Ontdek de verhalen van Zuid-Holland

Het verhaal van de Oude Hollandse Waterlinie

In tijden van oorlog je land onder water zetten, het is een typisch Nederlandse vinding. In het ‘Rampjaar’ 1672 werd water voor het eerst op grote schaal ingezet als verdedigingsmiddel. Toen een Franse legermacht van 120.000 man ons land binnenviel werd een brede strook land tussen de Zuiderzee (het huidige IJsselmeer) en de Biesbosch geïnundeerd (onder water gezet). De (Oude) Hollandse Waterlinie was een feit. 

Onzichtbaar
Wie voor de eerste keer het gebied van de Oude Hollandse Waterlinie bezoekt, zal zich afvragen waar die linie nou eigenlijk te zien is. Want het valt direct op dat er geen forten, schansen en bunkers in het landschap te vinden zijn, zoals dat bij de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam of de Grebbelinie wel het geval is. Deze schijnbare onzichtbaarheid is een belangrijke karakteristiek van de enige waterlinie die tijdens twee oorlogen heeft gefunctioneerd (1672 en 1794). Over de Oude Hollandse Waterlinie is niet alleen veel te vertellen, maar onderdelen ervan zijn wel degelijk te bekijken en te bezoeken.

Vestingsteden
Zoals de vestingsteden, de meest herkenbare onderdelen van de Oude Hollandse Waterlinie. Negen steden liggen als een kettingsnoer in het waterliniegebied, te beginnen bij de vesting Muiden (met het Muiderslot) aan de kust van de voormalige Zuiderzee. Afzakkend naar het zuiden volgen Weesp, Woerden, Oudewater, Schoonhoven, Nieuwpoort, Gorinchem en  tenslotte Woudrichem, met het nabijgelegen slot Loevestein. Het boeiende van deze stadjes (let op: geen dorpen!) is dat zij allemaal over een heuse militaire vesting beschikken: een brede gracht met fraai gevormde bastions (bolwerken) en aarden wallen om een stedelijke kern. De best bewaard gebleven vestingsteden zijn Nieuwpoort aan de Lek en Gorinchem aan de Merwede.

undefinedGorinchem (Foto Mike Philippens, via Flickr)

Gorinchem heeft een behoorlijk grote binnenstad, terwijl Nieuwpoort zo klein is dat je bij wijze van spreken moet opletten dat je de vesting niet weer aan de andere kant uitloopt. Ook de landschappelijke context van deze twee steden verschilt enorm. Rond de oude vesting Gorinchem zijn vanaf het eind van de negentiende eeuw nieuwbouwwijken gerealiseerd. In Nieuwpoort is de verstedelijking veel kleinschaliger geweest, waardoor je vanaf de westelijke vestingwallen ook nu nog zicht hebt op het landelijk gebied.

Beide steden liggen aan een grote rivier en hebben een ‘tweelingzus’ aan de overzijde van de rivier. Bij Gorinchem ligt aan de Gelderse zijde de kleine vestingstad Woudrichem en aan de overzijde van Nieuwpoort ligt de vestingstad Schoonhoven, nu vooral bekend als zilverstad. Deze ‘tweelingvestingsteden’ hadden tot doel de rivier te verdedigen, die als mogelijke toegangsroute kon dienen voor vijandelijke troepen, die via het water of via de hoger gelegen oeverwallen de provincie Holland zouden kunnen binnenvallen.

undefinedKaart van de Lek met Nieuwpoort en Schoonhoven uit 1727. Let op: de kaartrichting is niet noord-zuid zoals wij dat gewend zijn. Schoonhoven ligt in werkelijkheid ten noorden van de Lek, Nieuwpoort ten zuiden. (Collectie Nationaal Archief)

