Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website gebruikt cookies om filmpjes van YouTube te tonen en social mediaknoppen van Facebook, Twitter en Pinterest (third party cookies). Als je deze cookies niet wil, dan kun je dat hier aangeven. De betreffende functionaliteit wordt dan uitgeschakeld. Wij plaatsen zelf wel altijd functionele cookies voor de werking van onze website en (anonieme) analytische cookies om onze site te verbeteren.

Ontdek de verhalen van Zuid-Holland

Bloembollenteelt in Zuid-Holland

De bloembollenteelt is onlosmakelijk verbonden met Zuid-Holland

door Arie Dwarswaard

Als er één cultuur onlosmakelijk is verbonden met de provincie Zuid-Holland, dan is het wel de bloembollenteelt. Weliswaar is ze er niet ontstaan, en is de provincie nu ook niet meer in oppervlakte het grootste teeltgebied, in de geschiedenis van de bloembol speelt de provincie een vooraanstaande rol.    

Bloembollen komen in de tweede helft van de zestiende eeuw in de Lage Landen in de belangstelling te staan bij welgestelden en wetenschappers. De plantkundige Carolus Clusius speelt in de verspreiding van met name de tulp een centrale rol. Hij is echter niet de enige die tulpen in onze contreien invoert. Clusius onderhoudt met talloze vrienden contact, en uit de briefwisseling van een aantal van hen kunnen we zien dat er volop geruild werd. Tulpen vormden in die ruilhandel een wezenlijk onderdeel.

Als Clusius in 1593 wordt benoemd tot hortus prefectus van de Universiteit in Leiden neemt hij een flinke collectie planten, zaden en bollen mee, waaronder tulpen. De tulp veroorzaakt een ware hebzucht, uitmondend in de befaamde tulpenwindhandel van 1636-1637. Als de storm is gaan liggen blijft de bloembol in Nederland. Met name rond Haarlem komen er steeds meer kleine kwekerijen. Ook in wat nu de Duin- en Bollenstreek is zijn er in de 18e eeuw al lieden die er een kwekerij op na houden. Dat gebeurt in onder meer Lisse, Noordwijk en Hillegom. Dat alles vanwege de geschikte zandgronden.

In de tweede helft van de 19e eeuw breidt de bloembollenteelt zich snel uit. Al gauw is de omgeving van Haarlem niet voldoende, en trekt de teelt richting de plaatsen Hillegom, Lisse en Sassenheim, later gevolgd door Voorhout en Noordwijkerhout. Ondernemers starten met de teelt en handel, en nemen steeds meer duingebied in ontwikkeling. De aanblik van de streek verandert gaandeweg van binnenduinbos naar open land met bloembollen. Pas dan wordt de naam Duin- en Bollenstreek gevestigd. Ook in het Westland komt de bloembollenteelt opzetten, met name in de omgeving van ’s-Gravenzande. Tot de jaren ’60 van de 20e eeuw is de teelt hier van met name tulpen van groot belang.

Begin 20e eeuw is de rol van Haarlem op teeltgebied eigenlijk al uitgespeeld. Steeds meer relevante ontwikkelingen vinden in de Duin- en Bollenstreek plaats. Dat leidt bijvoorbeeld tot de oprichting van de Rijks Middelbare Tuinbouwschool in Lisse in 1911, de start van het bloembollenonderzoek in 1917, eveneens in Lisse en de vestiging van twee bloembollenveilingen in 1921 en 1923, ook in Lisse. Daarnaast neemt het aantal exportbedrijven in de streek ook in die periode sterk toe. En het afzanden van de duingrond voor de bollenteelt leidt tot de oprichting van een kalkzandsteenfabriek bij Hillegom in 1904.

In diezelfde tijd zijn er ook al weer ondernemers die het allemaal te krap vinden worden in de streek. Zij verleggen hun bedrijfsactiviteiten naar bijvoorbeeld de kop van Noord-Holland, waar ook goede zandgronden liggen. In West-Friesland komt de teelt op kleigrond op gang.

Hoewel er na de Tweede Wereldoorlog steeds meer bloembollen elders worden geteeld, behoudt de Duin- en Bollenstreek zijn bekendheid als teeltgebied. Dat wordt versterkt door nieuwe initiatieven als het Bloemencorso (1948) en vooral de Keukenhof (1949). Die laatste attractie trekt vanaf het begin al tienduizenden bezoekers.

In de jaren zeventig begint gaandeweg de bloembollenteelt terrein te verliezen. Grootschalige bouwprojecten in alle gemeentes gaan ten koste van bollengrond. Die ontwikkeling gaat versterkt door in de jaren tachtig en negentig. Begin jaren negentig komt er echter een beweging op gang om het bijzondere karakter van de Duin- en Bollenstreek te behouden. Dit wordt een maatschappelijk breed gedragen initiatief, dat gehoor oplevert bij provincie en rijk. Het plan voor een "Bollenstad" verdwijnt van de tekentafel en de sector krijgt de kans om zich als "Greenport" verder te ontwikkelen en de toekomst bloeiend tegemoet te gaan.

Over de auteur
Arie Dwarswaard is als vakredacteur Bloembollenvisie werkzaam bij de Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur (KAVB).

Reacties

  1. iemand die iets wil weten over bloembollen.

    wat is de geschiedenis van bloembollen??

    07 januari 2014

  2. Redactie

    @iemand Wat wil je precies weten?

    08 januari 2014

Plaats reactie

Om spam te voorkomen, stellen wij u een eenvoudige vraag. Vult u alstublieft het antwoord hieronder in.