Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website gebruikt cookies om filmpjes van YouTube te tonen en social mediaknoppen van Facebook, Twitter en Pinterest (third party cookies). Als je deze cookies niet wil, dan kun je dat hier aangeven. De betreffende functionaliteit wordt dan uitgeschakeld. Wij plaatsen zelf wel altijd functionele cookies voor de werking van onze website en (anonieme) analytische cookies om onze site te verbeteren.

Ontdek de verhalen van Zuid-Holland

Negentiende-eeuwse stoombemaling

In de negentiende eeuw kwamen in Zuid-Holland veertig droogmakerijen tot stand, allemaal verveningsplassen. Tot de grootste droogmakerijen behoorden de Zuidplaspolder en de Prins Alexanderpolder. Hierbij werd gebruikgemaakt van stoombemaling. Beide polders liggen meer dan zes meter beneden NAP.

In de negentiende eeuw kwamen in Zuid-Holland veertig droogmakerijen tot stand, allemaal verveningsplassen. Tot de grootste droogmakerijen behoorden de Zuidplaspolder en de Prins Alexanderpolder. Hierbij werd gebruikgemaakt van stoombemaling. Beide polders liggen meer dan zes meter beneden NAP. Begin negentiende eeuw ontstonden de eerste plannen voor de droogmaking van de Zuidplas ten westen van Gouda. Een aantal commissies verder werd in 1828 begonnen met het graven van een 23 km lange ringvaart en het maken van een ringdijk om de plas. Het hoogteverschil tussen de plas en de Hollandse IJssel bedroeg ruim zes meter. Via een tweetrapsbemaling kwam het water in de ringvaart en vandaar opnieuw via een tweetrapsbemaling in de Oude IJssel. Er werd gebruikgemaakt van twee stoomgemalen en dertig molens. De Belgische Opstand (1830) leidde tot enige vertraging, maar in 1836 werd begonnen met de uitmaling. Drie jaar later was de polder vrijwel droog. Vervolgens werd de 4143 hectare grote polder verkaveld en cultuurrijp gemaakt.

Prins Alexanderpolder
Tussen de Zuidplaspolder en Rotterdam lagen verschillende plassen, waarvan er in de achttiende eeuw al enkele waren drooggemaakt. De eerste plannen om de resterende plassen droog te maken gingen om hoofdzakelijk financiële redenen niet door. Uiteindelijk besloten provincie en Rijk in 1862 de droogmaking te financieren.

Nadat eerst een uitwateringskanaal was gegraven, werden ook hier een ringvaart en een ringdijk aangelegd. Stoomgemalen bij Kralingen, Capelle en Nieuwerkerk pompten het water in de ringvaart en vervolgens bracht een stoomgemaal bij het Kralingse Veer het water op de Nieuwe Maas. In 1873 was de hele polder van 2668 hectare drooggemalen. Het daarop volgende jaar werd overgegaan tot de verkoop van de grond, die bestemd was voor landbouw en voor een klein deel voor tuinbouw. De tuinbouw groeide het snelst.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Plaats reactie

Om spam te voorkomen, stellen wij u een eenvoudige vraag. Vult u alstublieft het antwoord hieronder in.