Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website gebruikt cookies om filmpjes van YouTube te tonen en social mediaknoppen van Facebook, Twitter en Pinterest (third party cookies). Als je deze cookies niet wil, dan kun je dat hier aangeven. De betreffende functionaliteit wordt dan uitgeschakeld. Wij plaatsen zelf wel altijd functionele cookies voor de werking van onze website en (anonieme) analytische cookies om onze site te verbeteren.

Ontdek de verhalen van Zuid-Holland

Twee wijkzusters in Bergschenhoek

(Door Marjan Rip) Diny ten Kate en "Tos" Kalkhoven werkten jarenlang als wijkzuster in Bergschenhoek en Bleiswijk. Zuster ten Kate voor de protestanten en de "neutralen" en zuster Kalkhoven voor het katholieke deel van de bevolking. Marjan Rip van historische vereniging Den Berchsen Hoeck was benieuwd naar hun verhaal en sprak met hen. Een deel van dit artikel is gebaseerd op eerdere publicaties over dit onderwerp in De Heraut.

Op 26 augustus 2009  heb ik een afspraak met Zuster Ten Kate.  Ze heeft me vooraf gewaarschuwd, dat het niet te lang kan duren, dat ik geen koffie krijg, want ze is nu 83, gauw moe en kan niet lang meer zitten. Als ik  haar kamer in Huize Sint Petrus binnenkom, staat ze wel stralend te kijken. Want ze geniet van de aandacht en de interesse voor het werk, dat ze heeft gedaan. Ze heeft een grote stapel plakboeken klaargelegd. Die moet ik meenemen en daar kan ik mijn verhaal uithalen als we een uurtje gesproken hebben.. In ons gesprek gaan we terug naar haar jeugd en haar levensgeschiedenis. Hoe ze van Diny ten Kate uitgroeide tot het “begrip” Zuster ten Kate in Bergschenhoek.

Diny ten Kate  is op 22 april 1926 geboren in Doesburg. Toen zij 4 jaar was, verhuisde het gezin naar Emmen, waar haar vader hoofd van een Mulo was. Diny werd als dom aangezien, omdat ze op school niets deed en liever boeken las. Van kleins af aan wilde ze in de verpleging, maar toen ze de mulo niet haalde, moest ze het huishouden doen bij haar moeder en bij een zieke tante “oppas spelen”, zoals ze het zelf noemt. Saaie jaren, die haar ontevreden maakten.

De ommekeer kwam toen ze 17 jaar was. Haar vader gaf les in Engelse taal aan vrouwen in het Diaconessenhuis in Emmen en met die vrouwen kwam ze in contact. Zo kwam het, dat ze daar mocht helpen in de keuken en op de kraamafdeling. Ze deed het daar zo goed, dat ze van de directrice een verpleegstersopleiding mocht gaan volgen. Ze kon stage gaan lopen in het Diaconessen Ziekenhuis in Groningen. En later weer terugkomen in het Ziekenhuis in Emmen.

In dat ziekenhuis is ze 7 jaar gebleven. Ze herinnert zich, dat het keihard werken was. Ook toen ze ziek werd, en zelfs longontsteking kreeg, moest ze zich niet aanstellen en toch aan de slag gaan. Dat is de reden, waarom ze daar is weggegaan. Dat hield ze niet vol. Diny  is na het ziekenhuiswerk het Diploma Wijkzuster gaan halen. Dat was in 10 maanden gepiept. En ze merkte, dat dit soort werk haar op het lijf stond geschreven. Zelf vertelt ze aan een journalist van de Heraut: “Toen ik nog in verpleegstersopleiding zat, dacht ik altijd dat wijkverpleegsters trutten waren met hoge schoenen, omdat ze altijd door de kou moesten. Maar toen ik een keer waarnam in een boerendorp, in juli, vond ik het zulk leuk werk dat ik meteen na mijn diploma ben gaan solliciteren.”

 Direct na het diploma solliciteerde ze ook, en wel bij 3 gemeenten, die een wijkverpleegster zochten: Ter Apel, Kampen en Bergschenhoek. Het bestuur in Kampen vond ze zulke “stijve harken”, dat ze er van af zag.  In Ter Apel had een ander meisje van haar opleiding ook gesolliciteerd en ze gunde dat meisje die plek, omdat ook haar vriendje daar in de buurt woonde.  In Bergschenhoek kwam ze een leuk bestuur tegen, waarmee het onmiddellijk klikte. Toen ze zich in Rotterdam medisch moest laten keuren, zei de arts daar : ”hoe kun je naar zo’n gat willen?”. Maar zij was blij met deze aanstelling, wilde graag in Bergschenhoek werken. Ze was toen 28 jaar. Het was 1954.