Verdediging van Holland
En hiermee belanden we bij de eigenlijke functie van de Oude Hollandse Waterlinie: het verdedigen van de provincie Holland. Hier lag Den Haag, het politieke centrum van de Republiek, maar ook de belangrijkste handelssteden Amsterdam, Leiden, Delft, Gouda en Rotterdam. In de aanloop naar het Rampjaar had raadpensionaris Johan de Witt, politiek leider van de provincie Holland, vooral geïnvesteerd in de versterking van de oorlogsvloot. Daarmee had Michiel de Ruijter in het voorjaar van 1672 een gecombineerde aanval van Engeland en Frankrijk  weten af te slaan. Het leger was echter behoorlijk verwaarloosd en toen het Franse leger op 12 juni 1672 bij Lobith de grens overstak, leek de Republiek volledig onder de voet te worden gelopen. Na negen dagen liepen de Fransen al door de straten van Utrecht, en de inname van Amsterdam en Den Haag leek onafwendbaar.

‘Staatsgreep’ 
In de provincie Holland brak woede en paniek uit onder de bevolking. De opmars van de Fransen ging zo snel, dat geruchten over landverraad de ronde deden. De regenten, en Johan de Witt in het bijzonder, kregen de schuld. Tijdens een volksopstand in Den Haag werden Johan en zijn broer Cornelis op beestachtige wijze vermoord. De 22-jarige prins van Oranje, de latere Willem III, werd aangesteld als stadhouder en kreeg daarmee ook de volledige leiding over het leger. Over de mogelijke betrokkenheid van de prins en/of zijn medestanders bij de moord op De Witt zijn historici overigens nog steeds niet uitgepraat…

Lakse Lodewijk XIV
Nadat de Franse koning Lodewijk XIV de stad Utrecht had ingenomen, bleef hij daar wachten op de overgave van de Republiek. Tevergeefs, zo bleek, want de Hollanders zetten in allerijl een groot gebied ten westen van Utrecht onder water. De enigszins provisorische inundatie was net op tijd voltooid en de Franse kansen om Amsterdam en Den Haag te bezetten verkeken. Hoewel de Fransen nog wel de vestingsteden Woerden en Oudewater, aan de oostgrens van het inundatiegebied, wisten te veroveren. Ook werd een – vergeefse – poging gedaan Gorinchem in te nemen. 

undefined
De Oude Hollandse Waterlinie in 1672. De donkere gebieden op de kaart waren geïnundeerd. Een schans of fort is met een x gemarkeerd, de blauwe pijlen verwijzen nar een Franse aanval. (Kaart Marc Laman/ Erfgoedhuis Zuid-Holland)

Water als wapen
Het was niet voor het eerst dat de Hollanders water als bondgenoot inzetten in een strijd tegen een vijand. In de Tachtigjarige Oorlog tegen Spanje werd tijdens de belegering van Alkmaar (1573) en Leiden (1574) ook al met succes geïnundeerd. Het idee is simpel: door slechts veertig tot vijftig centimeter water in de polder te zetten, worden ook alle andere sloten en riviertjes onzichtbaar. En aangezien de meeste 17e-eeuwers niet konden zwemmen, waren die bestaande watergangen levensgevaarlijke ‘valkuilen’. Een onverwachte onderdompeling in een sloot betekende altijd paniek en in veel gevallen de verdrinkingsdood voor mens en paard. En door de geringe diepte was het gebied ook niet toegankelijk voor grote vaartuigen.

De eigen troepen konden zich verplaatsen over enkele hoger gelegen wegen of dijken (de zogeheten ‘accessen’). Door alleen de accessen en de inlaatpunten voor het water te verdedigen, kon het Hollandse leger met een relatief kleine hoeveelheid militairen een relatief groot gebied verdedigen.

Boerenopstanden
De omvangrijke inundatie van 1672, waarbij ook zeewater de polders instroomde, veroorzaakte veel ellende voor de boeren, die van hun land moesten leven. Sommige van hen kwamen in verzet door bijvoorbeeld doorgestoken dijken weer te herstellen en sluizen dicht te zetten. Het kwam ook voor dat soldaten die de inundatie in werking moesten zetten werden omgekocht. Sommige stadsbesturen lieten zich intimideren door woedende inwoners: zo weigerden steden als Gouda, Gorinchem en Schoonhoven aanvankelijk om mee te werken aan de inundaties.

