Ontdek de verhalen van Zuid-Holland

Toen was geluk heel gewoon

Veel inwoners van Rockanje verhuurden in de zomer hun huis aan badgasten uit Rotterdam. Wil Stolk-van Gijzen interviewde Rita en Martien Noordermeer-Eland en Amie en Kees van Marion-Eland over hun herinneringen aan de jaarlijkse "Rotterdamse invasie", waar het hele dorp van profiteerde.

Door Wil Stolk-van Gijzen

Inleiding
Vanuit Nieuwesluis, waar ik als kind woonde, was het een wereldreis – per fiets – naar Rockanje. Een enkele keer per jaar naar opa die in het ‘bejaardenhuis’ Vredeheim woonde en een enkele keer naar de speeltuin De Houten Paardjes. Strand had ik toen nog nauwelijks gezien. Op de ulo, van 1958 tot 1962, ontmoette ik klasgenoten, die in Rockanje woonden  en hoorde ik voor het eerst over het verhuren van je huis aan badgasten. Ik logeerde ook wel eens bij de familie van Marion aan de Noorddijk en maakte daar van dichtbij mee wat het betekende als vreemde mensen (een deel van) je huis overnamen. Ik ben benieuwd hoe mijn leeftijdgenoten uit Rockanje nu terugkijken op die tijd. 

Familie Eland
De zussen Rita en Amie Eland en hun twee broers zijn geboren en getogen aan de Langeweg 44 in Rockanje. Hun ouders hadden daar een tuinderij. Om wat bij te verdienen verhuurden zij in de zomermaanden hun huis aan badgasten. Meestal alleen gedurende de maanden juli en augustus. Het was een kwestie van vraag en aanbod, veel Rotterdammers hadden de behoefte om naar zee te trekken. Vaak kwamen vrouwen en kinderen voor een maand en voegden de mannen zich een deel van de tijd bij hen. Als Rita een schatting moet maken denkt zij dat misschien wel 80% van de Rockanjenaars op één of andere manier aan verhuur deden. Ook door de familie van  hun echtgenoten, Kees van Marion aan de Doornweg en Martien Noordermeer aan de Blindeweg, werd verhuurd. 

Het gezin Eland verhuisde naar de schuur met stookhok dat bewoonbaar was gemaakt voor het hele gezin. Een heidens karwei. Ouders en kinderen sliepen daar nauwelijks van elkaar gescheiden. Of er echt sprake was van rondlopende muizen, daarover verschillen de zussen van mening. Rita kan er nog van griezelen en Amie lijkt er nooit iets van gemerkt te hebben. In het huis was er ruimte voor een gastgezin. Het huis was vrij te gebruiken, evenals de keuken met potten en pannen, bestek moesten de gasten bij de familie Eland zelf meebrengen. (Foto onder: Annie (links) en Rita in het zomerhuis. Foto: Familie Eland)

Amie (links) en Rita in het zomerhuis

Badplaats Rockanje
De  VVV was erg actief in het leggen van de contacten tussen huurders en verhuurders. In de Nieuwe Brielsche Courant van 3 juli 1928 lees ik een berichtje van de VVV:

De vreemdelingenstroom voor verblijf begint zoo zoetjes aan zich te vertoonen. Vooral in ’t duin aan den duinvoet en aan den Zeeweg is er reeds goed verhuurd, in ’t dorp nog niet erg maar dat komt wel in orde. De badkoetsjes van Hygiëa zijn in aantocht. Door die van den heer Philipse en die van Hygiëa heeft het strand dan eerst het cachet gekregen van een echte badplaats. 

Naast de strandstoelen en badhokjes op het strand herinneren Rita en Amie zich de houten laden om je kleding in op te bergen. Met een abonnement kon je deze zaken bij Bets van Helden huren. Ook waren er douches. We spreken hier over de jaren vijftig.

Men kwam vaak eerst bij elkaar ‘op zicht’ voordat de verhuur een feit was. De verhuurders waren lid van de VVV, vertelt Amie en zo was bekend dat zij wilden verhuren. Anderzijds kon je ook als verhuurder de potentiële huurders aanschrijven. Ondanks de financiële noodzaak moest het ook wel een beetje klikken met elkaar. Amie kan zich herinneren dat haar vader één keer de stoute schoenen aantrok en een huurder openlijk op het erf de les las omdat deze niet op tijd wilde vertrekken. Het volgend jaar was er ‘helaas’ geen plaats meer voor die familie. De VVV maakte ook een boekje ter promotie van de badplaats waarin geadverteerd kon worden. Martien heeft zo’n boekje dat jammer genoeg niet gedateerd is. Het gaat om het ‘13e duizendtal’. In dit boekje staat in de inleiding: Met weemoed herdenken we den heer L. Goudswaard, die 21 Nov. 1932 overleed. Ontzaglijk veel heeft hij als Secretaris voor de V.V.V. gedaan. Zijn naam zal steeds in dankbare herinnering blijven voortleven. 

(Foto: Ansichtkaart, ca. 1939. Collectie Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg)

Al minstens tien jaar voor dit geschreven werd, is er sprake van een Goudswaardbank in de duinen. Tot op de dag van vandaag staat er een bank met die naam. 

