Naar overzicht

Jan Noorlander: 'Als je molens stilzet worden het dode dingen. Dan is de ziel eruit'

Marloes Wellenberg
05 augustus 2020 — 2 reacties

Jan Noorlander (1936-2020) groeide op de Achtkante Molen in Streefkerk op en maalde later als vrijwillig molenaar op diverse molens in de Alblasserwaard, waaronder de Broekmolen.

"Mijn vader is geboren op de Sluismolen, één van de vijf molens van de molengang Streefkerk. Na enige tijd verhuisde mijn opa met zijn gezin naar de Oude Wetering, een andere molen uit het complex. Toen zat de Sluismolen om een molenaar verlegen. Mijn vader was 18 jaar, maar mijn opa zei: 'Hij kan het makkelijk doen.' Dus toen is mijn vader daar molenaar geworden."

In 1932 gingen zijn ouders op de Achtkante Molen inwonen bij Meindert van Dulst, een oudere, vrijgezelle molenaar. "Tussen Meindert en ons is het altijd goed gegaan. Die man is 92 geworden en we hebben nooit last van elkaar gehad. Mijn vader had er juist ontzettend veel plezier van, want Meindert had een beetje bouwland. Her en der had hij akkertjes liggen. Aan de westkant van de molen, langs de Tiendweg en ook aan de overkant op een eilandje. Die moestuintjes werden bijgehouden door de oude Meindert en mijn vader. Ze verbouwden er van alles: aardappelen, bieten, bonen, heel de mikmak. Fruitbomen waren er niet, maar laag bij de grond hadden we wel kruisbessenstruikjes staan. De groente werd ingemaakt met zout en bewaard onder de bedstee. (…) Als molenaar was je blij met opbrengst uit eigen tuin, want het molenaarssalaris was niet hoog. Eenmaal per jaar, op oudejaarsdag, mocht je af gaan rekenen bij Schippers, de secretaris van het polderbestuur."

Zijn moeder kwam uit het dorp, niet uit een molenaarsfamilie of boerengezin. Noorlander: "Ze was een gewoon burgermens. Als mijn moeder eens naar dat akkertje aan de overkant moest varen met de schouw (een platte roeiboot, red.), dan was ze al driemaal in de rondte geweest, voordat ze er was. Dat ging van geen kant [lacht]. Daar kon je aan zien dat ze niet in de polder was opgegroeid."

"Om verder in zijn inkomen te voorzien, werkte mijn vader los bij boeren. Dat deed hij vooral in de zomer, want in de winter moest je als molenaar veel malen natuurlijk. In de zomer hielp hij altijd met de hooibouw en in de winter hielp hij met knotwilgen hakken. Ook sloot- en baggerwerk deed hij veel. Daar begonnen ze al mee na de hooibouw in de zomer. Schouwbaggeren in de Wetering. Dan moesten ze dat eerst in de schouw gooien en dan hoosden ze de bagger eruit op het land. Daar maakten ze een grote hoop van en in de winter reden ze dat uit op het land om het vruchtbaarder te maken."

De Achtkante Molen kon flink koud worden in de winter. Noorlander: "Bij mijn vader in de bedstee zaten de dekens een keer vastgevroren.(…) Toen ik groter werd, sliep ik in een ledikant. Als ik in bed lag kon ik door de andere zolders heen de sterren zien staan, zulke gaten zaten er in de zolders. Potverdikkie, wat was dat slecht afgewerkt. Wij wisten niet beter, maar als je het vergeleek met de molens in Kinderdijk, dan waren dit maar hokken, hoor. Die molens waren veel beter afgewerkt, zeker nu natuurlijk. Er is van alles aan gerommeld. Ze hebben er stroom, gas en alles."

Als zijn vader uit werken was, maalde zijn moeder ook met de molen. "Dan moest het wel écht hard nodig wezen, daar was ze helemaal geen mens voor." Dit in tegenstelling tot de echtgenote van één van de andere molenaars op de molengang. "De vrouw van Willem van Wijk stond altijd bij de molen. Die man was zelf meestal op het land aan het werk. Intussen zat hij dan vanachter de kruiwagen te kijken hoe het afliep. Op een keer gingen de wieken achterstevoren lopen of er brak een ketting, ik weet niet meer precies. Toen zei hij later: 'Ja, ik heb het verkeerd gedaan…' Ja, ja!"[lacht]

In 1952 kwam er een gemaal, vertelt Noorlander. "De molens werden stilgezet en aan onderhoud werd niet veel meer gedaan. Soms moesten de molens nog wel eens bijspringen, maar het animo om te malen was niet meer zo groot. Eén van de molenaars had zelfs al een andere baan. (…) De kades bij de molens zijn in 1953 afgegraven om dijken te herstellen na de watersnoodramp. Er lagen van die grote keien in het talud van de hoge boezemkaden. Die zijn allemaal naar Zeeland gegaan."

