Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website gebruikt cookies om filmpjes van YouTube te tonen en social mediaknoppen van Facebook, Twitter en Pinterest (third party cookies). Als je deze cookies niet wil, dan kun je dat hier aangeven. De betreffende functionaliteit wordt dan uitgeschakeld. Wij plaatsen zelf wel altijd functionele cookies voor de werking van onze website en (anonieme) analytische cookies om onze site te verbeteren.

Ontdek de verhalen van Zuid-Holland

De toekomst van de molens: bedreigingen en kansen

De omgeving van de molen wordt aangeduid met het begrip ‘molenbiotoop’. Al in de 15e eeuw had men een regel bedacht om de molen te beschermen: het zogenaamde windrecht. Dit verzekerde de molenaar van een vrije windvang. In de omgeving van molens was het niet toegestaan zonder vergunning bebouwing of beplanting te plaatsen die het draaien ervan zou kunnen belemmeren.

De omgeving van de molen wordt aangeduid met het begrip ‘molenbiotoop’. Al in de 15e eeuw had men een regel bedacht om de molen te beschermen: het zogenaamde windrecht. Dit verzekerde de molenaar van een vrije windvang. In de omgeving van molens was het niet toegestaan zonder vergunning bebouwing of beplanting te plaatsen die het draaien ervan zou kunnen belemmeren.    

Vereniging de Hollandsche Molen begon vanaf de jaren ’70 met een lobby voor een schone molen-biotoop. De Provincie Zuid-Holland ging hier op in en stelde een toetsingskader op. Daarin is vastgelegd dat tot 100 meter van de molen niet hoger mag worden gebouwd dan de onderste punt van een verticaal staande wiek. Ondanks de regelgeving hebben niet alle molens een ideale molenbiotoop. De Laakmolen in Den Haag bijvoorbeeld is ingesloten door stedelijke bebouwing, waardoor de wieken nog maar nauwelijks kunnen draaien. Ook hebben veel molens last van bomen die van bescheiden beplanting zijn uitgegroeid tot ware reuzen. Een slechte molenbiotoop is echter niet de enige bedreiging voor molens. Brand kan het einde betekenen van een molen en het begin zijn van een molenromp of molenstomp. Ook is er niet altijd voldoende geld beschikbaar voor restauratie en onderhoud.

Nieuwe kansen
Tegenwoordig spelen molens economisch geen rol van betekenis meer. Zij kosten geld en brengen verhoudingsgewijs weinig op. Maar natuurlijk wordt in de praktijk meestal gekozen voor een functie die financieel toch aantrekkelijk is. Korenmolens die met succes als traditioneel maalbedrijf in gebruik zijn, komen we nog regelmatig in de provincie tegen, bijvoorbeeld De Aeolus in Vlaardingen en De Hoop in Oud Alblas.

Verschillende molens hebben echter andere bestemmingen gekregen. In de Bernisse Molen in Geervliet is bijvoorbeeld een restaurant gevestigd en de Valk in Leiden en De Nieuwe Palmboom in Schiedam zijn als museum ingericht. De Barremolen in Zoeterwoude, die eigendom is van bierbrouwerij Heineken, wordt gebruikt voor ontvangsten van gasten en relaties. Andere soorten bestemmingen zijn: kantoor, atelier, trouwzaal, winkel of (recreatie)woning.

Ook zijn er molens in Zuid-Holland bijgekomen. De romp van molen Windlust in Nieuwerkerk aan den IJssel is eerst verplaatst en vervolgens volledig gerestaureerd en opgeleverd in 2005. In 2006 werd in Schiedam ‘De Nolet’ gerealiseerd en in 2008 is daar begonnen met de herbouw van de in 1868 gesloopte ‘’Zevende Molen’, De Kameel. In 2010 is de restauratie van het molencomplex Goidschalxoort gereed gekomen mede dankzij een aanzienlijk bedrag van de BankGiro Loterij. Begin 2011 werd de gerestaureerde ‘Zesde Molen’ (tot voor kort bekend als ‘de molen zonder wieken’) opgeleverd. Deze op initiatief van de stichting het Zuid-Hollands Landschap herstelde molen zal in de toekomst een belangrijk ‘landmark’ zijn in de visualisatie van polder De Hooge Boezem achter Haastrecht. De geschiedenis van de molen en de polder staan centraal in het nabijgelegen poldermuseum De Hooge Boezem achter Haastrecht.

Het molenaarsambacht
Door de eeuwen heen zijn de molens bemalen, gekoesterd en onderhouden door molenaars. Het ambacht van molenaar was een gerespecteerd beroep. Toen het aantal molens in de 19e eeuw afnam, dreigde veel molenkennis verloren te gaan. Het vak van de molenaar leek te verdwijnen. Dit werd eind jaren ’60 van de vorige eeuw voorkomen door een groep enthousiaste molenliefhebbers. Zij organiseerden een opleiding tot vrijwillige molenaar en vervolgens leidde dit tot de oprichting van het Gilde van Vrijwillige Molenaars. Deze landelijke vereniging met provinciale afdelingen verzorgt een opleiding voor mensen die in hun vrije tijd molens willen bedienen. Deze opleiding duurt doorgaans twee jaar en wordt afgesloten met een examen. Het diploma wordt door steeds meer moleneigenaren verplicht gesteld. Korenmolenaars kunnen zich aansluiten bij het Ambachtelijk Korenmolenaars Gilde. Leden van dit gilde moeten kennis hebben van de maalstenen en van graan. Zij moet kunnen omgaan met de molen en de molen moet voldoen aan eisen van netheid en hygiëne. Dankzij de inspanningen van beide gilden worden de molens in Zuid-Holland bediend en onderhouden door enthousiaste mannen en vrouwen die op professionele wijze het ambacht van molenaar levend houden. Het merendeel van hen doet dit op vrijwillige basis.

Op de bres voor molens
Verschillende instanties maken zich sterk voor molens. Overheden kunnen subsidies beschikbaar stellen. Naast een Rijkssubsidieregeling kent de Provincie Zuid-Holland een eigen subsidieregeling voor instandhouding en een draaipremie. Om de restauratieachterstand in te lopen heeft de provincie een ‘Deltaplan’ voor molens ontwikkeld. Ook biedt de provincie praktische ondersteuning en begeleiding bij restauraties en verplaatsingen van molens. Voorts toetst de provincie bestemmingsplannen op het in stand blijven van de molenbiotoop. Het Erfgoedhuis Zuid-Holland zet zich in om de Zuid-Hollandse molens en alles wat daarbij komt kijken onder de aandacht van een zo groot mogelijk publiek te brengen.
Hiernaast dragen vijfenveertig molenstichtingen en -verenigingen in Zuid-Holland veel enthousiasme voor molens en het molenaarsambacht uit. Zij zorgen ervoor dat de molens onderhouden worden, dat zij draaien en malen en zoveel mogelijk voor het publiek toegankelijk zijn. Een overzicht van deze organisaties kunt u vinden op de site van Erfgoedhuis Zuid-Holland.

Links

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Plaats reactie

Om spam te voorkomen, stellen wij u een eenvoudige vraag. Vult u alstublieft het antwoord hieronder in.