Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website gebruikt cookies om filmpjes van YouTube te tonen en social mediaknoppen van Facebook, Twitter en Pinterest (third party cookies). Wij plaatsen zelf ook cookies om onze site te verbeteren. Als je deze cookies niet wil, dan kun je dat hier aangeven. De betreffende functionaliteit wordt dan uitgeschakeld.

Ontdek de verhalen van Zuid-Holland

Het verdwijnen van de buitenplaatsen

Aan de hoogtijdagen van de buitenplaats kwam een einde in de Bataafs-Franse tijd (1795-1813). Het openbaar bestuur werd nu gecentraliseerd en de stedelijke regenten en de adel verloren hun politieke macht. Revolutionaire opvattingen over vrijheid, gelijkheid en broederschap zorgden voor kritiek op de oude standsverschillen.

Aan de hoogtijdagen van de buitenplaats kwam een einde in de Bataafs-Franse tijd (1795-1813). Het openbaar bestuur werd nu gecentraliseerd en de stedelijke regenten en de adel verloren hun politieke macht. Revolutionaire opvattingen over vrijheid, gelijkheid en broederschap zorgden voor kritiek op de oude standsverschillen.    

Franse tijd
Adellijke bezittingen werden na de Bataafse Revolutie geconfisqueerd en verkocht en sommige buitenplaatsen werden gesloopt. De heerlijke rechten werden afgeschaft en het erfrecht werd vernieuwd. Bezittingen dienden voortaan onder alle erfgenamen verdeeld te worden, wat het lastig maakte om landgoederen bij elkaar te houden. Eigenaren van buitenplaatsen, vaak renteniers die leefden van hun investeringen, kregen het intussen financieel steeds moeilijker. Door de enorme schuldenlast van het landsbestuur werd nog maar een gedeelte van de rente op de staatsobligaties uitbetaald en hun inkomsten liepen hierdoor sterk terug.

Bollenteelt
Aan de Bataafs-Franse Tijd kwam een einde en in 1815 werd het Koninkrijk der Nederlanden uitgeroepen. Daarin werden de oude machtsverhoudingen enigszins hersteld, maar toch haalden veel buitenplaatsen het einde van de eeuw niet. In de loop van de 19e eeuw bleek dat veel Zuid-Hollandse buitens door economische ontwikkelingen bedreigd werden. In het duingebied verdwenen er vele omdat het lucratiever was om duinzand op het terrein af te graven en te gebruiken voor de aanleg van wegen en spoorlijnen. Later werden in deze gebieden buitens ook gesloopt om het vrijgekomen land als tuinbouwgrond te gebruiken. Het was het begin van de grootschalige bloembollenteelt in het gebied dat nu bekend staat als de Duin- en Bollenstreek.

Industrialisatie
Toen rond 1870 ook in Zuid-Holland de industrialisatie op gang kwam en de economie weer opbloeide, werden vele nieuwe stadswijken gebouwd om de groeiende bevolking te kunnen huisvesten. Ook hiervoor moesten landgoederen wijken, evenals voor de aanleg van fabrieken en nieuwe infrastructurele voorzieningen. Zo werd er in 1868 een spoorlijn dwars door de destijds zo zorgvuldig ontworpen tuin van Hofwijck aangelegd.

Villaparken en ziekenhuizen
Aan het einde van de eeuw kochten projectontwikkelaars landgoederen om er villa’s op te bouwen. Ook werden landhuizen verkocht aan ziekenhuizen en psychiatrische instellingen. Wie nog wel privé op een buitenplaats woonde, kreeg in de 20e eeuw met steeds hogere personeelslasten te maken, waardoor het vrijwel onbetaalbaar werd om het huis en de tuin in stand te houden. Dit alles leidde er toe dat tussen 1850 en 1950 het merendeel van de Zuid-Hollandse buitenplaatsen simpelweg verdween.

Terug naar introductie Landgoederen en buitenplaatsen
Volgende verhaal: Landgoederen en buitenplaatsen in de twintigste eeuw en verder

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Plaats reactie

Om spam te voorkomen, stellen wij u een eenvoudige vraag. Vult u alstublieft het antwoord hieronder in.