Ontdek de verhalen van Zuid-Holland

Zelf onderzoek doen: een stappenplan

Wil je iets weten over het verleden van je plaats, regio of familie en heb je zelf nog nooit eerder onderzoek gedaan? Dan helpt dit stappenplan je verder. Het stappenplan is geschreven door Eelco Beukers, bekend van diverse publicaties over de geschiedenis van Holland. 

Allereerst kort de 6 stappen, ze worden hieronder uitgebreid toegelicht.  

  1. Schrijf op wat je wilt weten in de vorm van een gerichte vraag (de onderzoeksvraag)
  2. Probeer een algemeen beeld te krijgen van het onderwerp dat je wilt onderzoeken (de oriëntatiefase)
  3. Ga na of anderen je onderzoeksvraag al eens hebben beantwoord (het literatuuronderzoek)
  4. Bedenk waar je informatie kunt vinden om je onderzoeksvraag te beantwoorden (het zoeken van informatie)
  5. Leg gevonden informatie op een ordelijke en systematische manier vast (het vastleggen van informatie)
  6. Beantwoord je onderzoeksvraag in de vorm van een verhaal (de verslaglegging)

Stap 1 – De onderzoeksvraag

Afbakenen
Een goed onderzoek begint bij een goede vraag. Zo’n vraag helpt je bij het afbakenen van je onderzoek. Een goede onderzoeksvraag geeft aan over welke periode je iets wilt weten of welk aspect je bijzonder interesseert. Door zo’n vraag te stellen voorkom je dat je veel tijd steekt in dingen die voor je onderzoek niet zo belangrijk zijn.

Hoofd- en deelvragen
Er zijn simpele onderzoeksvragen, zoals ‘Wanneer is deze verbouwing uitgevoerd?’ Maar meestal omvat een vraag meer, zoals: ‘Hoe heeft mijn stadswijk zich sinds 1960 ontwikkeld?’ Bij zulke grotere vragen is het zinvol naast een hoofdvraag deelvragen te formuleren. Je splitst je onderzoeksvraag uit in kleinere vragen, die eenvoudiger te beantwoorden zijn. Deelvragen bij een onderzoek naar de ontwikkeling in een wijk sinds 1960 zijn bijvoorbeeld: Hoeveel mensen wonen er in mijn wijk sinds 1960? Welke bedrijven waren er in 1960, welke zijn daar nog van over en welke zijn er bij gekomen? Welke foto’s van mijn wijk zijn er voor deze periode te vinden? enz. 

Bij een wat breder onderzoek zijn er heel veel van dit soort vragen te bedenken. Schrijf ze aan het begin van je onderzoek allemaal op. Kijk vervolgens welke de belangrijkste zijn. Welke deelvragen geven je al een algemene indruk? En welke vragen gaan meer over details, die je later kunt inpassen? Een voorbeeld van een wat bredere vraag is: ‘Van wanneer dateren de huizen in mijn wijk (ongeveer)?’ Een voorbeeld van een gedetailleerde vraag is ‘Waarom staat er in de Van Wijckstraat een blok nieuwere huizen?’

Nieuwe vragen
Onderzoek roept constant nieuwe vragen op. Wees daarop bedacht en voeg ze toe aan de lijst met deelvragen. Het is heel verleidelijk om gelijk met zo’n nieuwe vraag aan de slag te gaan. Maar vaak is het beter eerst door te gaan met de deelvraag waar je mee bezig was. Als je een deel van het onderzoek hebt afgerond, kun je tussentijds nagaan of je je lijstje met hoofd- en deelvragen moet herzien.

Tips
* Vaak kan je pas een goede en gerichte onderzoeksvraag stellen als je je al enigszins in het onderwerp hebt verdiept. In de praktijk zullen stap 1 (het formuleren van de onderzoeksvraag) en stap 2 (de oriëntatiefase) in elkaar overlopen.

* Er zijn talloze onderzoeksgidsen die je verder kunnen helpen bij het opzetten van een onderzoek. Enkele goede onderzoekshandleidingen zijn:

- P. de Buck, M.E.H.N. Mout, G. Musterd en J. Talsma, Zoeken en schrijven. Handleiding bij het maken van een historisch werkstuk (Baarn 2002; tiende druk).

- K.W.J.M. Bossaers en J.A. Brugman, Handleiding voor historisch onderzoek in Zuid-Holland (Hilversum 1997).

- Onderzoeksgids geschiedenis (Universiteit Utrecht).

* Zie verder onder Hulpmiddelen bij onderzoek voor gespecialiseerde onderzoeksgidsen, onder andere ook voor genealogisch onderzoek.

