Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website gebruikt cookies om filmpjes van YouTube te tonen en social mediaknoppen van Facebook, Twitter en Pinterest (third party cookies). Als je deze cookies niet wil, dan kun je dat hier aangeven. De betreffende functionaliteit wordt dan uitgeschakeld. Wij plaatsen zelf wel altijd functionele cookies voor de werking van onze website en (anonieme) analytische cookies om onze site te verbeteren.

Ontdek de verhalen van Zuid-Holland

Kunstkruimels, kaaiwerken en koffers

Erfgoedkunst op Flakkee: de verhalen achter de kunstwerken en kunstkruimels

Als je er in die tijd nooit was – simpelweg omdat je er te jong voor bent of omdat Ooltgensplaat geen voor de hand liggende bestemming was – valt het misschien niet mee om je je daar, boven op die lange, groene dijk, een perron met tramrails in te beelden. Nu heerst er een serene rust. Niets verraadt de voorgoed voorbije dynamiek van passagiers die in- en uitstappen, sissende en rokende stoomtrams of het laden en lossen van wat voor nering dan ook. Echt niets. Van het water dat in 1953 het dorp in stroomde is ook nauwelijks een voorstelling te maken. Al is daar toch meer van te zien dan van het RTM-verleden. Iets meer.

Kunstkruimels Watersnood in Ooltgensplaat en Stellendam
Onder aan de dijk, enkele tientallen meters van het imaginaire perron, staat nog altijd fier het stationnetje. Het is een café met de naam De Brak. Je zou als argeloze bezoeker van Ooltgensplaat bijna denken dat die naam verband zou kunnen houden met de onmiskenbare gevolgen van een avondje doorzakken. In het wegdek van de Nieuwstraat trekt een kleurige tegel de aandacht.

undefinedHerdenkingstegel aan de watersnoodramp van 1953 (foto Hans Villerius)

Er staat van alles op: een letter, een creatieve verbeelding van het roodgele wapen van Ooltgensplaat en een soort peilstok die aangeeft tot hoe hoog het water reikte in 1953. Toch wel hoog, besef je, als je ziet dat De Brak bijna onder water stond. En dat geldt natuurlijk ook voor het pand tegenover het voormalige tramstationnetje: bij het ziekenhuis van Ooltgensplaat – later sanatorium en Groene Kruis-gebouw, nu woonhuis – moet het water tegen het dak hebben geklotst.

Verderop liggen nog meer tegels. Ze zijn als kruimels door het dorp gestrooid. Maar niet willekeurig: de tegels sieren het wegdek of de stoep op nauwkeurig bepaalde plaatsen. Ze markeren de hoogte van het overstromingswater. De diepte kun je ook zeggen. In Ooltgensplaat zijn tweeëndertig van die tegels. Je kunt ze volgen, samen vormen ze een bijzondere dorpswandeling. Een spoor van vloeibare vernietiging. Langs de gedempte Kerksingel, waar het water ook zeer hoog stond – als een badkuip moet dit gedeelte van het dorp zijn volgestroomd – en waar het zout nog altijd in veel muren zit. Een witkwast heeft hier maar even het gewenste effect… Langs het wandelpad over de Oude Wal, waar de peilstokken op de tegels aangeven dat de waterhoogte lager was. Relatief laag.

In Ooltgensplaat verdronken maar twee mensen. Ze raakten onder een landbouwmachine die ze probeerden te redden. Hoe kan het dat er in zo’n badkuip tot goothoogte maar zo weinig slachtoffers waren? De reden is simpel: men was op tijd weg. Waar een alerte en kordaat optredende burgemeester al niet goed voor is… 

undefined

Vele kilometers naar het westen, in Stellendam, was er geen beginnen aan. Hier raasde het water met volle kracht door de straten, met een veel en veel hoger aantal slachtoffers als gevolg. Ook in Stellendam liggen tegels. Nu, naar de wapenkleuren van dit jonge dorp, gedecoreerd met groene en witte golven. Maar, net als in Ooltgensplaat, ook met een letter en een peilstok. De aangegeven waterhoogte nabij het vissershaventje van toen laat niets aan duidelijkheid te wensen over: zeer hoog.

