Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website gebruikt cookies om filmpjes van YouTube te tonen en social mediaknoppen van Facebook, Twitter en Pinterest (third party cookies). Als je deze cookies niet wil, dan kun je dat hier aangeven. De betreffende functionaliteit wordt dan uitgeschakeld. Wij plaatsen zelf wel altijd functionele cookies voor de werking van onze website en (anonieme) analytische cookies om onze site te verbeteren.

Ontdek de verhalen van Zuid-Holland

Kerken en kloosters in Zuid-Holland

Met de komst van het christendom in Zuid-Holland werden hier de eerste kerken gebouwd, aanvankelijk meestal van hout. Tot deze oudste kerken behoorden een aantal ‘moederkerken’, zoals Vlaardingen en Oegstgeest. Van hieruit werden weer nieuwe kapellen en kerken gesticht en beheerst. Vanaf de tiende eeuw werden steeds meer stenen kerken gebouwd.

Met de komst van het christendom in Zuid-Holland werden hier de eerste kerken gebouwd, aanvankelijk meestal van hout. Tot deze oudste kerken behoorden een aantal ‘moederkerken’, zoals Vlaardingen en Oegstgeest. Van hieruit werden weer nieuwe kapellen en kerken gesticht en beheerst. Vanaf de tiende eeuw werden steeds meer stenen kerken gebouwd.    De kerken in Holland vielen onder de macht van de bisschop van Utrecht. In Utrecht was dus ook de kathedraal (bisschopskerk) te vinden. In Zuid-Holland was er geen kathedraal, maar bouwden de welvarende steden wel grote kerken. Een groot en indrukwekkend kerkgebouw was een prestigezaak voor een stad; er werd vaak jaren aan gebouwd. Zo werd in Dordrecht vanaf 1122 gewerkt aan de Onze-Lieve-Vrouwekerk (Grote Kerk), in Delft vanaf 1246 aan de St.-Hippolytuskerk (Oude Kerk) en vanaf 1396 aan de Nieuwe Kerk.

In Leiden werkte men vanaf 1300 aan de St.-Pieterskerk en vanaf 1366 aan de St.-Pancraskerk (Hooglandse Kerk). Meestal verrezen deze kerken op de plaats van eerdere (houten) kapellen of kerkjes. De grootste kerken van Zuid-Holland (zoals de Grote Kerk in Dordrecht en de Hooglandse Kerk in Leiden) kregen de status van ‘kapittelkerk’. Dat wil zeggen dat ze werden beheerd door een kapittel, een college van invloedrijke heren, die kanunniken werden genoemd. De kapittels hadden vaak aanzienlijke bezittingen en invloed, zodat deze kerken vaak nog verder konden worden uitgebreid en versierd.

Kloosters
In tegenstelling tot in andere delen van Europa verschenen in Zuid-Holland pas laat kloosters: de eerste was het nonnenklooster van Rijnsburg in 1133. Op het platteland zou het aantal kloosters klein blijven, maar in de steden werd het aantal geleidelijk groter. Zo was er in Dordrecht bijvoorbeeld een franciscaner klooster. Naast deze reguliere kloosterorden (waarvan de leden echte monniken of nonnen waren), ontstonden er in de vijftiende eeuw ook steeds meer lekenorden, zoals de erg populaire begijnen. Begijnhoven waren in bijna elke Zuid-Hollandse stad te vinden.

Links

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Plaats reactie

Om spam te voorkomen, stellen wij u een eenvoudige vraag. Vult u alstublieft het antwoord hieronder in.