Stap 2 – De oriëntatiefase

Afhankelijk van het onderzoek dat je wilt doen, is het zinvol een kortere of langere onderzoeksoriëntatie in te lassen. Dat is minder belangrijk als je al veel van het onderwerp afweet en je een heel scherpe (of beperkte) onderzoeksvraag hebt. Maar vaak begint een onderzoek toch bij het aftasten van het onderwerp:

- Algemene en gespecialiseerde encyclopedieën – al dan niet op internet – geven je een eerste indruk.

- Wat zeggen de naslagwerken over mijn stad, deze bedrijfstak of deze religieuze stroming?

- Ook een bezoek aan een gespecialiseerd museum kan in dit stadium heel informatief zijn.

- Raadpleeg ten slotte algemene literatuur over de geschiedenis van een bepaald onderwerp of gebied.

In deze oriëntatiefase kom je vast ook al de nodige specialistische literatuur over het onderwerp tegen. Noteer die titels in een kaartsysteem, een apart schriftje of een apart document: ze zijn van nut voor de volgende fase: die van het literatuuronderzoek (zie ook stap 5).

Tips
Over de geschiedenis van Zuid-Holland en Zuid-Hollandse dorpen en steden biedt deze website zelf al heel veel informatie. Ook op andere websites is heel veel te vinden over Hollandse en Nederlandse geschiedenis. 

Belangrijk voor een eerste oriëntatie kunnen verder zijn:

- Thimo de Nijs en Eelco Beukers (red.), Geschiedenis van Holland (Hilversum 2002-2003; drie delen) (over de geschiedenis van Noord- en Zuid-Holland).

- Algemene geschiedenis der Nederlanden (Haarlem 1977-1983; vijftien delen).

Veel steden hebben een recente stadsgeschiedenis. Deze zijn te vinden door op deze site te kijken bij de geschiedenis van de betreffende gemeente.

Stap 3 – Het literatuuronderzoek

Waarom literatuuronderzoek?
Heel veel onderwerpen zijn al wel eens onderzocht. Belangrijk is dan ook het ‘literatuuronderzoek’. Daarbij ga je na welk onderzoek al is gedaan.

Soms geeft bestaande literatuur al een perfect antwoord op de onderzoeksvraag of op deelvragen: er is bijvoorbeeld al een diepgravende stadsgeschiedenis of een jubileumboek over een bepaald bedrijf. In zo’n geval eindigt het onderzoek in de literatuurfase.

Maar meestal is het anders: er is wel wat aan het onderwerp gedaan, maar dat gaat niet diep genoeg. Of de onderzoeksvraag is net een beetje anders. Of je bent het niet eens met de conclusies van een eerdere onderzoeker. In die gevallen is het zinvol de uitkomsten van eerder onderzoek op een rijtje te zetten en op basis daarvan je onderzoeksvraag en deelvragen aan te scherpen. Wat hebben eerdere onderzoekers over het hoofd gezien? Wat is volgens jou essentieel om uit te zoeken?

En natuurlijk kan het ook gebeuren dat je helemaal niets vindt over je onderwerp: een bepaalde tak van een stamboom is bijvoorbeeld nog nooit uitgezocht; of over de melkveehouderij rond 1910 in jouw dorp is helemaal niets bekend. Maar ook in zo’n geval heeft literatuuronderzoek zin. Want er is bijna altijd wel iets te zeggen over de bredere context: over de geschiedenis van de melkveehouderij in de streek bijvoorbeeld, of over de rest van de stamboom. Zulke ‘achtergrondinformatie’ is vaak heel waardevol.

Hoe vind je gedrukte literatuur?
Als onderzoek belangrijk is, wordt het meestal wel op een of andere manier gepubliceerd. In boeken en tijdschriften bijvoorbeeld. Veel onderzoek begint dan ook in de bibliotheek.

Catalogi van bibliotheken bevatten meestal alleen omschrijvingen van boeken en tijdschrifttitels (en niet van tijdschriftartikelen). Van veel bibliotheken (waaronder de openbare bibliotheken staat de catalogus inmiddels op internet. Zeer uitvoerige catalogi zijn ook te vinden op de site van de Koninklijke Bibliotheek. Om die te raadplegen moet je wel zijn ingeschreven als lid.

Een andere manier om snel literatuur te vinden is te beginnen bij een zo recent mogelijke publicatie over het onderwerp. Achterin of in de noten is snel te zien welke literatuur de auteur heeft gebruikt. Als je vervolgens die literatuur op dezelfde manier doorneemt, krijg je al snel een beeld van wat er in de loop van de jaren is gepubliceerd. We noemen deze manier van werken ook wel de ‘sneeuwbalmethode’. Houd er overigens rekening mee dat voorgangers wel eens literatuur hebben gemist. Je krijgt met de sneeuwbalmethode bijna nooit een volledig overzicht.

Omdat tijdschriftartikelen – zeker voor lokaal onderzoek – heel belangrijk kunnen zijn, loont het de moeite om jaargangen door te nemen van gespecialiseerde tijdschriften. Veel daarvan publiceren met een zekere regelmaat een register (een overzicht op auteursnaam en vaak ook op onderwerp). Steeds meer tijdschriften zetten hun register op het internet.