De tegels, Kunstkruimels geheten, zijn ontworpen door beeldend kunstenaar Mirian Zimmerman. Ze heeft er diep over nagedacht. In de eerste plaats moesten ze kleurrijk zijn. “Ik wilde per se kleur, want straten zijn meestal saai en grijs.” Verder heeft ze bewust letters op de kruimels gezet. Wie de route loopt en de letters noteert, heeft aan het eind een tekst die herinnert aan de desastreuze feiten van februari 1953. “Een wandeling maken met pa en ma, dat vinden kinderen vaak doodsaai. Maar het is wel belangrijk dat ook kinderen deze routes lopen of fietsen. Door onderweg een puzzel op te lossen wordt het boeiend”, zegt Mirian Zimmerman. 

Tot slot hebben de tegels een actuele boodschap: kijk eens hoe het water kan huishouden, hoe erg het kan zijn. In een tijd van stijgend zeewater en dalend land heet dat waterbewustzijn. 

undefinedBeeld van een Kaaiman van Joep Luijckx (Foto: Hans Villerius)

Mankracht: de kaaiwerker in Oude-Tonge
Terug naar het oosten. Niet helemaal naar Ooltgensplaat, maar naar Oude-Tonge. Naar het landbouwhaventje van weleer, om precies te zijn. Wat is dat voor een figuur, daar op de kaai? Hij ziet er robuust uit. Een stoere man. Noest sjouwt hij een zware last over de keien. Van een schip in de haven naar een pakhuis op de kaai, zo lijkt het.

Dit is een kaaiman. Nee, geen amfibische vertegenwoordiger van het dierenrijk, maar een man die werkt op de kaai van Oude-Tonge. Werkte, beter gezegd, want de tijd van de kaaimannen – ze werden ook wel kaaiwerkers, kaaigasten of zakkendragers genoemd – is voorbij. Een herinnering. Dit is een verbeelding van beeldend kunstenaar Joep Luijckx. Hij heeft zijn creatie De Kaaiwerker genoemd.

Rond de haven was altijd veel werk te doen. Zeilschepen over het kanaal jagen of bomen als de wind ongunstig was, bijvoorbeeld. Maar ook – en dat was in de eerste plaats het werk van de kaaigasten – sjouwen met zware zakken uien, aardappels, suikerbieten en graan. Een zak graan woog 80 kilo of meer. En met die last op hun schouders moesten ze, vaak langs smalle trappetjes, flinke stukken afleggen: van het pakhuis naar het schip. Of andersom, als ze aangevoerde materialen, zoals straatstenen, aan land moesten brengen. In weer en wind. 

Zwaar werk. Werk voor mannen die werden geronseld in de kroeg.  De Kaaiwerker van nu reflecteert de kaaimannen van toen. Het beeld is een robuuste verbeelding van mankracht. Een eerbetoon aan alle noeste werkers, de sjouwers.

De blikvanger van Joep kwam aan het eind van een proces waarin de bevolking van Oude-Tonge vanaf het begin kon meedenken en meepraten. In eerste instantie door met verhalen en thema’s rond het verleden van de haven te komen, later door daar een keus uit te maken en uiteindelijk door te stemmen over zes ontwerpen van verschillende kunstenaars. 

undefinedBeeld De Kaaiwerker (Foto: Hans Villerius)

Dat is een staaltje democratie dat De Kaaiwerker een meer dan welwillende ontvangst gaf in het dorp aan het Volkerak. Bovendien – en dat is ook verblijdend – vult het beeld een leemte: aan alle havens of havenkanalen op Goeree-Overflakkee stonden kunstwerken, behalve in Oude-Tonge. En dat terwijl men beweert dat dit stiekem het mooiste havenkanaal van het eiland is. De 3,5 kilometer meanderende waterweg vormde eeuwenlang dé levensader tussen Oude-Tonge en de verre buitenwereld.  

Het trammetje: havenhoofd in Middelharnis
De verre buitenwereld, is dat niet een beetje overdreven? Zeker niet. Een reis van Goeree-Overflakkee naar bijvoorbeeld Rotterdam duurde minimaal drie uur. Maal twee is: zes uur reizen om een familielid in de Maasstad te bezoeken. Of de winkels. Een vermoeiend dagje uit. Maar tot 1964, toen de brug over het Haringvliet open ging, was het niet anders. Eilanders die in de Botlek of de Europoort werkten – bedrijven in het Rotterdamse havengebied namen graag hardwerkende Flakkeeënaren in dienst –  konden erover meepraten.

undefinedHavenhoofd in Middelharnis met het kaartenhuisje en het 'bagagekunstwerk' (Foto: Hans Villerius)

Forenzen, dagjesmensen en andere reizigers vertrokken van het havenhoofd van Middelharnis met de RTM-boot naar Hellevoetsluis. Ze hadden er al een tramreisje vanaf bijvoorbeeld Ouddorp, Dirksland of Nieuwe-Tonge op zitten. Eenmaal aangekomen in de tramhaven van Hellevoetsluis stond hun nog een reis over de eilanden Voorne-Putten en IJsselmonde te wachten. Uiteindelijk stopte het trammetje in de Rosestraat in Rotterdam-Zuid. Dit was tevens het beginpunt van de verre terugreis.

