Ontdek de verhalen van Zuid-Holland

Kinderuitzendingen in de Hongerwinter

door Caroline Nieuwendijk (Gemeentearchief Schiedam)

In de Hongerwinter van 1945 zijn naar schatting zo’n 50.000 kinderen uit de steden in het westen uitgezonden naar het oosten en noorden van Nederland. Het uitzenden kende al een lange traditie; sinds het einde van de negentiende eeuw werden er al kinderen uitgezonden naar het platteland of de zee om aan te sterken. Deze keer was de reden tot kinderuitzending, een hele acute; er heerste hongersnood in het westen van Nederland.   

Oprichting IKB
Door de spoorwegstaking, die op 17 september was ingegaan, verslechterde de voedselsituatie in de steden in het westen van Nederland. Eind 1944 was het duidelijk dat er vergaande maatregelen getroffen moesten worden. In december 1944 vroeg S.L. Louwes van het Rijksbureau voor Voedselvoorziening in Oorlogstijd aan de kerken om zich voor de voedselvoorziening in te zetten. De kerken waren niet politiek actief en waren hierdoor voor zowel de Nederlanders als de Duitsers een acceptabele partner. Op 11 december 1944 ging Seyss-Inquart akkoord met de hulp van de kerken op het gebied van voedsel en uitzending van kinderen. Hiervoor werd het ‘Interkerkelijk Bureau voor Noodvoedselvoorziening en Kinderuitzending’ (IKB) opgericht. Naast het Centrale IKB in Den Haag richtte elke stad haar eigen afdeling op.

Het doel van de IKB was kinderen uit de steden in het westen naar het oosten en het noorden van het land te zenden en om op de terugweg voedsel naar het westen te brengen. Het feit dat de organisatie uitging van de kerken, bevestigde het prestige van de kerk en niet dat van een bepaalde kerk. Het geld dat al deze transporten voor kinderen en voedsel kostte werd bijeen gebracht door de (collectes in) de kerken maar met name door bedrijven.

Medische keuring
De IKB sprak af dat er uitsluitend gehandeld diende te worden op medisch-sociale indicatie. Dus werden alle kinderen die in aanmerking kwamen voor noodvoedsel of voor uitzending medisch gekeurd door een schoolarts. De schoolarts deelde de kinderen in in vier klassen. Alleen de eerste twee klassen kwamen in aanmerking voor voedsel of uitzending. Zat een kind in die hoogste klasse, dan was er sprake van minimaal 20% ondervoeding. Een sociale indicatie, bijvoorbeeld een werkeloze of een afwezige vader, leidde tot plaatsing in een hogere klasse. Als het kind het gastgezin tot last kon zijn door bijvoorbeeld het hebben van een besmettelijke ziekte of bedplassen, dan mocht het kind niet uitgezonden worden. Het kwam dan wel in aanmerking voor noodvoedsel.

Naar het pleegadres
De bedoeling was dat de ouders een adres aan het IKB gaven, waar het kind naar toe kon worden gebracht. Sommige ouders gaven het adres op van het pleeggezin waar het kind in één van de vorige zomers al was geweest. In veel steden werden namelijk al langer kinderuitzendingen georganiseerd. Vaak ging het om initiatieven van gegoede burgers die zich het lot aantrokken van bleke en zwakke arbeiderskinderen. Sommige steden beschikten zelfs over eigen "koloniehuizen" waar kinderen in de zomer konden aansterken. Ouders zonder connecties met een pleeggezin gaven vaak het adres van een familielid, vriend of kennis op. Veel ouders hadden echter geen adres maar wel een ondervoed kind. Het IKB probeerde dan ook via het eigen netwerk van de kerken aan adressen te komen waar kinderen konden worden ondergebracht. Dit was vooral voor de Rooms-katholieken moeilijk omdat er weinig geloofsgenoten in het noorden van Nederland wonen.

Het ontbreken van adressen bij het IKB leidde er vaak toe dat de kinderen door iemand van het pleeggezin in het plaatselijk café of de school konden worden afgehaald. Voordeel van deze methode was dat degene die een kind kwam halen een kind kon kiezen dat paste bij het pleeggezin. Dus van de gewenste leeftijd of van het gewenste geslacht. Nadeel was dat de kinderen die er (door omstandigheden) slecht uitzagen, lang overbleven.

