Naar overzicht

Windmolens in middeleeuws Zuid-Holland

Tegenwoordig vormen windmolens een belangrijk onderdeel van het Zuid-Hollandse landschap. Het oudst bekende type windmolen, de standerdmolen, stamt waarschijnlijk uit twaalfde-eeuws Vlaanderen. De oudst bekende molen in Holland stond in Haarlem (1274). De eerste ons bekende Zuid-Hollandse molen dateert waarschijnlijk uit 1316. In dat jaar kocht graaf Willem III materialen aan voor een molen bij Eik en Duinen (dichtbij Den Haag).

Tegenwoordig vormen windmolens een belangrijk onderdeel van het Zuid-Hollandse landschap. Het oudst bekende type windmolen, de standerdmolen, stamt waarschijnlijk uit twaalfde-eeuws Vlaanderen. De oudst bekende molen in Holland stond in Haarlem (1274). De eerste ons bekende Zuid-Hollandse molen dateert waarschijnlijk uit 1316. In dat jaar kocht graaf Willem III materialen aan voor een molen bij Eik en Duinen (dichtbij Den Haag). In Holland was het door het geringe verval in de waterlopen niet lonend veel watermolens in te zetten. Gebruik van windenergie vormde dus het alternatief. In het begin werden veel windmolens gebruikt voor het malen van graan.

Zo waren er bij de meeste dorpen molens te vinden en ook op veel stadswallen (waar de wieken veel wind vingen). Al gauw vielen de molens onder de ‘heerlijke rechten’, wat betekende dat de heer van het land ook de zeggenschap had over de molen. Windmolens werden ook in toenemende mate ingezet bij het waterbeheer. Daar vervingen ze met paarden- of spierkracht aangedreven molens om water weg te malen uit de polders. Hierbij werden vooral wipmolens gebruikt.

Molentypes

De oudst bekende molen was de standerdmolen. Deze molen was geheel van hout en bestond uit een rechthoekige romp met daarin het maalwerktuig. Deze romp stond op een spil (standaard) die men kon draaien om de wieken in de wind te brengen (het zogenaamde kruien). De voor het eerst uit 1414 bekende wipmolen vertoonde grote gelijkenis met de standerdmolen en had eveneens een romp die in de wind kon worden gedraaid. Maar het maalwerktuig bevond zich in het onderstel, wat de romp aanzienlijk kleiner maakte. Daarnaast waren er ook enkele torenmolens, die bestonden uit een cilindrische toren met daarop een kap. Daar alleen deze kap met de wieken kon worden gedraaid, wordt dit ook wel een bovenkruier genoemd.

0 reacties

Plaats een reactie

Verzenden

Heb jij een verhaal over de Zuid-Hollandse geschiedenis?

Welk verhaal mag volgens jou niet ontbreken op deze website? Deel je verhaal of tip met de redactie! Lees de voorwaarden en tips voor het schrijven van een verhaal.

Ontvang de laatste verhalen in je mailbox

Wil je op de hoogte gehouden worden van nieuwe publicaties? Abonneer je dan op onze nieuwsbrief!

Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website maakt gebruik van geanonimiseerde cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren en voor de analyse van onze website. Deze cookies kun je niet uitzetten. Bij het tonen en afspelen van YouTube video's worden cookies van derden geplaatst. Deze cookies van derden kun je wel uitzetten. Klik op "Akkoord" als je akkoord gaat met dit gebruik van cookies, klik op "Aanpassen" voor meer informatie en om zelf te bepalen welke cookies deze website plaatst.

Deze website maakt gebruik van geanonimiseerde cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren en voor de analyse van onze website. Deze cookies kun je niet uitzetten. Bij het tonen en afspelen van YouTube video's worden cookies van derden geplaatst. Deze cookies van derden kun je wel uitzetten. Klik op "Akkoord" als je akkoord gaat met dit gebruik van cookies, klik op "Aanpassen" voor meer informatie en om zelf te bepalen welke cookies deze website plaatst.