Als je belangrijke literatuur tegenkomt, noteer dan direct de titel, op een centrale plaats, waar je hem snel kunt terugvinden. Noteer de titel volledig. Vergeet bijvoorbeeld niet in welk tijdschrift of op welke internetpagina je die onderzoeksresultaten bent tegengekomen (zie ook stap 5, het vastleggen van informatie).

Hoe vind je onderzoeksresultaten op internet?
Op internet zijn steeds meer onderzoeksresultaten te vinden. Het heeft zeker zin op via zoekmachines als Google bestaand onderzoek te achterhalen. Stel jezelf wel steeds de vraag: hoe betrouwbaar is deze webpagina? Wie is de maker of de auteur? En hoe betrouwbaar is die? Er wordt ook veel onzin op het web gezet.

Wanneer doe je geen literatuuronderzoek?
Soms kan je de fase van literatuuronderzoek overslaan. Dat geldt met name voor kleine, heel precieze onderzoeksvragen. Als je een bouwtekening van je huis zoekt, of een foto van je straat, dan is literatuuronderzoek niet nodig: je kunt dan direct door naar een archief.

Stap 4 – Het zoeken van informatie

Als het literatuuronderzoek je geen goed antwoord op je onderzoeksvraag geeft, begint een nieuwe fase: die van het bronnenonderzoek. In deze fase ga je op zoek naar naar losse brokjes informatie waarmee je je vragen kunt beantwoorden.

Twee soorten bronnen
Er zijn twee soorten bronnen:

- primaire bronnen

- secundaire bronnen

Primaire bronnen hebben een directe link met het onderwerp dat je onderzoekt. Als je bijvoorbeeld onderzoek doet naar het leven van een persoon, vormen zijn brieven, maar ook de inschrijving in het geboorteregister, een vakantiefoto en een schoolrapport primaire bronnen. Het zijn als het ware ‘ooggetuigenverslagen’.

Secundaire bronnen hebben betrekking op het onderzoeksonderwerp, maar stammen ‘uit de tweede hand’. Een biografie of een stamboom zijn bijvoorbeeld secundaire bronnen. Ze zijn gebaseerd op primaire bronnen en/of weer andere secundaire bronnen.

Bij je onderzoek kan je zowel primaire als secundaire bronnen gebruiken. Bij secundaire bronnen moet je er rekening mee houden dat de auteur selectief met zijn informatie is omgegaan. Veel historici willen daarom liefst zo veel mogelijk met primaire bronnen werken. Nadelen van primaire bronnen zijn dat ze vaak maar een heel klein stukje van het verleden laten zien, dat het soms veel moeite kost om ze te vinden en dat je soms heel veel primaire bronnen nodig hebt om een beeld van het verleden te krijgen.

Teksten en andere bronnen
Bij bronnen denken we vaak aan teksten. Bij secundaire bronnen is dat zo sterk, dat deze categorie bronnen vaak ook wordt aangeduid als ‘literatuur’. Maar lang niet alle bronnen zijn geschreven of gedrukt. Ook foto’s, schilderijen, voorwerpen en archeologische sporen kunnen ons iets over het verleden vertellen. Voorwerpen en archeologische sporen zijn bijna per definitie primaire bronnen. Maar een afbeelding kan ook een secundaire bron zijn: als je onderzoek doet naar middeleeuwse ridders, dan is een schilderij met ridders uit 1957 een secundaire bron. Hij is namelijk gebaseerd op andere bronnen.

Plekken waar je informatie kunt vinden
Uiteraard staat er steeds meer historische informatie op het internet. Maar internet is niet de enige plaats waar je kunt zoeken. Vrijwel altijd zal je informatie nodig hebben uit boeken of documenten die je niet op het internet kunt raadplegen. Dan komen de volgende informatiebronnen in beeld:

- bibliotheken

- archieven

- beeldarchieven

- musea

Bedenk dat er heel veel informatie beschikbaar is. Hoe preciezer je onderzoeksvraag is, hoe gerichter je kunt zoeken – en hoe beter medewerkers van bibliotheken en archieven je bij je zoektocht kunnen helpen.

Internet
Het internet is een uitstekend vertrekpunt voor onderzoek, zowel in de oriëntatiefase als bij het literatuur- en bronnenonderzoek.

Algemene zoekmachines
Met een zoekmachine als Google is soms al verrassende informatie te vinden. Je kunt op Google je zoekresultaat op verschillende manieren verfijnen en verbeteren. Bedenk dat er naast Google nog allerlei andere zoekmachines bestaan (bv. Bing of Yahoo), en dat deze niet allemaal dezelfde zoekresultaten tonen. In het boekje de Google Code (2009) van Henk van Ess lees je hoe je optimaal gebruik kunt maken van de zoekmogelijkheden op het web.

