Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website gebruikt cookies om filmpjes van YouTube te tonen en social mediaknoppen van Facebook, Twitter en Pinterest (third party cookies). Wij plaatsen zelf ook cookies om onze site te verbeteren. Als je deze cookies niet wil, dan kun je dat hier aangeven. De betreffende functionaliteit wordt dan uitgeschakeld.

Ontdek de verhalen van Zuid-Holland

De landbouwsector krimpt in

Na de Tweede Wereldoorlog schrompelde de Zuid-Hollandse boerenstand ineen. Door toenemende concentratie en mechanisatie in de landbouw en veeteelt nam de productiviteit toe. Maar de boeren zelf werden goeddeels overbodig.

Na de Tweede Wereldoorlog schrompelde de Zuid-Hollandse boerenstand ineen. Door toenemende concentratie en mechanisatie in de landbouw en veeteelt nam de productiviteit toe. Maar de boeren zelf werden goeddeels overbodig. Het werk werd overgenomen door industrieën en mechanische hulpmiddelen. Boter en kaas kwamen voortaan uit zuivelfabrieken en melk werd fabrieksmatig gepasteuriseerd en verwerkt tot melkpoeder en koffiemelk. De grotere landbouwbedrijven namen sterk in aantal toe, terwijl het aantal kleinere landbouwbedrijven fors achteruitging. Veel kleinere boeren ontkwamen er niet aan hun bedrijf te sluiten, door de stijgende kosten en te lage opbrengstcijfers.

Agrarische industrie
De grotere bedrijfseenheden maakten het mogelijk op grotere schaal het land met tractors en andere mechanische apparatuur te bewerken. De productie van zuivelproducten als boter en kaas en akkerbouwproducten als aardappelen en suikerbieten steeg enorm. Daarnaast nam ook de veestapel fors toe. De toch al om zijn intensieve bedrijfsvoering bekende Zuid-Hollandse veeteelt, akker- en tuinbouw kregen zo in toenemende mate het karakter van een industrie. Desondanks verminderde het belang van de landbouw in de totale Zuid-Hollandse economie.

Verdwijnen van het Groene Hart
Dat afnemende belang werd ook zichtbaar in het landschap. Al in de jaren dertig was Zuid-Holland behoorlijk verstedelijkt: bevolkingsconcentraties als Leiden, Rotterdam, Den Haag en Delft vormden (samen met Amsterdam en Haarlem) een bebouwde ring die toen al ‘Randstad Holland’ werd genoemd. Het midden daarvan – het ‘Groene Hart’ – was echter nog altijd tamelijk landelijk.

Na de Tweede Wereldoorlog drong de bebouwing vanuit de Randstad op. Dat was het best zichtbaar in Zoetermeer en Alphen aan den Rijn. Deze verstedelijking heeft het Zuid-Hollandse platteland onherkenbaar veranderd – tot grote ergernis van natuurliefhebbers, die graag dit laatste stukje ‘normaal Zuid-Holland’ willen behouden. Tegenwoordig is het streven het Groene Hart zoveel mogelijk in tact te laten. De druk om toch enige woningbouw toe te staan is echter groot.

Links

Reacties

  1. anoniem

    Een vraag: van welk jaar is de bijgevoegde kaart eigenlijk? Voor of na de oorlog?

    27 januari 2017

  2. Redactie

    De kaart stamt uit 1958 en is gemaakt door de Provinciale Planologische Dienst. Meer info vind je hier: https://geschiedenisvanzuidholland.nl/collecties/ontstaan-groene-hart

    30 januari 2017

  3. anoniem

    Bedankt!

    30 januari 2017

Plaats reactie

Om spam te voorkomen, stellen wij u een eenvoudige vraag. Vult u alstublieft het antwoord hieronder in.