Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website gebruikt cookies om filmpjes van YouTube te tonen en social mediaknoppen van Facebook, Twitter en Pinterest (third party cookies). Als je deze cookies niet wil, dan kun je dat hier aangeven. De betreffende functionaliteit wordt dan uitgeschakeld. Wij plaatsen zelf wel altijd functionele cookies voor de werking van onze website en (anonieme) analytische cookies om onze site te verbeteren.

Ontdek de verhalen van Zuid-Holland

Steden in de Gouden Eeuw

De Hollandse regenten waren vóór alles stadsbestuurders en rijkdom was een vanzelfsprekende voorwaarde

Halverwege de zeventiende eeuw vormden steden de kern van het politieke bestel in Holland. De ‘regenten’ waren vóór alles stadsbestuurders. Voor het lidmaatschap van een stadsbestuur was rijkdom een vanzelfsprekende voorwaarde. Maar het was niet genoeg: men moest ook behoren tot de sociale kring van de mensen die al in het bestuur zaten.    

Stadsbestuur
Deze groep hield zichzelf in stand doordat nieuwe bestuurders werden gekozen door de ‘vroedschap’, een raad waarvan de leden (veelal zelf oud-bestuurders) voor het leven waren benoemd. Deze vroedschap koos jaarlijks drie of vier ’burgemeesters’ om te fungeren als dagelijks bestuur.

De ambten die geld, macht en aanzien met zich meebrachten, stonden in feite alleen open voor wie nauwe relaties had met de vroedschap. Overigens heerste hier vaak wel rivaliteit tussen ‘facties’ (partijen): in de strijd om de beste banen trachtte de ene factie leden van de andere van de belangrijkste ambten uit te sluiten.
Waar dat lukte, heerste onrust, omdat een deel van de regenten van invloed en inkomsten was verstoken; waar het niet lukte, heerste ontevredenheid, omdat de banen moesten worden verdeeld over relatief veel gegadigden.

De steden breiden zich uit
Dankzij de toegenomen handel en nijverheid groeiden de steden in de zestiende en zeventiende eeuw snel. Dat maakte stedenbouwkundige ingrepen nodig: men legde grachtenstelsels aan en bouwde nieuwe stadsmuren en -poorten. De economische voorspoed maakte het bovendien mogelijk in oude én nieuwe stadswijken imposante kerken en stadhuizen neer te zetten. De stadspoorten, waag- en marktgebouwen waren eveneens toonbeelden van stedelijke trots.

Opmerkelijk is dat ook ‘sociale instellingen’ als weeshuizen, armenhuizen en ziekenhuizen prestigieus werden vormgegeven: ook daarmee kon de stad zich aan de buitenwereld presenteren als een goed georganiseerde maatschappij. Tegelijkertijd lieten welvarende regenten en kooplieden fraaie woonhuizen ontwerpen, veelal gesitueerd aan de grachten. Al deze bouwactiviteiten waren ook bevorderlijk voor tapijtwevers, schilders en meubelmakers – want vanzelfsprekend mocht de inrichting niet achterblijven bij de gevel.

Zie ook Stedelijke politiek in de zeventiende eeuw en Sociale zorg in Zuid-Hollandse steden.

Reacties

  1. lila van duinen

    vet vet saai

    23 november 2010

Plaats reactie

Om spam te voorkomen, stellen wij u een eenvoudige vraag. Vult u alstublieft het antwoord hieronder in.