Administratie
Het organiseren van een kinderuitzending bracht veel administratie met zich mee. De praktische organisatie van een nooduitzending was grotendeels hetzelfde als die van de kinderuitzendingen in of voor de oorlog. De kinderen die zich melden, moesten geregistreerd, opgeroepen en daarna geselecteerd worden door een medische keuring door een schoolarts. Het transport van de kinderen en de daarbij horende begeleiding moest worden geregeld en de adressen van de pleegouders worden geregistreerd. Ook zou er een administratie van oproepkaarten, keuringskaarten en labels moeten worden opgezet. Verenigingen die zich al voor de oorlog bezighielden met kinderuitzendingen waren uiteraard goed bekend met dit soort praktische zaken. In sommige steden werd de organisatie daarom voor een deel door mensen gedaan die de reguliere uitzending van kinderen in of voor de oorlog regelde.

Belangrijk voor de administratie was ook de kerkelijke gezindte van een kind. De gezindten van de uitgezonden kinderen dienden een afspiegeling te zijn van de bevolking van een stad. Het was een initiatief van de kerken samen, het kon niet zo zijn, dat een bepaald geloof werd voorgetrokken. Het registreren van het geloof van het kind had bovendien als voordeel dat het kind bij een gelijkgezind pleeggezin kon worden ondergebracht.

Meenemen
Aan de ouders van de kinderen werd gevraagd om de kinderen zoveel mogelijk kleding mee te geven en ze te voorzien van goed schoeisel. Want ook buiten de grote steden was er een tekort aan kleding en schoenen. Een bijna onmogelijke opgave voor de ouders, want er was niet aan kleding of schoenen te komen.
Verder moesten de kinderen een deken, een mok, een bord, vork, mes en lepel meenemen. Soms moesten de kinderen eten voor onderweg meenemen. Geen slim idee want de hongerige kinderen hadden binnen korte tijd het beetje eten, dat ze meekregen, opgegeten. Meestal werd er door de organisatie eten meegenomen of werd onderweg eten geregeld.

Transport met de vrachtwagen naar het oosten
Degene die met een (vracht)auto weg ging, vertrok meestal pas na Sperrtijd. Vervoer over de weg was namelijk niet zonder risico, er werden geregeld voertuigen beschoten door de Geallieerden. Het was veiliger om in het donker te rijden. Meestal kon er niet op benzine worden gereden maar moest er houtgas worden gebruikt. Het rijdend materieel was ook vaak van slechte kwaliteit. Al deze omstandigheden zorgden ervoor dat een tocht naar het oosten heel langzaam ging. Pas in de vroege ochtend werd de bestemming bereikt. Auto’s en vrachtauto’s waren er in alle maten en uitvoeringen. Soms konden er maar zeven kinderen mee, soms meer dan dertig. Over de weg ging de tocht naar het oosten van het land, naar Zwolle en dan verder.

Transport met een schip naar het noorden
Een manier om veel kinderen tegelijk te transporten was per schip. Dat was niet makkelijk. Alleen schippers met schepen die een rol speelden in de voedselvoorziening hadden een ontheffing voor de Arbeitseinzats en voeren nog. Door het dichtvriezen van de binnenwateren was het vervoer over water van 23 december 1944 tot half februari 1945 (bijna) niet mogelijk. Bovendien was het meereizen met een schip tot eind februari verre van ideaal. De temperaturen waren laag en er lag ijs op het water. In maart verbeterden de omstandigheden; het reizen werd prettiger, op veel dagen was er zelfs een aangenaam zonnetje. Wel hadden de kinderen in maart een aantal weken langer met weinig voedsel moeten doen waardoor ze verder verzwakt waren dan de kinderen die eerder vertrokken.

De kinderen verbleven in het ruim van het schip waar stro was neergelegd, zodat ze het warm hadden en daar makkelijk konden zitten en slapen. Er was een schot neergezet, met een emmer erachter; dat was het toilet. De schepen vervoerden vijftig tot honderdvijftig kinderen en voeren naar het noorden. Ze staken het IJsselmeer over en brachten hun kinderen in Friesland, of soms verder weg in Groningen onder. De reis duurde lang, van een paar dagen tot ruim een week. Dit kwam door de ijsvorming in de waterwegen maar ook doordat het verkrijgen van de benodigde vergunningen om bijvoorbeeld het IJsselmeer over te steken lang duurde.