Ook Nieuwpoort, waar een belangrijke inundatiesluis was gelegen, kreeg te maken met opstandige boeren die de inundatie wilden stoppen. Pas toen prins Willem op tegenwerking de doodstraf uitvaardigde, verstomden de protesten en werd burgerlijke ongehoorzaamheid – zoals boeren die ondergelopen polders weer leeg lieten lopen – met bruut geweld de kop ingedrukt.

Nog steeds zijn in Nieuwpoort de gevolgen zichtbaar van deze tumultueuze periode. Om te voorkomen dat boeren en burgers ooit weer bij de sluis konden komen, werd deze vanaf 1679 extra beschermd door er een gemetselde duiker over te plaatsen. Op de duiker werd een nieuw stadhuis gebouwd en van daaruit kon alleen geautoriseerd personeel de sluis bedienen. 

undefined
Het stadhuis van Nieuwpoort (Foto Elti Photography)

Rooftochten
De Fransen die aan de oostzijde van de inundatiezee in Utrecht hun kamp hadden opgezet, waren gefrustreerd toen zij zich ervan bewust werden dat hun kans op een glorieuze overwinning was verkeken. In het najaar van 1672 probeerden ze door verschillende aanvallen via hoger gelegen dijken en oeverwallen een doorgang of acces door het inundatiegebied te vinden. Er was echter één groot nadeel: deze accessen waren smal en daardoor niet geschikt om met een groot leger een aanval in te zetten. Bovendien werden ze bewaakt door Staatse soldaten die waren gelegerd op haastig geconstrueerde schansen en versterkte posten. De Fransen vielen daarom met kleinere eenheden aan, waarbij ze een spoor van vernieling achterlieten. Een doorgang naar het westen vonden ze echter niet.

Vorst en dooi
En toen ging het vriezen en zagen de Fransen hun kans schoon. Eind december 1672 was de inundatiezee een grote ijsvlakte geworden. De Franse maarschalk François Luxembourg, die met zijn leger in Woerden was gestationeerd, besloot in de avond van 27 december de aanval in te zetten door met 8.000 soldaten (inclusief cavalerie) over het ijs in de richting van Alphen aan den Rijn op te trekken. Van daaruit zouden Leiden en Den Haag met relatief gemak ingenomen kunnen worden. Door over het ijs te gaan omzeilde Luxembourg de Hollandse verdedigingswerken die op de oeverwal van de Oude Rijn (één van de hoger gelegen accessen) waren opgeworpen.

Aanvankelijk liep de opmars voorspoedig, maar toen de Fransen op de ijsvlakte in de richting van de Meijedijk liepen (de Meijedijk was de westgrens van het inundatiegebied), steeg de temperatuur plotseling en werd het ijs met elke stap onbetrouwbaarder. Luxembourg stuurde de cavalerie terug naar Woerden en ging alleen met zijn soldaten verder. De dooi zette echter door en steeds meer soldaten zakten door het ijs. Eenmaal op de Meijedijk aangekomen besefte de maarschalk dat zijn aanval was mislukt en besloot om via de oevers van de Oude Rijn naar Woerden terug te keren. Tijdens de terugtocht werd flink geplunderd, verkracht en gemoord. In Zwammerdam en Bodegraven vielen vele slachtoffers. Uiteindelijk bleken de Fransen ook nog eenvoudig weer op ‘eigen terrein’ te kunnen komen, omdat de Staatse soldaten in paniek hun schansen hadden verlaten. 

undefined'Franse wreedheden in Hollandse dorpen', Prent uit 1673 van Romeyn de Hooghe (Collectie Teylers Museum)

Eindspel
Op Nieuwjaarsdag 1673 was er enige opluchting bij de Hollanders, maar de Fransen waren in mineurstemming. De Franse koning was teruggekeerd naar zijn paleis in Versailles en had de strijd verder overgelaten aan zijn maarschalken. Prins Willem III had zich ontwikkeld tot een succesvol legeraanvoerder en behaalde met guerrilla-achtige aanvallen verschillende overwinningen. De prijs voor de definitieve overwinning was navenant hoog. De Gouden Eeuw, die de Republiek in de eerste helft van de 17de eeuw veel welvaart, macht en aanzien hadden gebracht, was na 1672 over het hoogtepunt heen. 