Sites over geschiedenis
Naast dit soort algemene zoekmachines is er een groot aantal gespecialiseerde sites over historische onderwerpen. Op deze website vind je allerlei verhalen over Zuid-Hollandse gemeenten, tijdvakken en speciale onderwerpen in de Zuid-Hollandse geschiedenis. 

Informatief, verantwoord en uitgebreid over Nederlandse geschiedenis zijn de sites van het Nationaal Archief, het Rijksmuseum en het VPRO-geschiedeniskanaal. Het Huygens ING (Instituut voor Nederlandse Geschiedenis) biedt digitale naslagwerken en een grote hoeveelheid online bronnen. De Canon van de Nederlandse geschiedenis vind je op www.entoen.nu. Deze is vooral bedoeld voor het onderwijs, maar biedt ook lijsten met recente literatuur. Op www.regiocanons.nl zijn diverse regionale en lokale canons te vinden. Deze opsomming is uiteraard niet uitputtend. Elders in dit stappenplan zijn nog andere nuttige en informatieve sites te vinden.

Historische informatie op het internet
Bovengenoemde en andere sites op historisch gebied bieden historische informatie van uiteenlopende aard. Veel informatie is secundair (gebaseerd op andere informatiebronnen), maar op internet kan je ook primaire bronnen vinden. Vooral wie op zoek is naar beeldmateriaal kan op internet zijn hart ophalen: Nederlandse archieven, musea en beeldcollecties zijn al heel ver in het digitaliseren van prenten, foto’s, kaarten en schilderijen. Een overzicht van online bronnen in de Zuid-Hollandse archieven vind je hier. De digitalisering van primaire tekstbronnen – originele brieven, rekeningen, ambtelijke dossiers, akten en dergelijke – is minder ver gevorderd. Als je die wilt raadplegen, zal je veelal nog naar een archief toe moeten. Maar je kunt je speurtocht wel al goed voorbereiden door op internet te zoeken (zie Archieven). Voor secundaire bronnen (literatuur) is de bibliotheek de aangewezen plek. Ook voor het raadplegen van boeken en tijdschriften moet je veelal nog naar de bibliotheek toe, maar ook kan je van achter het computerscherm al wel uitzoeken welke bibliotheek de benodigde informatie heeft. Een speciale vermelding is hier op zijn plek voor Delpher, het platform van de Koninklijke Bibliotheek dat toegang biedt tot miljoenen gedigitaliseerde kranten, tijdschriften en boeken. 

Bibliotheken
In welke fase van je onderzoek je ook bent, je zult bijna altijd boeken en tijdschriftartikelen gebruiken. Bibliotheken zijn een belangrijke bron van informatie voor historisch onderzoek.

Er zijn verschillende soorten bibliotheken.

- De openbare bibliotheek is vaak dicht in de buurt en zal in de oriëntatiefase en bij het eerste literatuuronderzoek vaak goede diensten kunnen bewijzen. Meestal is het aanbod aan literatuur over het (lokale) verleden wel beperkt. Overigens vind je in veel openbare bibliotheken tegenwoordig een ‘Historisch Informatiepunt’ (HIP) of ‘Historisch Ontmoetingspunt’ (HOP) Deze zijn opgezet in samenwerking met archieven en historische verenigingen en geven informatie over de lokale of regionale geschiedenis.

- Meer gespecialiseerde literatuur vind je in de bibliotheek van het lokale of regionale archief: zeker over lokale en regionale onderwerpen zijn die vaak zeer compleet.

- Voor meer wetenschappelijke en niet-Nederlandstalige literatuur kan je terecht in universiteitsbibliotheken (in Leiden bijvoorbeeld) en de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Lenen is in deze bibliotheken alleen mogelijk als je staat ingeschreven, maar inkijken kan wel. De Koninklijke Bibliotheek bevat van vrijwel elk boek dat in Nederland is verschenen een exemplaar.

- Voor genealogisch onderzoek is de bibliotheek van het Centraal Bureau voor Genealogie de aangewezen plek.

- Daarnaast zijn er nog andere gespecialiseerde onderzoeksbibliotheken. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de bibliotheken van musea, die soms zeer uitgebreid zijn. Waardevol zijn ook de collecties boeken en tijdschriften in gespecialiseerde instellingen als het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (voor landschap, archeologie en gebouwd cultuurgoed) en het Meertensinstituut (voor dagelijks leven, taal en dialect).

- Ten slotte hebben sommige historische verenigingen een interessante collectie boeken en tijdschriften over de lokale geschiedenis. Je vindt de historische vereniging in je dorp of stad door op deze site te kijken bij de geschiedenis van de betreffende gemeente. Daaronder staat waar mogelijk de weblink naar de plaatselijke historische vereniging.