De "verkeerde" trein
Het personeel van de spoorwegen was vanaf 17 september 1944 in staking, hierdoor reden er nauwelijks treinen. De treinen die nog reden, werden bemand door Duits personeel of spoorwegpersoneel dat Duitsgezind was. Het is bekend dat er een paar treinen met kinderen vanuit Rotterdam, Den Haag en Amsterdam zijn vertrokken. De Duitsgezinde NVD (Nederlandse Volks Dienst) had voor deze treinen gezorgd. Per trein konden er ongeveer zevenhonderdvijftig kinderen mee. Ze werden op Duitsgezinde pleegadressen ondergebracht.

"Wilde kinderen"
Naast de georganiseerde transporten van het IKB hebben ouders hun kinderen ook zelf op de fiets weggebracht of meegestuurd met anderen naar het oosten of noorden. Als de kinderen met de boot gingen dan kwamen ze in het noorden, in Groningen of Friesland, terecht. Vaker ging men op de fiets naar dorpen en steden ten oosten van Zwolle. Het voornaamste struikelblok daarbij was de IJsselbrug bij Zwolle, die gecontroleerd werd door Duitsers. Vaak was het vader of moeder, die op een hongertocht zijn of haar kind meenam om het op een pleegadres achter te laten. Soms waren het ook kennissen, familie of buren die een kind wegbrachten. De kinderen fietsten soms zelf, maar vaker zaten ze achterop.

De meeste kinderen gingen naar familie, kennissen of naar het pleegadres waar het een paar jaar eerder tijdens een uitzending was geweest. Ouders die geen adres hadden maar toch op weg gingen, probeerden op de bonnefooi onderweg een goed adres voor hun kind te vinden. De kinderen die niet via een organisatie waren uitgezonden, noemden het IKB ‘wilde kinderen’.

Het pleegadres
Vaak verbleven de uitgezonden kinderen op boerderijen. Maar ze konden ook zijn ondergebracht in een dorp of stad bij een winkelier of notaris. Soms was het erg druk op een pleegadres. Op boerderijen zaten ook wel eens onderduikers; dat waren vaak extra arbeidskrachten. Met de strijd om Limburg waren veel Limburgers geëvacueerd naar het noorden van het land. De kinderen gingen naar school en hielpen mee met huishoudelijke karweitjes of op de boerderij. Contact met hun ouders hadden ze via kaarten en brieven. De post stokte vanaf eind maart en kwam pas weer in mei op gang. Ouders en kinderen wisten dus wekenlang niets van elkaar.

Terug naar huis
Veel kinderen werden al in april bevrijd; veel eerder dan hun ouders in het westen van het land. Om naar huis te kunnen, moest eerst heel Nederland bevrijd zijn en de voedselsituatie in de eigen stad weer normaal zijn. Daarnaast was het transport een probleem. Veel materieel was meegenomen naar Duitsland of verkeerde in slechte toestand. Gelukkig boden de geallieerden aan om transporten te regelen. Het IKB zorgde ervoor dat alle kinderen weer naar huis konden, ook de “wilde kinderen”. Vanaf half juni kwamen deze transporten op gang, de kinderen waren dus voor het nieuwe schooljaar weer thuis. De kinderen waren overigens niet de enigen die naar huis wilden. Mensen die waren ondergedoken, geëvacueerd, gevlucht, gedeserteerd of uit een kamp kwamen wilden ook graag naar huis. Het was een (inter)nationale stroom, voornamelijk van oost naar west, van mensen die terug naar huis gingen.

Zelf op zoek
Wie op zoek wil gaan naar zijn eigen uitzendgeschiedenis, kan op diverse plaatsen aan de slag. Het NIOD (Nederlands Instituut voor OorlogsDocumentatie) in Amsterdam heeft het archief van de Centrale IKB. Overigens was de rol van dit centrale bureau, door het gemis aan communicatie- en transportmiddelen, niet zo groot. Sommige IKB’s waren zelfs niet op de hoogte van de rol die het Centrale IKB zich had toegeëigend. In het archief van de plaats van waaruit het transport is vertrokken kunnen nog notulen aanwezig zijn of andere stukken die iets verraden over de organisatie van het IKB. Lijsten met namen waarop staat wie met welk transport op welke datum is vertrokken zijn er hoogst waarschijnlijk niet. En als er lijsten zijn, dan is niet altijd duidelijk wanneer die zijn vertrokken of met welk vervoermiddel.