De Oude Hollandse Waterlinie werd in de decennia na 1672 geperfectioneerd en versterkt. Vlak na de kortstondige Franse doorbraak over het ijs werd gestart met de bouw van het enige fort in de linie dat nu nog bestaat: Fort Wierickerschans bij Bodegraven. Het Fort werd exact op de plek gebouwd van één van de houten schansen die door de Hollanders in paniek wasverlaten. Een mooie illustratie van het gezegde dat generaals zich altijd voorbereiden op de vorige oorlog…

undefinedFort Wierickerschans (Foto Erfgoedhuis Zuid-Holland)

Oude Waterlinie opgeheven
In 1815 werd de Oude Hollandse Waterlinie officieel buiten werking gesteld. Vanaf deze tijd werkte men aan de bouw van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, die ten oosten van de stad Utrecht liep. De onderdelen van de oude linie raakten in verval. Schansen, bastions en wallen werden geslecht, grachten werden gedempt. Ze werden in de negentiende eeuw als barrières voor de stedelijke ontwikkeling beschouwd.

Ontdek de Oude Hollandse Waterlinie
Tegenwoordig worden de nog bestaande vestingwallen gekoesterd en fungeren ze als groene oases waar je in alle rust kunt wandelen. In het landelijke, voormalige inundatiegebied zijn de afgelopen jaren verschillende wandel-, fiets- en kanoroutes uitgezet, die langs (gerestaureerde) kades, sluizen en schansen leiden. Op de website Ontdek de Waterlinie staat een overzicht van alle beschikbare routes. 

Binnenkort wordt een begin gemaakt met het herstel van de Koeneschans, die in het riviertje de Vlist heeft gelegen. Het schanseilandje ligt er nog steeds, maar de aarden wal is al lang verdwenen. Met het terugbrengen van deze wal wordt de schans weer herkenbaar en beleefbaar.

Tip: Bekijk de uitklapkaart met Er op Uit-tips langs de Oude Hollandse Waterlinie (PDF)

Tekst: Marc Laman

Reacties

  1. anoniem

    Het verhaal van de Hollandse Waterlinie en van de Stelling van Amsterdam duidt op een groot vertrouwen in eigen mogelijkheden. Hetzelfde is gebeurt aan onze oostgrens waar vele forten en vestingen al vele jaren daarvoor in de 80 jarige oorlog met Spanje hun dienst hebben bewezen. Neem Bourtange. Nooit ingenomen. Ook niet door Bommen Berend in 1672. Hij wilde opstomen naar Stad Groningen maar kreeg de zak over de kop.

    20 april 2017

  2. anoniem

    Een duidelijk bron met goede informatie, dank.

    07 november 2017

  3. anoniem

    dank u wel dit artikel, Hoogachtend Willem Klene

    15 november 2017

  4. Redactie

    Leuk, dat horen we graag!

    17 november 2017

  5. anoniem

    klopt de term infanterie bij het terugsturen in het gedeelte "vorst en dooi" ? Het lijkt mij de cavalerie te moeten zijn. Verder: PRACHTIG, HELDER artikel, bedankt

    01 februari 2018

  6. Redactie

    U heeft helemaal gelijk, we passen het aan. Dank voor de oplettendheid!

    05 februari 2018

  7. anoniem

    heel erg bedankt voor de goede informatie, ik heb er veel aan gehad!

    14 februari 2018

  8. Redactie

    Leuk, graag gedaan!

    15 februari 2018

Plaats reactie

Om spam te voorkomen, stellen wij u een eenvoudige vraag. Vult u alstublieft het antwoord hieronder in.