Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website gebruikt cookies om filmpjes van YouTube te tonen en social mediaknoppen van Facebook, Twitter en Pinterest (third party cookies). Als je deze cookies niet wil, dan kun je dat hier aangeven. De betreffende functionaliteit wordt dan uitgeschakeld. Wij plaatsen zelf wel altijd functionele cookies voor de werking van onze website en (anonieme) analytische cookies om onze site te verbeteren.

Ontdek de verhalen van Zuid-Holland

Sociale zorg in Zuid-Hollandse steden

In de zestiende en zeventiende eeuw konden veel mensen niet in hun eigen levensonderhoud voorzien. Ze waren geheel of gedeeltelijk afhankelijk van giften en liefdadigheid.

In de zestiende en zeventiende eeuw konden veel mensen niet in hun eigen levensonderhoud voorzien. Ze waren geheel of gedeeltelijk afhankelijk van giften en liefdadigheid. In de middeleeuwen konden deze armen een beroep doen op de liefdadigheid van de Kerk, die onder andere aalmoezen uitdeelde. Naast de Kerk waren er ook particuliere weldoeners, die ‘proven’ (fondsen voor hulpbehoevenden) konden stichten. Rijke weldoeners stichtten bijvoorbeeld hofjes, bestaande uit kleine huisjes rond een binnentuin. De prove bestond uit het kosteloos bewonen van een huisje. Als tegenprestatie werd van de begunstigden verwacht dat ze zouden bidden voor de zielenrust van de weldoener. Armenzorg was een goede daad waarmee mensen boete konden doen voor zondig gedrag. Armen konden incidenteel ook terecht bij kloosters, die regelmatig voedsel uitdeelden. Gilden steunden hun leden in geval van armoede of ouderdom.

Gast- en weeshuizen
Arme zieken die niet thuis konden worden verzorgd, kwamen naar een gasthuis, zoals het Schiedamse Sint-Jacobsgasthuis en het Leidse Katherijnegasthuis. Tegen betaling van een inkoopsom konden mensen in een gasthuis levenslang een eigen kamer krijgen. Het kapitaal dat werd opgebouwd door deze inkoopsommen en giften, stelde de gasthuizen in staat ook armen in het huis onderdak te geven. Iets duurder en chiquer dan de gasthuizen waren de proveniershuizen, ook wel oudemannen- en oudevrouwenhuizen.

De opkomst van de weeshuizen in de zestiende eeuw werd meer veroorzaakt door de norm dat armen niet mochten bedelen dan door het aantal arme wezen in de betreffende stad. In de stedelijke weeshuizen werden alleen wezen opgenomen waarvan de ouders het burgerrecht hadden bezeten. Daarnaast nam het weeshuis alleen die kinderen op die tot volledige zelfstandigheid opgeleid konden worden. In een enkel geval richtte een stadsbestuur, dat verantwoordelijk was voor de ondersteuning van alle plaatselijke armen, een weeshuis op waarin alle wezen konden worden opgenomen, zoals in Delft. Dit in 1579 opgerichte weeshuis bood onderdak aan zowel volle als halve wezen, verlaten kinderen en soldatenkinderen. Zij werden gevoed, gekleed, gehuisvest en kregen er onderwijs. Een wees verliet het weeshuis zodra hij of zij volledig zelfstandig was.

Reacties

  1. anoniem

    Ik ben op zoek naar een stuk tekst over de gilde uit leiden. zoals informatie over de verschillende groepen gilden. waar kan ik dat vinden?

    13 juni 2017

  2. Redactie

    Interessante vraag, ik kan daar niet direct publicaties over vinden. Op de website van Erfgoed Leiden (www.erfgoedleiden.nl) zijn wel enkele publicaties over specifieke gildes (let op, niet allemaal uit Leiden) te vinden en ook enkele archieven die wellicht aanknopingspunten bieden.

    20 juni 2017

Plaats reactie

Om spam te voorkomen, stellen wij u een eenvoudige vraag. Vult u alstublieft het antwoord hieronder in.