Ook in het archief van het IKB in de plaats waar het transport aankwam, dat is dus niet altijd de plaats waar het pleeggezin woonde, is misschien informatie te vinden. De informatie die in de archieven te vinden is, is vaak fragmentarisch. De meeste kindertransporten zijn niet meer op basis van archiefmateriaal te reconstrueren…

Wie met een NVD-trein is meegereden heeft meer geluk. De archieven van de NVD zijn meestal goed bewaard gebleven in de steden van waaruit de treinen vertrokken, dus Rotterdam, Den Haag en Amsterdam. Ongetwijfeld is er ook bij het NIOD nog wat te vinden.

Over de auteur
Caroline Nieuwendijk is werkzaam bij het Gemeentearchief Schiedam. Ze deed onderzoek naar Schiedamse kinderuitzendingen door de jaren heen. Eind 2012 verscheen haar boek De Schiedamse bleekneusjes. Kinderuitzending tussen 1900 en 1971. Dit boek is inmiddels bijna uitverkocht en alleen nog maar in Schiedam te koop, maar zal deze zomer ook digitaal beschikbaar komen via de website van het Gemeentearchief Schiedam.

Tot slot: foto's gezocht
Beschikt u over een foto van een kinderuitzending die plaatsvond tijdens de Hongerwinter? Mailt u dan naar c.nieuwendijk@schiedam.nl. Op dit moment is er slechts één foto bekend van een (vermoedelijke) kinderuitzending tijdens de Hongerwinter, deze staat op het boek van Frans Nieuwenhuizen, Naar de boeren! (2010).

Update (mei 2017): er zijn foto's opgedoken van een retourtransport

Links

Reacties

  1. augusta grigoleit

    Ja ik was 4 en ging met de trein met een zuster en haar hond waar natoe weet ik niet maar ik zou het wel heel graag willen weten.

    04 januari 2014

  2. Redactie

    @ Augusta Grigoleit Woonde u destijds in Schiedam of ergens anders? Op onze site staan diverse verhalen van voormalige bleekneusjes (zie de links onderaan het artikel), wie weet schiet u nog wel meer te binnen bij het lezen van de herinneringen van anderen of biedt het u enkele aanknopingspunten.

    06 januari 2014

  3. anoniem

    Misschien interessant om de verhalen te lezen van de kinderen die de hele Hongerwinter in Den Haag verbleven. Lees het boek de Houthalers, van ondergetekende, uitgegeven door het Haags Bunker Museum en aldaar te verkrijgen. Eventueel wil ik wel een exemplaar verzorgen. Hans Berkhout emaii: hberkhout1@kpnmail.nl

    25 september 2014

  4. anoniem

    In het dorp Sloten, gemeente Amsterdam, werden ondervoede Amsterdamse kinderen via de Pancratiuskerk bij parochianen ondergebracht. Hetzelfde gebeurde in Lijnden, aan de overkant van de Ringvaart via de Franciscus van Salesparochie. Een boer uit de Sloterdijkermeerpolder reed met twee open wagens schoolkinderen uit de Kanaalstraat naar Wieringen. In verschillende gevallen is er (soms levenslang) contact gebleven. Pim Ligtvoet, lokaal historicus

    29 oktober 2014

  5. anoniem

    In 1942,1943 en 1944 ben ik met de trein van Rotterdam naar Groningen uitgezonden en in februari 1945 per boot omstreeks 18 februari, over het Ijsselmeer en over de Friese wateren naar Groningen gebracht, naar het pleeggezin waar ik in 43 en 44 ook al was geweest. ( het transport was door de kerk georganiseerd. De terugreis na de bevrijding was bizar.

    29 oktober 2014

  6. anoniem

    In 1944-1945 ben ik vanaf Amsterdam naar Limburg uitgezonden, naar het dorp Grathem. Helaas kan ik daar niets over teugvinden. Kan iemand mij daarover iets vertellen? Heb altijd contact gehouden, inmiddels met de 3e generatie. Ik ben nu 77 jaar.

