Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website gebruikt cookies om filmpjes van YouTube te tonen en social mediaknoppen van Facebook, Twitter en Pinterest (third party cookies). Wij plaatsen zelf ook cookies om onze site te verbeteren. Als je deze cookies niet wil, dan kun je dat hier aangeven. De betreffende functionaliteit wordt dan uitgeschakeld.

Ontdek de verhalen van Zuid-Holland

De Zuid-Hollandse verveningsplassen worden ingepolderd

De achttiende eeuw is de eeuw van de grote droogmakerijen

De achttiende eeuw is in Zuid-Holland de eeuw van de grote droogmakerijen. Met behulp van windmolens werden de gaten in het landschap gedicht.   

Turfwinning
In de zestiende en zeventiende eeuw hadden ijverige boeren waar dat ook maar kon turf gestoken. Turf (het halfverrotte restant van de vroegere veenmoerassen) was dé brandstof van de Gouden Eeuw. Om de gevolgen van hun activiteiten hadden de turftrekkers zich niet zo bekommerd: overal in het Zuid-Hollandse landschap waren grote plassen ontstaan. Deze verveningsplassen vormden een serieuze bedreiging. De oevers kalfden constant af en een stad als Gouda liep gevaar. Droogmaken was de enige oplossing – en dat gebeurde in de achttiende eeuw dan ook op grote schaal.

Molenbemaling
Deze landaanwinning was niet helemaal nieuw. In de zeventiende eeuw waren met name in Holland ten noorden van het IJ al verscheidene meren drooggelegd, waaronder de Beemster en de Schemer. Dat gebeurde met behulp van windmolens. Omdat deze poldermolens het water niet heel hoog konden oppompen (ongeveer 1 m per molen), werden er vaak een aantal achter elkaar gezet. Zo ontstond een zogeheten ‘molengang’.

In de achttiende eeuw werd nog een andere uitvinding toegepast: het aloude scheprad werd vervangen door een ‘vijzel’. Met deze ‘schroef van Archimedes’ kon een poldermolen het water aanzienlijk hoger opvoeren – en kon men dus diepere plassen droogmalen. Dat was ook nodig: met speciale beugels hadden de turftrekkers het veen vaak tot op grote diepte uitgebaggerd.

Onvoltooid
Dankzij deze technieken konden in de tweede helft van de achttiende eeuw enkele grote plassen worden drooggelegd, zoals die bij Bleiswijk en Hillegersberg en de Noordplas bij Hazerswoude. In de achttiende eeuw verrezen ook de wereldberoemde molens bij Kinderdijk (1738-1740). Ze waren overigens niet bestemd om plassen droog te leggen, maar om de grote hoeveelheden polderwater uit de Alblasserwaard af te voeren. Ondanks alle inspanningen was het Zuid-Hollandse watergevaar rond 1800 nog niet geweken. De enorme Zuidplas bijvoorbeeld lag nog open. Die kon pas worden bedwongen na de introductie van de stoommachine.

Links

Reacties

  1. anoniem

    De opmerking over de Zuidplas is helaas niet juist. In 1840 ontstond de Zuidplaspolder na droogmaling door 30 windmolens.

    19 augustus 2016

  2. Redactie

    Bij de droogmaking is ook gebruik gemaakt van twee stoomgemalen. Daarmee was de Zuidplaspolder de eerste Nederlandse droogmakerij waar stoomkracht werd ingezet. (Bron: Thuis in Zuidplas. Van polder tot gemeente (redactie Johan Knoester, 2010)

    23 augustus 2016

  3. anoniem

    Land een zekere bezitting

    07 augustus 2018

Plaats reactie

Om spam te voorkomen, stellen wij u een eenvoudige vraag. Vult u alstublieft het antwoord hieronder in.