Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website gebruikt cookies om filmpjes van YouTube te tonen en social mediaknoppen van Facebook, Twitter en Pinterest (third party cookies). Als je deze cookies niet wil, dan kun je dat hier aangeven. De betreffende functionaliteit wordt dan uitgeschakeld. Wij plaatsen zelf wel altijd functionele cookies voor de werking van onze website en (anonieme) analytische cookies om onze site te verbeteren.

Ontdek de verhalen van Zuid-Holland

Kastelen in Zuid-Holland

In de late middeleeuwen stonden in het huidige Zuid-Holland tientallen kastelen. De eerste dateren uit de 11e en 12e eeuw, maar de meeste werden gebouwd tussen de 13e en de 15e eeuw. Eerst hadden ze een verdedigingsfunctie, later werden het vooral statussymbolen.

In de late middeleeuwen stonden in het huidige Zuid-Holland tientallen kastelen. De eerste dateren uit de 11e en 12e eeuw, maar de meeste werden gebouwd tussen de 13e en de 15e eeuw. Eerst hadden ze een verdedigingsfunctie, later werden het vooral statussymbolen.    

Graven van Holland
De machtigste middeleeuwse edelen hier waren de graven van Holland. Formeel waren ze ondergeschikt aan de Duitse keizer, maar geleidelijk ontwikkelden zij zich tot zelfstandige heersers. In 1248 werd graaf Willem II zelfs tot koning van het Duitse Rijk gekozen. Hij maakte Den Haag tot zijn bestuurscentrum en zijn zoon Floris V voltooide er rond 1290 de Ridderzaal.

Heerljke rechten
De graven wisten in de loop van de tijd de meeste Hollandse edelen aan zich te binden. In ruil voor erkenning en militaire steun ontving de adel privileges, zoals het recht om te jagen en andere ‘heerlijke rechten’, zoals het recht om belasting te heffen of recht te spreken.

Mottekastelen
De eerste kastelen waren aarden heuvels (mottes) met een gracht eromheen en met een houten of stenen toren erop. Het verblijf van de kasteelheer lag naast dit ’kasteel’ op de ‘voorburcht’. Bij een aanval trokken de bewoners zich terug in de toren en haalden de brug op. Een nog bestaand (maar niet meer houten) mottekasteel is de Leidse Burcht. Na 1200 werden kastelen groter en van baksteen. Eerst waren ze nog rond, maar al gauw werden ze vierkant met metersdikke muren voor een optimale verdediging. Dit soort muren had bijvoorbeeld het Huis te Merwede in Dordrecht, waarvan nu nog een gedeelte over is.

In de 14e en 15e eeuw verloren de kastelen hun verdedigingsfunctie. Door de introductie van buskruit ontstond geschut met krachtige munitie, waar bakstenen muren niet tegen bestand waren. Ook veranderde de positie van de adel. Zijn militaire functie werd minder belangrijk en bestuurlijk nam zijn invloed af door onderlinge conflicten en, vanaf de 13e eeuw, door de groeiende macht van de Hollandse steden. Edellieden lieten nog wel kastelen bouwen met kantelen en torens, maar dat was meer voor de sier en de status. Een voorbeeld van een dergelijk ‘coulissenkasteel’ was De Keenenburg bij Schipluiden, met muren van ‘slechts’ een halve meter dik.

Aan het ‘kastelentijdperk’ kwam een einde toen Holland en de andere provincies in 1568 in opstand kwamen tegen de Spaanse koning, die hier in 1516 de macht had geërfd. Uit angst dat de Spanjaarden kastelen als uitvalsbases zouden gebruiken, werden de meeste gesloopt.

Terug naar introductie Landgoederen en buitenplaatsen
Volgende verhaal: Buitenplaatsen in de zeventiende en achttiende eeuw

Links

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Plaats reactie

Om spam te voorkomen, stellen wij u een eenvoudige vraag. Vult u alstublieft het antwoord hieronder in.