    30 oktober 2014

  7. Redactie

    Leuk al die nieuwe reacties. Blijf ze vooral plaatsen! Voor iedereen die vragen heeft over zijn/haar uitzending: zie de tips van Caroline Nieuwendijk onder het kopje 'Zelf onderzoek doen'.

    04 november 2014

  8. anoniem

    van 1943- tot 1945 was ik in Limburg waarschijnlijk in Echt ben daar ook op school geweest heb nooit meer contact gehad. zou graag meer willen weten het is een zwart gat uit mijn jeugd. mijn naam is Henny Breeve ben 73 jaar en al een tijd op zoek.

    30 november 2014

  9. Redactie

    @Henny Breeve Bedankt voor uw reactie. Waar woonde u vroeger, vanuit welke plaats bent u uitgezonden? Ik hoop dat u wat aan de tips uit het verhaal van Caroline hebt. Ook de huidige expositie in het Verzetsmuseum in Amsterdam is een aanrader!

    02 december 2014

  10. Redactie

    Nog een tip voor iedereen die op zoek is naar informatie: benader de historische vereniging in de plaats waar u terecht kwam. Als u wat aanknopingspunten hebt kunnen zij misschien een oproepje plaatsen of u op weg helpen.

    02 december 2014

  11. anoniem

    IN de Hongerwinter ben' ik vanuit Amsterdam naar Heerhugowaard gebracht achterop een fiets, volgens mij was het een mevrouw die dat deed vanuit de St. Ritakerk, ik zou graag willen.weten waar ik toen ben geweest.

    30 januari 2015

  12. anoniem

    IK ben vergeten mijn naam te schrijven, Hennie Rademaker uit Amsterdam Noord.

    30 januari 2015

  13. Redactie

    @Hennie Rademaker Zie ook de tips onder het kopje 'Zelf op zoek': het NIOD lijkt een goede eerste stap. Zie www.niod.nl. Succes!

    03 februari 2015

  14. anoniem

    ik hoopte meer te weten te komen over mijn reis (van haven Leidschendam met vrachtschip van hr,Remmerswaal) naar Oldenzaal, via Utrecht Deventer, Goor Delden. Kwam ne week terecht in Lemselo Kwam veel bij fam Engbers in Lemselo, ben helaas alle contact verloren. Weet u iets meer? Laat het a.u.b. weten. Bep Planken. Mail-adres ejbersm@gmail.com tel o6-81027338

    14 maart 2015

  15. Redactie

    @Bep Planken Wie weet leest er iemand mee die meer weet over deze reis of die u verder kan helpen. Mocht u het boek 'Naar de boeren' van Frans Nieuwenhuis nog niet hebben gelezen, dan is dat ook een goed startpunt. Succes!

    16 maart 2015

  16. anoniem

    Ik ben vanuit den haag naar het eiland Rozenburg gestuurd, in de hongerwinter, met een boot, w.s. door het IKB, naar de Fam. de Haas van Dorsser, graag zou ik wat informatie willen hebben over de mensen die deze uitzending hebben verzorgd en over de fa. de Haas van Dorsser. Ben de familie uit het oog verloren.

    05 mei 2015

  17. Redactie

    @anoniem Heeft u al contact opgenomen met het Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg? Wellicht hebben zij tips voor u.

    06 mei 2015

  18. anoniem

    De socioloog Johannes van der Weiden beschrijft in zijn bijdrage 'Heerhugowaard, 't Kruis' in de bundel Spannende Plekken zijn ervaringen als achtjarige, uitgezonden vanuit Haarlem. ISBN 978-94-90586-08-9

    11 juni 2015

  19. Redactie

    Ook u bedankt voor deze tip!

    17 juni 2015

  20. anoniem

    Geachte redactie, Mijn twee zusjes (tweeling) en ik werden vanaf treinstation Schiedam naar Groningen vervoerd. We waren eerst door de GGD "goedgekeurd". Ik kwam terecht bij een gezin waarvan de vader fotograaf was. Fam. Bouchier, O.Ebbingestraat in Groningen. Mijn zusjes werden van elkaar gescheiden en hebben heel erg heimwee naar elkaar gehad. Inplaats dat wij doorvoed weer naar huis mochten, waren we nog steeds mager en dat kwam door heimwee, ach we waren nog maar 4 en 5 jaar oud. Voor mijn ouders was het ook vreselijk. Ik weet zelf niet zo veel meer, maar heb er mooie foto's aan overgehouden. Mijn naam is Suzanna Tromp (meisjesnaam)

    21 maart 2016

  21. Redactie

    @Mw Tromp Bedankt voor het delen van uw verhaal. En wat jong waren jullie, dat zal niet makkelijk geweest zijn.

