Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website gebruikt cookies om filmpjes van YouTube te tonen en social mediaknoppen van Facebook, Twitter en Pinterest (third party cookies). Als je deze cookies niet wil, dan kun je dat hier aangeven. De betreffende functionaliteit wordt dan uitgeschakeld. Wij plaatsen zelf wel altijd functionele cookies voor de werking van onze website en (anonieme) analytische cookies om onze site te verbeteren.

Ontdek de verhalen van Zuid-Holland

Ons huis aan de Noorddijk was helemaal afgebrand, we hebben er niets uit kunnen redden

Maassluis, 18 maart 1943

door Pieter van Houten, Historisch Museum Maassluis (2009)

Op donderdag 18 maart 1943 om ongeveer half vier arriveerden twaalf Australische bommenwerpers boven Maassluis met als doel de olieraffinaderij Witol aan de Heldringstraat. Witol lag aan de rand van het oude centrum. De raffinaderij kreeg slechts één treffer in een loods, het oude centrum daarentegen werd zwaar getroffen. Er vielen achttien doden. De twaalfjarige Jannie Westein was op het moment dat de bommen vielen nog op school.    

De school was in de Reinestraat net buiten het gebombardeerde gebied. Van het bombardement zelf kan zij zich weinig herinneren, wel van de gebeurtenissen direct erna. In Maassluis is in 1955 een monument onthuld ter nagedachtenis aan de slachtoffers. Tot nu toe is mevrouw Vermeulen-Westein (1931) niet bij herdenkingen aanwezig geweest omdat dit zij verwacht dat dit haar te erg zal emotioneren.

Gelukkig niet thuis
"Wij woonden op de Noorddijk 43 in Maassluis. Aan de achterzijde keken we uit over het water van de Noordgeer. Aan de overkant daarvan lagen allerlei bedrijven. Ik herinner dat mijn vader eens zei: “Die camouflage van de Witol stelt niet veel voor. Als die ooit geraakt wordt, met al die olie”. Op de dag van het bombardement waren mijn zus en ik op school in de Reinestraat. Daarvoor zaten we op de Minister de Visserschool maar die was gevorderd door de Duitsers. Ik kan me niet herinneren dat ik het bombardement heb zien plaats vinden. Wel hoorden we op school wat harde klappen. Wij kwamen uit school en werden in de Hoogstraat (De Noorddijk ligt in het verlengde van de Hoogstraat) tegen gehouden. We mochten niet verder. Groenteboer van Vuuren die een winkel had op Hoogstraat 17 riep ons binnen. Hij kende ons omdat we weleens een boodschapje voor moeder deden. Naast Van Vuren zat een loodgieter, die was ook niet geraakt. Maar verderop tot aan elektricien Verhoef, voorbij ons huis op de Noorddijk, lag alles in puin."

Moeder gered
"Toen het bombardement plaats vond was mijn moeder alleen thuis. Mijn vader zat bij de luchtbescherming en was op zijn post in het politiebureau. Maar toen hij hoorde dat de Noorddijk was geraakt is hij naar huis gerend. Hij wilde weten hoe het met zijn vrouw en kinderen was. Als de scholen eerder waren uitgegaan zou het een grotere ramp geweest zijn. Dan waren alle kinderen thuis geweest. Niet alleen de Noorddijk stond in brand maar ook de Geerkade op het kerkeiland. We zwaaiden altijd naar de familie Noordam die daar woonde. Hun dochtertje zat nog niet op school en is samen met haar moeder omgekomen. De vader was in Duitsland tewerkgesteld toen het gebeurde en zoon Jaapie was op school. Die bleef helemaal alleen achter en is opgevangen door familie."

"Wij zijn toen herenigd met moeder die er redelijk ongeschonden uitgekomen is. Zij was door een Duitser gered uit de Geer. Wij hadden een vlondertje, waar de roeiboot lag en daar heeft hij haar op geholpen. Hoe ze daar in het water terecht gekomen is weet ik niet. Zij was na de eerste bommen het huis weer ingelopen en had een mandoline en een pop van mijn zuster gepakt. Die Duitser bleef maar informeren, met de tranen over zijn gezicht, of er ook kinderen in het huis waren, maar mijn moeder verstond geen Duits en begreep de helft niet. Zij is toen ook nog in een stuk glas getrapt en daar kwam ze ‘s avonds laat pas achter omdat haar voet zo’n zeer deed."

Ons huis uit
"We zijn toen met zijn vieren bij mijn grootmoeder ingetrokken. Dat was in de Adriaan van Heelstraat op ’t Hoofd. Mijn oma had vijftien kinderen (mijn moeder was de oudste) van wie er toen nog een paar thuis woonden. Daar kwamen wij nu bij maar dat kon allemaal. Van een tante kregen we wat kleren want we hadden helemaal niets meer. Ons huis aan de Noorddijk was helemaal afgebrand, we hebben er niets uit kunnen redden. Op ’t Hoofd had je een gebouw en dat heette de Hark en daar werd kleding uitgedeeld aan de mensen die gebombardeerd waren. Ik zag een jasje van imitatiebont en mijn moeder zei: “Neem die, want die is lekker warm van de winter”. Toen we een eigen huis toegewezen kregen in de Nassaustraat konden we in de Hark ook meubelen, ledikanten en kussens halen. Later hebben we een huis toegewezen gekregen aan de Burgemeester de Jonghkade. Daar wilde mijn moeder graag wonen."