Diny ten Kate werd met onmiddellijke ingang aangenomen, omdat haar voorgangster, zuster Bos, ging emigreren. Zuster Bos heeft haar nog wel voorgesteld aan haar patiënten, maar was daarna gelijk weg. Diny herinnert zich nog de eerste klant, aan wie ze werd voorgesteld. Hij woonde in een wit huisje en ze kreeg al bij haar eerste bezoek een grote worst mee naar huis. Bergschenhoek leek haar te verwelkomen. Ze had al direct een goede band met dokter Hoedemaker. Ze ging in de kost op de Hoekse Kade, bij de familie de Groot.

 Na een aantal jaren werd aan de  Julianalaan het Groene-Kruis gebouw opgericht en geopend. Diny kreeg boven een woning. Een huiskamer, slaapkamer, badkamer, keuken en logeerkamer. Een luxe behuizing vond zij het.

De vele plakboeken, waar ik uit put, en een aantal artikelen in de Heraut, vertellen een verhaal van een rijk en druk leven. In haar beginjaren in Bergschenhoek, beschikte Zuster ten Kate alleen over een fiets en pas later over een bromfiets om haar bezoeken af te leggen. Om half 8 in de ochtend vertrok ze, door weer en wind, met lange laarzen aan en een dikke leren jas. Het waren vaak verre en koude tochten. Ze begon die dagen met insuline-injecties geven aan suikerpatiënten. Daarna werden de zieken verpleegd en/of gewassen. Sommigen hadden eenmaal per dag verpleging nodig en anderen viermaal. Ze deed het allemaal.

’s Middags was er dan de zuigelingenzorg of kleuterzorg of uitleenspreekuur voor kraamspullen. En daarnaast waren er nog de huisbezoeken aan bejaarden, kleuters en moeders met zuigelingen en soms ook voorlichtingsavonden voor jonge of aanstaande ouders. Ze had plezier in al die werkzaamheden. Zelf zegt ze: “Je begeleidt de moeders met de voeding en de opvoeding. Dat laatste is altijd een hobby van me geweest, om te helpen van de kinderen mensen te maken, die in de maatschappij terecht kunnen”.

 Ze werd niet altijd aardig gevonden. “Ik ben wel eens scherp, dan zeg ik wel eens, dat moet je zó doen. Er zijn moeders, die dan kwaad reageren en zeggen “jij hebt geen kinderen gehad”. Dan moet ik wel lachen, want dat is natuurlijk waar, maar dan zeg ik “ik heb meer ervaring dan u, ik ga ontzettend veel met kinderen om”. Later komen ze dan wel eens terug en zeggen Zuster, u hebt toch gelijk gehad”. Diny ten Kate werd een begrip in de wijkverpleging van Bergschenhoek. Ze werkte met plezier en deed vaak ook iets extra’s, omdat ze vaak met arme mensen te maken had, zo lees ik in een artikel in de Heraut. Ze vertelt daar:

“Een keer lag er een jongen met longontsteking op een zoldertje onder een dunne paardendeken en een jas van pa”. Diny schakelde de kerkenraad in, en zorgde ervoor dat er diezelfde avond nog twee dikke dekens naar dat adres werden gebracht. Ook al kwam echte armoede steeds minder voor, toch waren er gezinnen, die plotseling ( financiële ) hulp nodig hadden in verband met een zieke. Om tijd en bureaucratisch gedoe te besparen, zoals formulieren invullen en wachten op antwoord daarop, stapte zij regelmatig naar de kerk, die vaak onmiddellijk hielp. Haar conclusie is, dat alles op papier wel steeds beter geregeld werd, maar dat in de praktijk voor een snel resultaat toch een beroep op “liefdadigheid” soms beter en sneller werkte.

 Aan haar koude en vaak barre tochten op de fiets en de vier brommers, die ze heeft versleten, bewaart Zuster Ten Kate vele herinneringen.Als het koud was, probeerde ze langs de Rotte in één hele dag alle bezoeken af te leggen. Dan hoefde ze maar één keer heen en weer. Op veel adressen stonden dan voor haar al warme pantoffels klaar en kreeg ze koffie of tussen de middag een bord eten. Zo kon ze, ondanks de kou, dat “afgelegen gebied” toch nog enigszins comfortabel bezoeken op haar fietsje of op de brommer.

 Andere afgelegen gebieden in de polder bezocht ze ook. Ze herinnert zich een boer in een molen, die haar ten huwelijk vroeg. “Hij zei erbij, dat ik de molen mocht hebben, als hij zou overlijden. Ik heb het toch maar niet gedaan”. Een andere molenaar kwam met minder goede bedoelingen op haar af, toen zij zijn vrouw, die ziek was, net had ingezeept. “Ik ben er meteen vandoor gegaan, zijn vrouw ingezeept achterlatend”, vertelt ze de Heraut. Toen ze ’s nachts een keer in Bleiswijk door een onguur type achtervolgd werd, besloot het bestuur, dat zuster Ten Kate voortaan een taxi mocht nemen, als ze ’s nachts op pad moest.