In 1955 vertrok de familie Noorlander uit de molen. "Mijn vader was machinist geworden van het gemaal dat aan de dijk stond. Dan moest hij ’s nachts bij die machine vandaan helemaal naar de molen toe. Dat was geen doen. Mijn moeder hoorde dat er een oud cafeetje vrijkwam en maakte er werk van dat wij erin konden. Met elkaar hebben we daar zo’n beetje een huiskamertje getimmerd en gerommeld. Een douche hadden we niet, maar wel een aanrechtje. Het was een gezellig huisje, het zat tegen de dijk aan en de bus stopte vlakbij."

Zelf ging Noorlander aan de slag in de bouw, maar de molens lieten hem niet los. Hij werd vrijwillig molenaar op onder meer de Broekmolen. Deze was door de provincie Zuid-Holland aangewezen in het kader van de wet Bescherming Waterstaatswerken Oorlogstijd (BWO), die begin jaren ’50 werd aangenomen en ervoor moest zorgen dat er in geval van oorlog altijd nog molens waren om eventuele beschadigde gemalen te vervangen. "Met de Broekmolen kon je heerlijk malen. Van alle Streefkerkse molens vond ik de Oude Weteringmolen en de Broekmolen het beste, hoewel de Tiendwegmolen ook een vlugge molen was."

Toen hij in 2013 stopte als vrijwillig molenaar kreeg hij een certificaat van verdienste voor zijn inzet voor de molens. "Het is belangrijk om de molens draaiende te houden. Als je molens stilzet worden het dode dingen. Dan is de ziel eruit. Dan is er niks meer te beleven. Ik weet nog hoe de Achtkante Molen vroeger kon lopen. Als die molen maalde dan zag je het achtkant zo heen en weer gaan. Dan zag je ‘m asem halen, als het ware."

Jan Noorlander is op 20 oktober 2020 overleden.

Over de auteur

Marloes Wellenberg is historicus en werkt als adviseur voor Erfgoedhuis Zuid-Holland. Zij werkte mee aan onder meer de Canon van Zuid-Holland. Zuid-Holland in 50 verhalen (2011), de Atlas van de Trekvaarten in Zuid-Holland (2021) en is projectleider van het oral historyproject Molenverhalen, dat tot doel heeft het dagelijks leven en werken op de Zuid-Hollandse poldermolens vast te leggen.

2 reacties

Marijke Schep van der Horst email marijkevanderhorst@live.nl 18 januari 2023

Beste Lezer leuk om een verhaal te lezen waar Mijndert van Dulst in voorkomt. Volgens mij is dat mijn overgrootvader van moeders kant. Volgens mij was hij geen vrijgezel maar weduwnaar. Ik zou er graag meer van weten. De naam noorlander is bekend in onze familie.

Redactie 25 januari 2023

Beste Marijke, we hebben je gemaild, maar voor eventuele andere geïnteresseerden ook even hier een reactie. We hebben deze vraag voorgelegd aan een neef van Jan Noorlander. In de familie Noorlander is altijd verteld dat Van Dulst alleenstaand was.

Plaats een reactie

Verzenden
Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website maakt gebruik van geanonimiseerde cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren en voor de analyse van onze website. Deze cookies kun je niet uitzetten. Bij het tonen en afspelen van YouTube video's worden cookies van derden geplaatst. Deze cookies van derden kun je wel uitzetten. Klik op "Akkoord" als je akkoord gaat met dit gebruik van cookies, klik op "Aanpassen" voor meer informatie en om zelf te bepalen welke cookies deze website plaatst.

Deze website maakt gebruik van geanonimiseerde cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren en voor de analyse van onze website. Deze cookies kun je niet uitzetten. Bij het tonen en afspelen van YouTube video's worden cookies van derden geplaatst. Deze cookies van derden kun je wel uitzetten. Klik op "Akkoord" als je akkoord gaat met dit gebruik van cookies, klik op "Aanpassen" voor meer informatie en om zelf te bepalen welke cookies deze website plaatst.