Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website gebruikt cookies om filmpjes van YouTube te tonen en social mediaknoppen van Facebook, Twitter en Pinterest (third party cookies). Als je deze cookies niet wil, dan kun je dat hier aangeven. De betreffende functionaliteit wordt dan uitgeschakeld. Wij plaatsen zelf wel altijd functionele cookies voor de werking van onze website en (anonieme) analytische cookies om onze site te verbeteren.

Ontdek de verhalen van Zuid-Holland

Stadscultuur in de negentiende eeuw

De 19e-eeuwse burger ging op zoek naar culturele verfijning en vooral ook vermaak

In de Zuid-Hollandse steden ontstond in de negentiende eeuw een nieuwe stadscultuur onder de burgers. Op zoek naar culturele verfijning en vooral ook vermaak richtten zij overal nieuwe verenigingen op en gaven zij de aanstoot tot tal van nieuwe culturele voorzieningen.    

Theaters en musea
Het theater maakte een opleving door en ook concerten en opera’s werden goed bezocht. Om deze activiteiten onderdak te bieden werden schouwburgen en stadsgehoorzalen gebouwd, of werden bestaande voorzieningen ingrijpend verbouwd, zoals de Leidse schouwburg in 1865. Behalve voor de uitvoerende kunsten had men ook veel interesse voor de beeldende kunst. Om deze reden werden musea gebouwd, een betrekkelijk nieuw fenomeen.

Een historische interesse bleek ook uit de bouw van vele monumenten, gewijd aan de helden van de lokale of nationale geschiedenis. Nieuwe openbare gebouwen werden vaak ontworpen in nieuwe bouwstijlen als het neoclassicisme of later de neogotiek, die eveneens herinneringen aan het verleden opriepen.

Het verenigingsleven
Sinds de tweede helft van de achttiende eeuw ontstonden er in de steden steeds meer verenigingen. Vooral na de Franse tijd nam het stedelijk verenigingsleven een hoge vlucht. Zo waren de eerder genoemde uitvoerende kunsten ruim vertegenwoordigd in vele toneel- en operaverenigingen. Ook waren in de meeste steden letterkundige en leesverenigingen te vinden die zich bezighielden met wetenschap en kunsten. Deze verenigingen waren vaak overblijfselen uit de achttiende eeuw. Muziekverenigingen daarentegen waren wél een nieuw fenomeen.

Beschavingsdrang
De burgerij had ook een beschavingsdrang, en in de loop van de negentiende eeuw bestonden er verschillende filantropische verenigingen met als doel de minder bedeelde medemens te onderrichten. De bekendste daarvan was de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen (opgericht in Edam in 1786). Andere verenigingen hadden tot doel het verspreiden en behouden van cultureel erfgoed. Sommige van deze verenigingen hielden zich ook bezig met het voortzetten (of heruitvinden) van oude tradities, zoals de Leidse 3 October Vereeniging die in 1886 werd opgericht voor de viering van het Leidens Ontzet.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Plaats reactie

Om spam te voorkomen, stellen wij u een eenvoudige vraag. Vult u alstublieft het antwoord hieronder in.