Archieven
Als je op zoek bent naar heel specifieke gegevens, ben je al snel aangewezen op een archief. Archiefinstellingen zijn gespecialiseerd in het bewaren en ontsluiten van geschreven documenten, administratieve gegevens, prenten en foto’s. Ook vind je hier gedrukte informatie, zoals pamfletten, kranten en officiële stukken (de notulen van gemeenteraadsvergaderingen bijvoorbeeld). Ten slotte tref je in archieven ook andere stukken aan, zoals originele tekeningen, affiches, kaarten en grammofoonplaten, videobanden en films.

Overheidsarchieven
De bekendste archiefinstellingen zijn de overheidsarchieven (archieven van gemeenten, provincies en het Rijk (het Nationaal Archief)). Deze archiefinstellingen zijn ooit begonnen met een heel praktisch doel: het vastleggen van ‘managementinformatie’. Het archief werd niet aangelegd om latere onderzoekers een plezier te doen, maar om gegevens te bewaren (en terug te vinden!) die van belang waren voor het bestuur. Je vindt hier dus veel stukken van bestuurlijke aard, zoals gegevens uit de burgerlijke stand, ambtelijke correspondentie, stukken van departementen, raadsbesluiten en dergelijke.

Gelukkig zijn overheidsarchieven tegenwoordig heel wat breder georiënteerd. Ze hebben in de loop der tijd ook archieven verzameld van andere ‘archiefvormers’ dan de overheid alleen. Denk daarbij aan bedrijven, verenigingen, organisaties en particulieren die voor zichzelf een archief hebben aangelegd en dat na verloop van tijd hebben overgedragen aan een overheidsarchief. Verder zijn hier bijvoorbeeld de archieven van rechtbanken en notarissen te vinden.

Andere archieven
Daarnaast bestaan er nog allerlei andere, meer gespecialiseerde archieven:

- Archieven van waterschappen en hoogheemraadschappen. Eigenlijk zijn dit ook overheidsarchieven, maar dan toegespitst op het waterbeheer.

- Bedrijfsarchieven. Voor hun bedrijfsvoering hebben commerciële organisaties natuurlijk ook een archief nodig. Bij enkele (grotere) bedrijven zijn dit aparte afdelingen waar gespecialiseerde archivarissen en historici werkzaam zijn.

- Kerkelijke archieven.

- Thematische archieven en documentatiecentra, zoals het Internationaal Archief voor de Sociale Geschiedenis (IISG), Atria, het Kennisinstituut voor Emancipatie en Vrouwengeschiedenis (het voormalige IIAV), het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (DNPP),het Katholiek Documentatie Centrum (KDC), het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme (HDC) en nog vele andere.

Voor een uitvoerig (maar niet volledig) overzicht kan je terecht op de site Archieven.nl en op Thematis Erfgoed Portaal. Een overzicht met alle Zuid-Hollandse archiefinstellingen is te vinden op deze website.

- Lopende archieven. De hiervoor genoemde archieven zijn niet meer in gebruik. Ze bieden soms onvoldoende informatie voor onderzoek naar recente gebeurtenissen. Je zult dan soms contact moeten opnemen met de beheerders van lopende archieven van overheden, bedrijven, instellingen of particulieren. Het kan lastig zijn toegang te krijgen tot deze archieven. Overheidsarchieven worden pas na 20 tot 30 jaar overgebracht naar een openbare archiefinstelling.

Zoeken in archieven
De genoemde archiefinstellingen beheren samen vele honderden kilometers aan archiefmateriaal. Om daarin nog wat terug te vinden, is een uniform ordeningssysteem ontwikkeld.

Uitgangspunt is een indeling in ‘archiefvormers’ (de instanties en personen die bepaalde archieven hebben aangelegd). Zo kan een gemeentearchief archieven bevatten van de gemeente zelf, kerkelijke organisaties, bedrijven, actiegroepen, families, etc. De omvang van elk archief kan enorm verschillen, van één mapje van misschien nog geen centimeter dik tot uitgestrekte archieven van gemeenten en bedrijven van soms duizenden mappen en banden. Vanzelfsprekend zijn archieven al snel op verschillende niveaus onderverdeeld.

Deze indeling betekent dat je bij het zoeken in een archief eerst goed moet nadenken over de vraag waar de informatie die jij zoekt ergens in het archief zou kunnen liggen. Vraag nummer 1 is: welke archiefvormer kan deze informatie hebben verzameld en bewaard? Als je bijvoorbeeld iets wilt weten over de geschiedenis van een kerkgebouw, dan ligt het voor de hand dat je nagaat of het archief van het betreffende kerkbestuur in het gemeentearchief ligt. Maar wellicht vind je in de archieven van de gemeente zelf ook informatie, bijvoorbeeld omdat het kerkbestuur een bouwvergunning heeft aangevraagd.