 Deze koude tochten van vroeger hebben wel ingehakt op de gezondheidstoestand van zuster Ten Kate. Ze was dan ook blij, toen ze na de 4 brommers een auto mocht aanschaffen. Ook best wel zwaar was haar 24-uurs beschikbaarheid. Vooral toen ze nog boven het Groene-Kruisgebouw woonde; want iedereen die hulp nodig had, wist haar daar ’s avonds en ook ’s nachts te vinden. Maar ondanks alles genoot ze van haar werk. En van alle contacten. Met ouderen, zieken, bejaarden, baby’s en kleuters. Op kleuterscholen speelde ze vaak haar werk na. De kinderen mochten dan poppen of knuffels meebrengen. Die werden gewogen en onderzocht. Zuster ten Kate luisterde naar het hart, bekeek de oren en ogen en vroeg, of “het kind”goed sliep en at.

 Ze deed  de wijkverpleging in Bergschenhoek gelukkig niet helemaal alleen. In haar beginjaren  werkte ze voor de Protestanten  en neutralen en was Zuster Kalkhoven er voor de Katholieken. Later is deze scheiding op basis van geloof geografisch van aard geworden. Zuster ten Kate bleef, op eigen verzoek het oude gedeelte van Bergschenhoek onder haar hoede nemen, want daar kende ze de meeste mensen. Na de fusie van 1973 en daaropvolgende reorganisaties heeft zij het werk steeds meer zien afkalven. In het nieuwe Interkruisgebouw van Bergschenhoek heeft ze zich nooit meer goed thuis gevoeld. De bureaucratie, die het gevolg was van de fusies en andere organisatievormen konden haar niet bekoren. Ze voorzag dat het mis zou gaan met de wijkverpleging. Toch heeft ze nog 2 jubilea gevierd. In 1979 haar 25 jarig jubileum en in 1986 haar afscheidsfeest, na 32 jaar. Van al die feesten heeft ze plakboeken vol foto’s.  Desgevraagd vertelde zij de journalist van de Hoekse Heraut, bij haar 25 jarig jubileum: “Ik moet nog acht jaar, want met 60 mogen we met pensioen. Maar als ik nog fit ben en er is een tekort aan zusters, dan ga ik vast door. Ik heb nog helemaal geen zin om op te houden.”.

Een leuke foto van de receptie tijdens haar 25-jarig jubileum is een foto met de toen nog jonge dokter Kamp ( de opvolger van dokter Hoedemaker). Ze vertelt me, dat ze hem in het begin enorm heeft geholpen. Want zij kende iedereen, en hij kende niemand, toen hij hier kwam werken. Zuster ten Kate is op haar 60e opgehouden met werken. Vanwege ziekte. Er werd haar een geweldige receptie aangeboden. En nu is ze 83, voelt zich moe en zwak, maar kijkt ze nog innig tevreden terug op de afgelopen jaren.

Zuster Kalkhoven,  bezoek ik op 18 november 2009. Zij is 82 oogt jaren jonger, en dacht eerst dat ik met haar over dokter Hoedemaker wou spreken. Toen bleek, dat ik haar levensverhaal wilde horen, moest ze even nadenken. Was dat nou wel zo belangrijk? We hebben het toch gedaan en hier volgt het:  

Cornelia Josefina Maria Kalkhoven werd op 11 juli 1927 geboren in Amsterdam. Ze was de jongste in een gezin met 7 kinderen. Haar roepnaam was “Tos”. Tos ging op school bij de nonnen, de zusters van Liefde, maar die liefde vond ze daar niet. De nonnen waren superstreng en daarom vond ze die school ook totaal niet leuk.  Na de Mulo, blij dat ze van die nonnen af was, deed ze een opleiding Huishoudkunde in Amsterdam. Het was toen gebruikelijk dat je na de Mulo zo’n opleiding deed.

In 1948 is Tos de Opleiding Verpleegkundige gaan doen. Ze kwam daarvoor terecht in Hilversum bij de RKZ, intern. De zusters daar waren de Zusters Onder de Bogen, een heel verschil met de strenge nonnen van haar vorige school. Ze haalde in 3 jaar haar diploma. En daarna ook nog haar Kraamdiploma (“Vanwege die mooie broche met de Ooievaar” vertelt ze aan de Heraut).

