Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website gebruikt cookies om filmpjes van YouTube te tonen en social mediaknoppen van Facebook, Twitter en Pinterest (third party cookies). Als je deze cookies niet wil, dan kun je dat hier aangeven. De betreffende functionaliteit wordt dan uitgeschakeld. Wij plaatsen zelf wel altijd functionele cookies voor de werking van onze website en (anonieme) analytische cookies om onze site te verbeteren.

Ontdek de verhalen van Zuid-Holland

Het landschap gaat op de schop

Het Zuid-Hollandse landschap was van oorsprong erg ruig. Vóór de tiende eeuw bestond het land voor een groot deel uit veenwildernis, een moeraslandschap dat nauwelijks bewoonbaar was.

Het Zuid-Hollandse landschap was van oorsprong erg ruig. Vóór de tiende eeuw bestond het land voor een groot deel uit veenwildernis, een moeraslandschap dat nauwelijks bewoonbaar was. Vanaf de tiende eeuw gingen de veengronden op de schop. Veelal vanuit bestaande nederzettingen begonnen de bewoners hun omgeving te ontwateren en van begroeiing te ontdoen. Het veen werd omgezet in vruchtbare akkers en weilanden. Deze ‘Grote Ontginning’ was mogelijk dankzij de politieke stabiliteit (gebracht door de eerste Hollandse graven) en technische kennis uit Friesland en Vlaanderen.

Later ontwikkelden de (Zuid-)Hollanders zelf technieken om hun gebied goed droog te houden, rivierdammen en windmolens. Veel ontginningsprojecten waren kleinschalige ondernemingen van de plaatselijke bewoners. De landsheren en graven bemoeiden zich er echter ook intensief mee. Ook in het grensgebied tussen Holland en Utrecht werd in de tiende eeuw veel ontgonnen. De onduidelijke grenzen in de voormalige veenwildernis zorgden al snel voor oorlog tussen de graaf en de bisschop van Utrecht. Desondanks werden de ontginningen onverdroten voortgezet.

Kolonisten uit ‘Holtland’
De ontginningen namen vaak de vorm aan van copes, een soort contracten die precies bepaalden welke rechten en plichten de nieuwe bewoners in een bepaald gebied (copers) hadden. Dit systeem bleek zo succesvol dat ook in Duitsland Hollandse kolonisten werden aangetrokken om gebieden te ontginnen. In 1113 al contracteerde de aartsbisschop van Bremen en Hamburg een aantal 'Hollanders' voor een ontginning bij Bremen. Later waren er Hollandse kolonisten in het hele Oostzeegebied te vinden (met name in Pruisen). Deze Hollanders dankten hun naam aan Holtland, ofwel 'houtland', een gebied dat waarschijnlijk rond Leiden en Koudekerk lag. Dit gebied was vernoemd naar de plaatselijke bebossing, iets wat in deze regio niet veel voorkwam.

Links

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Plaats reactie

Om spam te voorkomen, stellen wij u een eenvoudige vraag. Vult u alstublieft het antwoord hieronder in.