goed. De vervolging van collaboratie en verraad na de Tweede Wereldoorlog (Hilversum, 2010)
  • J. de Roos en T. de Roos-van Rooden, Moed en overmoed. Een biografie van burgemeester Dirk Frans Pont (1893-1963), (Hilversum, 2010)
  • R. Sørensen, Een gehate minderheid. NSB’ers in Rotterdam, (Rotterdam, 2004)

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Plaats reactie

Om spam te voorkomen, stellen wij u een eenvoudige vraag. Vult u alstublieft het antwoord hieronder in.