Het havenhoofd van Middelharnis was een schakelpunt. Een locatie vol dynamiek van passagiers, bagage, lading, aan- en afrijdende trams en binnenkomende en vertrekkende boten. Ook daarvan is – net als van de kaaimannen en het veel te hoge water – weinig of niets meer te zien. 

Voltooid verleden tijd, zou je zeggen. Maar op Goeree-Overflakkee is het verleden nooit voltooid. De herinnering aan 1953 gaat nooit voorbij, en de Kunstkruimels helpen daarbij. De herinnering aan de havenwerkers, de krachtige kaaimannen, krijgt vorm in het beeld van Joep Luijckx. En het RTM-verleden leeft ook nog altijd voort.

Bijvoorbeeld op het havenhoofd in Middelharnis, of ’t Hoad, zoals de eilanders zeggen. Het lijkt wel een klein openluchtmuseum, dit ensemble van gerestaureerde veersteiger, perron met bankjes, twee railvakken en de replica van het kaartenhuisje. Levensecht. Op het perron staan zelfs de koffers en tassen klaar. Bagage van wachtende passagiers. 

undefined
Het bagagekunstwerk van Jaap Reedijk (Foto: Hans Villerius)

De koffers en tassen, een kunstwerk van Jaap Reedijk, suggereren dat het RTM-trammetje elk moment kan komen. Wie het ziet, stapt bijna zestig jaar terug de geschiedenis in. De Rotterdamsche Tramweg Maatschappij verzorgde immers in 1957 voor het laatst tramritten op Goeree-Overflakkee, al bleef het veer tussen ’t Hoad en Hellevoetsluis tot 1972 in de vaart. 

Tekst: Kees van Rixoort
Maart 2017


Tip: lees ook het stuk Flakkeese kunst met historische wortels, over de andere erfgoedkunstwerken op Flakkee. Zelf de kunstkruimelroutes in Ooltgensplaat en Stellendam lopen? De route in Stellendam sluit aan op deze audiotour, de route in Ooltgensplaat start bij het weeghuisje op de Kaai.

Reacties

  1. anoniem

    Er klopt iets niet aan dit artikel. De reden dat er bijna niemand is omgekomen in Ooltgensplaat is simpel, door kordaat optreden van de burgemeester. Dit is niet helemaal correct. Er zijn vanuit het Friese plaatsje Grou vijf Kromhout vrachtwagens met trailers beladen met platbodems (GWS-schouwen) naar Dordrecht zijn gestuurd, van daaruit zijn 10 schouwen met bemanning vanaf Dinteloord naar Ooltgensplaat gevaren. Van de inwoners waren 500 op tijd op de dijk, 1500 mensen zijn vanuit dakramen of gaten in daken per schouw in veiligheid gebracht.

    16 augustus 2017

  2. anoniem

    Vanuit Grou is een hulpactie voor Ooltgensplaat op gang gekomen, waarbij veel kleding en huishoudelijke spullen zijn geschonken. Ook voor Sinterklaas in 1953 werden veel cadeaus vanuit Grou gebracht. De burgemeesters en wethouders van Ooltgensplaat brachten drie jaar na de ramp nog een bezoek aan Grou (gemeente Idaarderadeel destijds) en schonken een mooi Delftsblauw bord. Dit is nu te vinden op de website van historisch centrum Leeuwarden.

    16 augustus 2017

  3. Redactie

    Dank voor de interessante aanvulling over de hulpverlening. Het is in dit kader goed om te weten dat de hulpverlening - door het slechte weer en het gebrek aan communicatie met de buitenwereld - pas zeer laat op gang kwam. De Ramp vond plaats in de nacht van zaterdag op zondag. Op zondag overdag vielen er nog meer slachtoffers omdat huizen het alsnog begaven toen het weer hoog water werd. Op dat moment was er nog geen sprake van hulpverlening van buitenaf, dat kwam pas later op gang.

    21 augustus 2017

Plaats reactie

Om spam te voorkomen, stellen wij u een eenvoudige vraag. Vult u alstublieft het antwoord hieronder in.