    22 maart 2016

  22. anoniem

    Wij verheugen ons a.s zaterdag aanwezig te zijn bij het gebeuren van de bleekneusjes,ook ik sprak des stijds goed boers. Mijn moeder ging in 1945 met een kinderwagen en 3 meisjes lopend naar de boeren,daaar werd ik pas ziek van ellende,te veel eten gekregen Nu ben ik 83 en blakend van gezondheid. Wil van Hamburg.

    13 april 2016

  23. anoniem

    Ik ben op zoek naar Hongervluchtelingen die in de voormalige gemeente Oostdongeradeel[Friesland] terecht zijn gekomen. Dit i.v.m. onderzoek Doede Douma Metslawier

    23 juni 2016

  24. Redactie

    @Doede Douma Hebben de tips in bovenstaand artikel al wat aanknopingspunten opgeleverd? Ik denk aan evt. sporen in het regionale archief van betrokken organisaties. Als u meer informatie heeft (namen van kinderen, plaatsen waar ze vandaan kwamen, namen van gezinnen waar kinderen werden ondergebracht) kunt u wellicht een oproep op onze site plaatsen. In dat geval: mail even naar redactie@geschiedenisvanzuidholland.nl.

    29 juni 2016

  25. Redactie

    @Wil van Hamburg Dank voor het delen van uw verhaal. Weet u nog waar u destijds bent terechtgekomen?

    29 juni 2016

  26. anoniem

    Eind 1944 ben ik met mijn oudere broer met een schip naar Lemmer gebracht. Daar vandaan zijn we met een boeren wagen naar het dorpje Kuinre gebracht. Ik kwam terecht bij tante Bertha waar meerdere evacuees ondergebracht waren. Herman de Hont

    04 juli 2016

  27. Redactie

    @Herman de Hont Bedankt voor uw reactie. Hoe zijn uw herinneringen aan deze tijd?

    07 juli 2016

  28. anoniem

    In de aanhef wordt gesproken van de WInter 1945 maar toen waren we al bevrijd. Het moet dus zijn de hongerwinter van 1944. Ik kreeg als zevenjarige voedsel uit gamellen die uit de gaarkeuken kwamen van Salvatori aan de Nunspeetlaan in Den Haag. Berd Wegman

    26 september 2016

  29. Redactie

    @Berd Wegman De Hongerwinter is de winter van 1944/1945. Maakte u als kind ook onderdeel uit van een kinderuitzending?

    27 september 2016

  30. anoniem

    Gingen er ook geen kinderen naar het buitenland ? Duitsland en verder heb ik eens gehoord,..klopt dit ?

    03 november 2016

  31. Redactie

    Dat kan ook na de oorlog geweest zijn, zie bv. dit bericht over kinderen uit Maassluis die in Engeland gingen aansterken http://www.geschiedenisvanzuidholland.nl/nieuws/maassluizer-bleekneusjes-bedanken-engeland

    08 november 2016

  32. anoniem

    In mijn herinnering heb ik, in tegenstelling tot mijn oudere broer, een leuke tijd gehad daar in Kuinre. Speelde elke dag met vriendjes op straat en de omliggende akkers. Op het adres waar ik ondergebracht was, werdt er erg goed voor mij gezorgt. Herman de Hont

    29 november 2016

  33. Redactie

    @Herman de Hont Fijn dat u goede herinneringen heeft aan die tijd. Heeft u ook contact gehouden met het gezin waar u werd opgevangen?

    30 november 2016

  34. anoniem

    Mijn ouders zijn met mijn twee oudste broers in januari 1945 vanuit Rotterdam gevlucht voor de honger en lopend in Culemborg aangekomen daarna zijn ze met de trein naar Friesland gebracht. Ik kan nu niks meer vragen. Maar er was toch een treinstaking? Ik kan nergens informatie vinden over dit soort vluchtelingen vervoer.