Elk archief van een bepaalde archiefvormer heeft een eigen toegangsnummer. Per toegangsnummer kan vervolgens een systematische inhoudsopgave beschikbaar zijn, de ‘inventaris’. Daarbinnen zoek je naar het gedeelte van het archief waar volgens jou de betreffende informatie zou kunnen liggen. Uiteindelijk vraag je het meest relevante gedeelte van het archief op om uit te zoeken of er inderdaad archiefstukken zijn die je verder kunnen helpen bij je onderzoek. Ondanks de soms ver doorgevoerde ontsluiting van een archief kan dit tijdrovend werk zijn. Houd er bovendien rekening mee dat lang niet alle archieven zijn geïnventariseerd.

Zoeken in archieven via internet
Door de toename van online bronnen is archiefonderzoek tegenwoordig wel wat eenvoudiger geworden. De meeste archiefinstellingen hebben inmiddels op het internet gezet welke archieven ze in huis hebben en wat daarvan de toegangsnummers zijn. Bovendien zijn veel van deze databases onderling gekoppeld, zodat je op de site van Archieven.nl in meer dan 35.000 archieftoegangen kunt zoeken. Een soortgelijke functionaliteit biedt Thematis.

Voor het raadplegen van geschreven en gedrukte archiefstukken zelf moet je in de regel nog altijd naar het archief zelf toe. Er zijn archieven waarbij je archiefstukken op verzoek kunt laten scannen, zoals het Haags Gemeentearchief. 

Een gelukkige uitzondering zijn kranten. Via het reeds genoemde Delpher, een dienst van de Koninklijke Bibliotheek, zijn een groot aantal historische kranten en tijdschriften te doorzoeken. Ook in Zuid-Holland bieden veel archieven online toegang tot lokale en regionale kranten. Zo zijn op de websites van het Haags Gemeentearchief, het Gemeentearchief Rotterdam, het Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, het Gemeentearchief Wassenaar, de Groene Hart Archieven en het Gemeentearchief Schiedam lokale en regionale kranten te doorzoeken.

Tips
- Een gedegen handleiding voor archiefonderzoek biedt Yvonne Bos-Rops, Marijke Bruggeman en Eric Ketelaar, Handleiding voor het gebruik van archieven in Nederland (Bussum 2005).

- Daarnaast geven sommige archieven zelf informatiebladen uit met allerhande aanwijzingen voor (specifiek) archiefonderzoek. Zie hiervoor onder meer de informatiebladen van het Nationaal Archief en het Haags Gemeentearchief

- Speciaal voor (archief)onderzoek naar de lastige periode 1795-1815 is er de Onderzoeksgids bestuur en administratie van de Bataafs Franse tijd 1795-1813, die ook is te downloaden via de site van het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis.

- Het is niet vreemd als je in een archief iets niet kunt vinden. Leg je probleem gerust voor aan een medewerker van het archief. Zij kennen het archief door en door en kunnen je vast wel op weg helpen.

Beeldarchieven
Als je op zoek bent naar beeldmateriaal, kan een zoektocht via de afbeeldingenfunctie van Google soms al wel wat opleveren. Maar als je echt iets bijzonders wilt, kan je beter in speciale beeldverzamelingen zoeken. Tegenwoordig kan dat voor een belangrijk deel via het internet. Houd er wel rekening mee dat nog niet alle instellingen klaar zijn met het digitaliseren van hun collecties: er is soms nog veel meer.

Archieven
Het is logisch de speurtocht naar goed beeldmateriaal te beginnen bij een of meer overheidsarchieven. Veel archieven onderhouden een eigen beeldbank. Deze bevatten uitgebreide collecties prenten, kaarten en foto’s, waarvan veel inmiddels op internet staat. Zeer omvangrijk is de beeldbank van het Nationaal Archief. Ook andere archieven bevatten interessant beeldmateriaal. Zo zijn in waterschapsarchieven vaak bijzondere kaarten te vinden.

Musea
Daarnaast vind je natuurlijk veel beeldmateriaal in musea. Zij bewaren vooral unieke afbeeldingen (tekeningen, schilderijen), maar soms ook prenten, affiches, kaarten en foto’s. Zo bevat het Rijksprentenkabinet (onderdeel van het Rijksmuseum) een van de grootste verzamelingen oude prenten in Nederland en bijzonder fotomateriaal. Foto’s van gerenommeerde fotografen zijn onder meer te vinden in de beeldbank van het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam.

Andere instellingen
Ook buiten archieven en musea is verrassend veel bijzonder beeldmateriaal te vinden. Zo heeft de Atlas van Stolk een zeer uitgebreide collectie prenten en tekeningen met betrekking tot de Nederlandse geschiedenis. Zoeken in deze collectie doe je op een aparte site. Ook de bibliotheek van de Universiteit Leiden herbergt een unieke verzameling prenten, tekeningen, kaarten en foto’s (in de afdeling Bijzondere Collecties).