Nazivoedsel
"Mijn vader werkte bij de touwfabriek in de productie. Hij was erg anti-Duits en vond het helemaal niet erg dat ik dit liedje leerde:
Seyss en een kwart jij met je lange benen / Seyss en een kwart ga nu maar gauw naar Wenen / Hier is geen eten meer, dat heb jij gejat / Gaat naar je Heimat toe, Seyss en een kwart. Na het bombardement werd er voor de kinderen eten geserveerd in de Moriaan aan de Haven. Daar gingen mijn nichtjes heen. Het was lekker eten en mijn nichtjes vroegen of ik meeging. Maar dat mocht niet van mijn vader omdat bij het begin van de maaltijd de Hitlergroet gebracht moest worden. Dat was voor mijn vader het punt. Maar ik ben er toch naar toe gegaan en dan tilde ik mijn arm zo’n beetje op en zei geluidloos: 'Niets'."

Naar Friesland
"Wij waren thuis hervormd, maar een oom was gereformeerd. De gereformeerde kerk had een aantal kinderen ondergebracht in Friesland. Mijn vader heeft toen aan mijn oom gevraagd: 'Is er voor Jannie ook niet een plekje daar, want dat kind is helemaal over haar toeren door dat bombardement'. Mijn oom heeft er voor gezorgd dat ik daar terecht kon. Maar we moesten wel op eigen gelegenheid naar Den Haag. Vandaar werd het vervoer naar Friesland geregeld. Het zal ongeveer eind 1943 zijn geweest. Mijn vader heeft me twee keer gebracht, de eerste keer op een fiets met kunstbanden. Ik op het rekje voorop en de koffers achterop. We zijn toen ergens tegengehouden en moesten terug. Waar dat was en waarom, dat weet ik niet meer. De tweede keer heeft hij me met de slee gebracht. Onderweg hebben we, vanwege Sperrtijd, bij vriendelijke mensen ergens in Voorburg vlakbij een watergemaal overnacht. De volgende dag met de slee het laatste stuk naar Den Haag. Vandaar met een boot naar Amsterdam, met onderweg een luchtaanval en vervolgens met een vrachtwagen naar Friesland. Ik ben toen afgezet in Paesens-Moddergat. De man, waar ik kwam wonen stond al klaar om mij op te halen. Ik werd ondergebracht bij de familie Pausma."

Heimwee
"Na ongeveer een half jaar kreeg ik vreselijk heimwee, ik wilde naar huis. En dat is gebeurd. Van de reis kan ik mij niets meer herinneren. Maar thuis aangekomen zei mijn moeder: 'De bonnetjes van jou konden we tot nu toe met zijn allen delen. Was nou maar in Friesland gebleven'. Ik begreep dat wel en ben later opnieuw naar de zelfde familie in Friesland gegaan. Ik had geen heimwee meer, want ik begreep wat er uitgespaard kon worden voor mijn moeder en mijn zus. Ik ben daar ook naar school geweest en kon op het laatst een beetje Fries praten en het Friese volkslied zingen! Ik heb na de oorlog altijd contact gehouden met mijn 'oomke en moeike' in Friesland."

"Na de bevrijding in mei 1945 ben ik teruggekomen. Ik stond in de Nassaustraat voor de deur maar wist niet dat mijn ouders intussen verhuisd waren naar de Burgemeester de Jonghkade. Ik had een gezellig weerzien verwacht maar in plaats daarvan kon ik op zoek naar mijn ouders. Toen ik tenslotte in de Burgemeester de Jonghkade aankwam zei mijn moeder verbaasd: 'Hoe kom jij hier nou?'"

"Het bombardement heeft z’n sporen nagelaten. Ik kan heel emotioneel worden. Gauw in tranen. Bijvoorbeeld als het spannend wordt op de televisie. Maar ook met kerstliedjes zingen. Dan denk ik: doe niet zo raar. Dat heb ik er van overgehouden."

Links

Reacties

  1. kees varekamp

    beste mfr vermeulen.mij name is kees varekampgeboren 1935 woonde op het hoofd in de toemalige arie krijgsman str mij vader was buert schipper bij de touw fabriek ook ik zat op de minister de visserschool ,en vanwegen de bezetting moesten ook wij naar de reine straat school ,ik zat in de klas van juvrouw vlugt van de weverskade,het bombardement waarover u het had ,zal ik nooit meer vergeten,van angst rende ik van school weg (reinestraat)ik schuilde in het portier van de moriaan op de haven en zach alles gebueren ook de huizen en kerk plein en de toren van de groote kerk waar ik stond bij de moriaan vielen er zelvs scherven vlak voor mij voeten,ik zal dat nooit meer vergeten wij zijn ook gevlugt in de ruimte van mine vaders beurt shipmet nog een andere family,en zijn toen ondergedoken aan een rieviertje in het laatste jaar van de oorlog.ik woon nu al since 1956 in australia maar ik heb nog een zus in maasland haar naam is co varekamp nu getrouwt met arie koote ,co is van 1932 zei was bad juvrouw op het oude zwembad aan de maas zou graag meer van u willen horen ,veel groeten kees varekamp

    19 april 2011

  2. Redactie

    Beste Kees, bedankt voor je verhaal. We zullen mevrouw Vermeulen attenderen op deze bijzondere reactie.

    21 april 2011

Plaats reactie

Om spam te voorkomen, stellen wij u een eenvoudige vraag. Vult u alstublieft het antwoord hieronder in.