Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website gebruikt cookies om filmpjes van YouTube te tonen en social mediaknoppen van Facebook, Twitter en Pinterest (third party cookies). Als je deze cookies niet wil, dan kun je dat hier aangeven. De betreffende functionaliteit wordt dan uitgeschakeld. Wij plaatsen zelf wel altijd functionele cookies voor de werking van onze website en (anonieme) analytische cookies om onze site te verbeteren.

Ontdek de verhalen van Zuid-Holland

Zuid-Holland in de steentijd

Hoewel Zuid-Holland in de prehistorie voornamelijk uit ondoordringbaar moeras bestond, woonden er zelfs in de steentijd al mensen.

Hoewel Zuid-Holland in de prehistorie voornamelijk uit ondoordringbaar moeras bestond, woonden er zelfs in de steentijd al mensen.    Tijdens de aanleg van de Betuwelijn stuitten archeologen in 1997 bij Hardinxveld-Giessendam op restanten van bewoning. Ze vonden onder andere het 7500 jaar oude skelet van een vrouw. Het is het oudste skelet dat tot nu toe in Zuid-Hollandse, en zelfs in Nederlandse bodem is aangetroffen. Omdat de opgravingen werden uitgevoerd in voorbereiding op de aanleg van de Betuwelijn, kreeg de vrouw de toepasselijke naam Trijntje toebedeeld. Uit onderzoek van de botten is gebleken dat Trijntje ongeveer vijftig jaar is geworden en geen kinderen heeft gehad. Er zijn geen sporen van ziekten gevonden, maar haar gebit was opvallend sterk gesleten. Vermoedelijk komt dit door het eten van ruw voedsel en het bewerken van dierenhuiden met haar tanden.

Jagen en vissen
Trijntje behoorde tot een klein groepje jagers en vissers. Deze mensen bivakkeerden in kleine hutjes op een ‘donk’, een zandtop in een verder moerassige omgeving. Zij visten op zowel zoet- als zoutwatervissen. Trijntje en haar groepsgenoten lijken een grote voorkeur te hebben gehad voor snoeken, maar aten bijvoorbeeld ook zeehondenvlees. In het moeras werd gejaagd op vogels en waterdieren als schildpadden. Verder leverde de begroeiing van de zandtoppen en het omringende moeras plantaardig voedsel op, zoals bramen, waternoten, hazelnoten, appels en de wortelknolletjes van speenkruid. Deze mensen en hun honden – het enige huisdier dat ze kenden – woonden niet permanent op deze donk: ’s zomers trokken ze met hun kano’s naar de hoger gelegen gronden in Brabant.

Landbouw
Vanaf omstreeks 3000 v.Chr. schakelden de jagers en vissers geleidelijk aan over op landbouw en veeteelt. Zij bouwden kleine vaste nederzettingen op de zandige hoge plaatsen, waar men weinig last had van overstromingen. Deze cultuur van jagers, vissers en boeren wordt naar de oudste vindplaats de Vlaardingencultuur genoemd.

Links

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Plaats reactie

Om spam te voorkomen, stellen wij u een eenvoudige vraag. Vult u alstublieft het antwoord hieronder in.