Persfoto’s
Een zeer interessante bron voor de geschiedenis van de twintigste en eenentwintigste eeuw zijn persfoto’s. De beroemde collectie van het Spaarnestad Fotoarchief bevat er zo’n veertien miljoen, onder meer uit het legendarische tijdschrift Het leven. Deze collectie is inmiddels ondergebracht bij het Nationaal Archief, waar bijvoorbeeld ook de persfoto’s van Uitgeverij Elsevier te vinden zijn. Persfoto’s van lokale kranten zijn vaak overgedragen aan gemeentearchieven. De persfoto’s van Het Vrije Volk zijn terechtgekomen bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG). Voor recentere geschiedenisbeelden kan je zoeken in de bestanden van fotopersbureaus, zoals Hollandse Hoogte en ANP Photo.

Speciale sites
Ten slotte zijn er op internet sites te vinden waarop je (gespecialiseerde) collecties van verschillende instellingen tegelijk kunt doorzoeken. Voorbeelden daarvan zijn de Atlas of Mutual Heritage voor beeldmateriaal met betrekking tot de VOC en de WIC en Maritiem Digitaal voor museale voorwerpen, afbeeldingen en literatuur over scheepvaartgeschiedenis. Ook zijn er regionale samenwerkingsprojecten, zoals de Beeldbank Noord-Holland en de site Geschiedenis van Zuid-Holland. Verder maakt een groeiend aantal erfgoedinstellingen gebruik van fotowebsite Flickr om hun collectie onder de aandacht te brengen. Zo werkt het Nationaal Archief mee aan Flickr The Commons.

Beeldrechten
Het zoeken van beeldmateriaal is in principe gratis. Maar voor het publiceren ervan moet soms wel worden betaald: auteursrechten aan de maker of zijn erfgenamen en beeldrechten aan de instelling die het beeldmateriaal beheert. Bovendien betaal je soms voor het maken van de scan. Als je beeldmateriaal wilt publiceren (hetzij op papier, hetzij via het internet), vraag dan eerst naar de kosten. Die kunnen behoorlijk hoog zijn. Een groeiend aantal instellingen maakt gebruik van Creative Commons licenties, die het mogelijk maken om werk onder bepaalde voorwaarden (bv. voor niet-commercieel gebruik en/of met bronvermelding) vrij te geven.

Musea
De Nederlandse museumdichtheid is enorm. Je kunt het zo gek niet bedenken, of er is wel een museum dat je verder kan helpen bij je onderzoek. In musea vind je schilderijen, tekeningen en sculpturen, maar ook sieraden, meubels, kleding en tal van andere voorwerpen die je helpen bij het inleven in het verleden.

Vaak hebben museale voorwerpen betrekking op het leven van de elite, maar er zijn natuurlijk ook musea die juist gespecialiseerd zijn in het bewaren van alledaagse voorwerpen, zoals het Openluchtmuseum in Arnhem, het Museum van de Twintigste Eeuw in Hoorn of het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen.

Daarnaast zijn er musea die specifiek informatie geven over het verleden van een stad of streek. Zij zijn een rijke bron voor onderzoek naar de lokale geschiedenis. Historische musea richten zich vaak op bepaalde thema’s of op stad of streek. Voorbeelden van themamusea zijn het Legermuseum in Delft, het Westlands Museum voor Streek- en Tuinbouwhistorie, het Museum voor Communicatie in Den Haag en het Maritiem Museum Rotterdam.

Voor archeologische voorwerpen kan je terecht op de Nederlandse afdeling van het Leidse Rijksmuseum van Oudheden en in lokale en regionale historische musea. De genoemde musea vormen slechts een fractie van het aanbod. Om snel je weg in museumland te vinden zijn er handige museumgidsen op internet, zoals museum.nl.

Digitale ontsluiting en depots
Vaak zie je in museumzalen maar een fractie van de totale collectie. Om die reden worden steeds meer museumcollecties gefotografeerd en op het internet geplaatst. Enkele voorbeelden zijn de site van het Rijksmuseum, themasites als Maritiem Digitaal en regionale sites als Collectie Gelderland. De deelcollecties van een groot aantal musea, waaronder ook veel Zuid-Hollandse instellingen, zijn te doorzoeken via www.musip.nl. Hoewel een groeiend aantal musea in ieder geval de topstukken uit de collectie online aanbiedt, is op dit moment nog maar een fractie van de Nederlandse museumcollecties volledig ontsloten.

Een gunstige uitzondering vormt de collectie van het radio- en televisiemuseum Beeld en Geluid in Hilversum. Weliswaar kan je niet rechtstreeks via het internet oude radio- en televisieprogramma’s bekijken, maar wel kan je zoeken in een database van ruim 700.000 titels en van je keuze een cd of dvd bestellen.