    08 maart 2017

  35. Redactie

    Er was inderdaad een treinstaking (vanaf half september 1944), maar er reden nog wel treinen. Zie ook het stukje "de 'verkeerde' trein" in bovenstaand verhaal. Daarin wordt beschreven dat er nog wel 'Duitse treinen' reden, waarmee ook kinderen vervoerd werden (zonder ouders overigens).

    09 maart 2017

  36. anoniem

    Ik kom nog even terug op het bovenstaande stukje , Mijn ouders zijn met mijn oudste twee broers ( die waren toen 20 maanden en 3 maanden en totaal uitgehongerd ) met de trein vanaf Culemborg naar Friesland gegaan. Ze zijn toen opgevangen in Workum op een boerderij we hebben nog steeds contact met die familie. Zou het kunnen dat met die kindertransporten dan soms TOCH ouders mee mochten als de kinderen heel klein waren. Of waren er dan soms toch andere treinen die reden?

    10 maart 2017

  37. Redactie

    Wat bijzonder dat er nog steeds contact is met de Friese familie. Wat betreft uw vraag: wellicht zijn er andere lezers die meer weten of vergelijkbare ervaringen hebben?

    13 maart 2017

  38. anoniem

    Mijn man inmiddels, 83 jaar heeft in de hongerwinter een aantal maanden in Vierhuis - Friesland verbleven. Een boerderij waarbij in het achterland turf werd gestoken. De boer en de boerin hadden aan mijn man een goedkope arbeidskracht. Er was nog een dochter Tsitske en een zoon (geestelijk gehandicapt). Hij had ongelofelijk veel heimwee en is er op een dag vandoor gegaan en is met een veewagen (?) naar Amsterdam gevlucht. In de buurt was er een jongen uit Amsterdam die het beter had getroffen, waardoor de heimwee nog meer werd aangewakkerd. De naam van deze Amsterdammer was Piet van Duivenbode. Hij zou graag met deze jongen in contact willen komen.

    22 maart 2017

  39. Redactie

    Misschien kunt u om te beginnen contact opnemen met Tresoar, het Friese historisch centrum. Zij weten waarschijnlijk of er in de regio Vierhuis een historische vereniging is die u kan helpen bij de zoektocht. Het zou goed kunnen dat er nog mensen in de regio zijn die al die jaren contact hebben gehouden met de kinderen die bij hen geplaatst waren, zeker als de band goed was. Zie www.tresoar.nl

    23 maart 2017

  40. anoniem

    Recentelijk ben ik erachter gekomen dat mijn moeder(nu 86 jaar) toen zij als uitgehongerd 14 jarig meisje naar Friesland is gestuurd door de man van het pleeggezin (langdurig?)misbruikt is. Ik zou graag uitzoeken waar zij toen geplaatst is. Deze hele geschiedenis heeft diepe sporen nagelaten in onze familie. Alle puzzelstukjes vallen nu op hun plaats.. weet u waar ik kan beginnen met zoeken? Mijn moeder kan ik er niet naar vragen, zij heeft dit alles overleefd door het weg te drukken...

    11 april 2017

  41. Redactie

    Wat een naar verhaal. In het bovengenoemde artikel staan diverse tips om te starten met onderzoek ('Zelf op zoek'). Vanuit welke gemeente is uw moeder vertrokken? Dan zou u in het desbetreffende gemeentearchief kunnen kijken of de archieven van de IKB bewaard zijn gebleven.

    13 april 2017

  42. anoniem

    IK ben met mijn broer van 5 jaar ik was 4 jaar en mijn zusje was 8 jaar zijn van uit Hilversum met een oude vuilnis auto met stro er in met zo/n 20 kinderen, naar Friesland gegaan wij werden ondergebracht in het dorp Makkum, zo/n 2 jaar,ik was allen en mijn broer en zusje,waren bij een ander gezin, ik vond het geen leuke tijd,

    15 mei 2017

  43. Redactie

    Dat kan ik me goed voorstellen, zo zonder broer en zus. Bedankt voor uw reactie.

    16 mei 2017

Plaats reactie

Om spam te voorkomen, stellen wij u een eenvoudige vraag. Vult u alstublieft het antwoord hieronder in.