In 1954 heeft Tos in het St. Franciscus  in Rotterdam haar “kinderaantekening”gehaald. De nonnen daar waren de Augustinessen van Heemstede. Daarna heeft ze allerlei verschillende baantjes gehad. Ze werd o.m. particulier verpleegster bij ouderen, werkte in een kindertehuis, was invalkracht in ziekenhuizen. Via een van haar zussen, die in de wijkverpleging werkzaam was, kwam ze met het werk als wijkverpleegster in aanraking. Eerst als invaller, als er een wijkverpleegster met vakantie ging. Daar leerde ze de vrijheid kennen, die je toen als wijkverpleegster had. Je kon je eigen tijd indelen en werkte zelfstandig. Dit maakte, dat ze in 1957 zelf de opleiding wijkverpleging is gaan doen. Inmiddels nam ze overal waar, ook in Berkel en Rodenrijs. Toen ze hoorde van een vacature in Bergschenhoek en Bleiswijk heeft ze gesolliciteerd. Ze was het zwerven en overal waarnemen een beetje zat, en wilde graag wel een vaste baan en een eigen woonruimte.

 Ze werd aangenomen en kreeg een woonruimte aan de Hoefweg. Niet groot, maar voldoende en zeker luxe voor iemand, die altijd op kamers had gewoond. We spreken dan over 1958. Ze kwam in dienst van het Wit-Gele Kruis, afdeling Bergschenhoek en afdeling Bleiswijk. De afdelingen betaalden allebei de helft van de kosten van een wijkzuster. Ze had te maken met 2 besturen en 2 dorpen, waarover ze zich moest ontfermen. In Bleiswijk werkte zuster Dijkstra van het Groene Kruis en in Bergschenhoek zuster Ten Kate, ook van het Groene Kruis. Met die zusters liep de samenwerking heel goed, en de dames konden  het werk in goede samenwerking onderling verdelen, ook in de weekends. Zij namen de scheiding in geloof niet zo nauw. Voor hen stond het belang van de patiënten voorop. Zuster Dijkstra werd naast een collega ook een heel goede vriendin. Zuster Dijkstra is helaas begin april 2007 overleden.

 Dat zuster Kalkhoven in Bergschenhoek niet zo’n naam heeft gemaakt als zuster Ten Kate komt, omdat zij na de fusie van de kruisverenigingen in 1973 alleen nog maar in Bleiswijk actief is gebleven. Over het werk vertelt ze hetzelfde verhaal als Zuster Ten Kate. Half 8 in de ochtend op weg, injecties geven, wassen, verzorgen, kleuter-en zuigelingenbureau en cursussen. Op de fiets hoefde ze niet. Bleiswijk was een bijzonder uitgebreid gebied, vanaf de Kruisweg tot aan de Rotte vlak bij Rotterdam. Ze kreeg al direct een brommer, een Berini.

Tos heeft in haar werk altijd genoten van de zelfstandigheid, die ze had. En daarnaast van de vele contacten, die ze in haar werk had. Zo prijst ze de goede samenwerking met de artsen en het bestuur van Bleiswijk en Bergschenhoek en uiteraard ook de patiënten en haar mede-wijkzusters. De wijkzusters werden overal uitgenodigd bij alle evenementen in Bleiswijk. “We waren een soort notabelen” vertelt Tos, die dat als Amsterdammer totaal niet gewend was. Bij Sinterklaas- en Oranjefeesten zaten ze op de eerste rij. En ook als er een inwoner gehuldigd werd. Ze heeft een prachtige foto van Mevrouw Wooning, die in 1963 als de oudste inwoonster van Bergschenhoek werd gehuldigd, een oud-patiente van haar.

 Net als Zuster Ten Kate al vertelde, werd het werk voor de wijkzusters “oude stijl” minder leuk na 1973 door de fusies, die daarna volgden met alle reorganisaties van dien.  Zelfstandig opereren was er niet meer bij. De werktijden werden wel beter, maar de bureaucratie nam toe. Voor Tos betekende het wel, dat zij een luxere woonruimte kreeg, omdat het oude Wit-Gele kruisgebouw werd opgeheven. Ze woont daardoor nu nog steeds heel tevreden in de Dorpsstraat in Bleiswijk.

Ook Tos heeft het werk volgehouden tot haar 60e. En net als Zuster Ten Kate heeft zij eerst een prachtig 25 –jarig jubileum gevierd en daarna een drukbezocht afscheidsfeest gehad in 1987. Na haar pensionering is ze volop gaan genieten van het leven zonder verplichtingen aan de wijkverpleging. Ze heeft  nog veel vrijwilligerswerk gedaan  En staat nog steeds volop in het leven getuige een Laptop, die op tafel staat en een computercursus, die ze nu volgt. Ze kijkt met mij geïnteresseerd terug in haar oude fotoalbums. “Je vergeet zo veel” verzucht ze. 

Dit verhaal is eerder gepubliceerd in De Kruin, het tijdschrift van Historische vereniging Den Berchsen  Hoeck.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Plaats reactie

Om spam te voorkomen, stellen wij u een eenvoudige vraag. Vult u alstublieft het antwoord hieronder in.