Stap 5 – Het vastleggen van informatie

Systematisch noteren van onderzoeksinformatie
Heb je eenmaal belangrijke informatie gevonden, leg die dan duidelijk vast. Doe het op een systematische manier, zodat je het later eenvoudig kunt terugvinden. Dat is van belang voor het stadium dat je de verzamelde informatie gaat gebruiken om de onderzoeksvraag te beantwoorden. Niets is zo irritant als eindeloos te zoeken naar een bepaalde aantekening.

Het doet er niet zo veel toe hoe je je gegevens noteert. Sommige mensen gebruiken een schrift, anderen werken met losse kaartjes, die ze steeds in een andere volgorde kunnen zetten. Weer anderen werken liever op een computer, in een tekstverwerkings- of databaseprogramma. Maar welke werkwijze je ook kiest, probeer systematisch te zijn.

Verantwoorden
Wetenschappelijk onderzoek hoort transparant te zijn: derden moeten kunnen nagaan hoe je aan je gegevens komt. Bij historisch onderzoek wordt de herkomst van onderzoeksgegevens daarom meestal aangegeven in noten. Je noemt dat de ‘verantwoording’.

Nu is niet elk onderzoek naar het verleden een wetenschappelijk onderzoek. Niet altijd hoef je je zo uitvoerig te verantwoorden als een echte historicus zou doen. Toch is het wel prettig als je zelf nog weet waar je bepaalde informatie hebt gevonden. Het komt vaak voor dat je in een latere fase van het onderzoek nog eens wilt nalezen wat er nu precies in de betreffende bron stond. Leg daarom vast waar je informatie vandaan komt. Noteer van boeken de volledige auteursnaam, titel, plaats en jaar van verschijnen en de pagina waar je de gegevens hebt gevonden. Vergeet bij tijdschriftartikelen de naam van het tijdschrift niet en in welke jaargang het artikel staat. Ga bij archiefstukken en informatie op het internet net zo te werk: zorg er steeds voor dat de informatie eenvoudig is terug te vinden.

Stap 6 – De verslaglegging

Eigenlijk is onderzoek nooit klaar: er zijn altijd dingen die je nog beter zou willen uitzoeken. Maar er komt een moment dat je vindt dat je naar je eigen gevoel de onderzoeksvraag voldoende kunt beantwoorden. Dat is het moment dat je begint aan de verslaglegging. Hoe je dat doet, is sterk afhankelijk van de onderzoeksvraag. Als je simpelweg wilde weten wanneer je huis is verbouwd en je hebt in het archief de betreffende bouwtekening gevonden, dan is het antwoord niet meer dan één jaartal. Maar meestal is het wat ingewikkelder.

De vorm van de verslaglegging is ook afhankelijk van het doel. Wil je alleen iets weten voor jezelf? Ben je bezig met een verhaal over je familie voor je familie? Ben je bezig met een werkstuk voor school? Maak je een tentoonstelling? Of wil je een artikel schrijven voor het tijdschrift van de historische vereniging? Hoe verschillend ook, er zijn wel enkele constanten voor een goede verslaglegging:

- Stel de onderzoeksvraag centraal. Tijdens het onderzoek ben je ongetwijfeld nog allerlei andere zaken tegengekomen die ook leuk zijn om te weten. Gooi die zeker ook niet weg. Maar neem ze niet op in je verslag. Ze leiden alleen maar af van de hoofdzaak.

- Probeer een verhaal te vertellen. Zelfs als het je vooral ging om het maken van een stamboom of een lijst met bepaalde gegevens, dan nog loont het vaak de moeite om (daarnaast) eens uit te leggen wat je uit die stamboom of tabel kunt afleiden. Een rij namen, geboortedata en sterfdata zegt de meeste mensen niet zo veel; een verhaal in de trant van ‘Onze voorouders wonen al generaties lang in de Alblasserwaard en trouwden bijna nooit met iemand uit een grote stad’ zegt al veel meer. Een tentoonstelling die uit foto’s van vroeger bestaat, wordt leuker als je die foto’s ook in een verband plaatst: ‘Eerst waren er veel winkeltjes in de straat, maar later werden dat gewoon woonhuizen’.

- Wees spaarzaam met opsommingen van aantallen, prijzen, namen en jaartallen – ook al heb je veel moeite gedaan om die te verzamelen. Gebruik deze gegevens in je verslag alleen voor zover ze illustratief zijn voor een grotere ontwikkeling of verwerk ze in een duidelijke grafiek.

- Vertel aan het begin van je verhaal wat je wilt weten en vat het antwoord aan het slot nog eens kort samen.

Hulpmiddelen bij onderzoek

Over het verleden is veel informatie beschikbaar, maar het opsporen daarvan is soms lastig. Gelukkig zijn er de nodige boeken, sites en instellingen die je op weg kunnen helpen. Ze zijn hier geordend per thema.