Verderop in het boekje wordt de belastingdruk van Rockanje vergeleken met andere gemeenten in Zuid-Holland in 1938. Met de zinsnede “Rockanje behoort derhalve gelukkig nog steeds tot de slinkende groep gemeenten met lage en middelmatige belastingen. Vestig U dus te Rockanje”, probeert de VVV ondernemers over de streep te trekken. 

Voor het overige is het boekje één loflied op strand en duin met vervolgens veertig bladzijden vol advertenties voor verhuur. Daar er geen enkele verwijzing is naar de tweede wereldoorlog neem ik aan dat het boekje dateert uit ongeveer 1939. De kleurige omslag heeft een mooie Jugendstil-achtige uitstraling. 

(Foto: Strandvermaak omstreeks 1933, Collectie Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg)

De geest van Goudswaard waart nog door de bladzijden van het boekje. Lyrische gedichten over vakantie te Rockanje aan Zee, maar ook een flink stuk proza om Rockanje te promoten. Romantiek ten top. Wat te denken van de volgende zinsnede: ‘Het strand voor baders en zwemmers zoo veilig; door geen ebbeslijklaag bevuild; het water het echte zoutgehalte; de zeelucht volkomen bacteriënvrij, want geen vischstank bederft de atmosfeer. En dan dat dalend zonlicht hier in zee, als de Koningin van den dag in gouden bark gaat scheiden, en scheidend nog een schoonheid allerwegen toovert, waarbij de logge zeehond – in troepen liggende op de plate – het blaffen staakt. En lang, langs purperen zee reeds weg gevaren, de trouwe dagvorstin, blikt nog ons oog een rozenrijkdom in, gevangen daar in schuchtere wolkenbrokken”. Enzovoort enzovoort…

Aantrekkingskracht
Als het goed was bevallen kwamen soms jarenlang dezelfde gezinnen naar dezelfde verhuurders. Over het algemeen leverden die vakanties vrolijke verhalen op. Het was ook hard werken natuurlijk. Tussen het gewone tuinderswerk door was er de wisseling van de wacht voor de verhuur.  En het was toch een druk op het hele gezin om zo voordelig mogelijk voor de dag te komen. De huurders kwamen meestal met het openbaar vervoer – dus per tram –  naar Oostvoorne en werden daar opgehaald of moesten verder met een bus naar Rockanje. De bagage, bestaande uit kleding, beddengoed, badgoed, handdoeken, eventueel bestek, fietsen enz. enz. werd door de bodedienst gebracht. De namen van bodes die worden genoemd zijn Van Buren en Joop de Haan. 

Over het algemeen waren de gasten niet zo veeleisend, althans niet in de ogen van de kinderen die Rita en Amie toen waren. Twee werelden ontmoetten elkaar. Kinderen speelden met elkaar en de jongelui bekeek elkaar. Er werd op andere momenten van het jaar ook wel bij elkaar gelogeerd. Martien kwam met de gasten in het café, terwijl hij daar anders niet zo snel kwam. En Martien en Kees hebben allebei wel eens een poging richting grote stad gewaagd om een meisje te versieren. Maar al die kontakten waren niet echt blijvend. De gasten waren blij met kleine genoegens, strand en duinen, maar ook het gebeuren op de tuinderij of boerderij bracht hen plezier. Amie herinnert zich mevrouw Grosheide die van het regenwater uit de pomp genoot omdat haar haar er zo lekker zacht van werd bij het wassen. 

Martien woonde op boerderij Steur aan de Blindeweg. Zijn ouders adverteerden in het VVV-boekje met een hele bladzijde. Ik kende de verbinding van die namen Noordermeer en Steur wel, maar ik hoor nu een uitleg van deze naam. Steur heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat heel vroeger op die plek een verbinding met open zee was, waarin steur werd gevangen. 

De gasten bij de familie Noordermeer vonden het prachtig om met paard en wagen mee te gaan naar de veiling in Oostvoorne. Moeder Noordermeer had haar keukentje in de schuur en het kamertje waar het gezin met aanhang bivakkeerde stond met één gemakkelijke stoel, een tafel en wat rechte stoelen helemaal vol. 

Als het hele gezin thuis was zaten ze als haringen in een ton. In 1949 brandde de schuur af. Toen was er perspectief om een goed verblijf voor de gasten te maken. Martien trouwde een jaar of vijftien later met Rita en zij hebben de verhuur nog een aantal jaren volgehouden. Toen kwam de klad erin. Rockanjenaars kregen zelf meer te besteden en de gasten werden campinggasten of gingen elders op vakantie. 

Kerk en middenstand
Uiteindelijk profiteerde natuurlijk het hele dorp van de – vooral  Rotterdamse – invasie. De bodediensten, taxibedrijven, horeca, strandbaden, stoelenverhuur, maar ook de talloze kleine winkeltjes waar verse producten werden verkocht konden een extra centje verdienen.

In de gereformeerde kerk op de Vleerdamsedijk werden elke zondagmorgen twee diensten achter elkaar gehouden en dan nog zaten de mensen tot op de trap van de preekstoel. De gasten gingen vervolgens naar het strand. Zij hadden vakantie en dan mocht dat, ook als je normaal gesproken zulke dingen op zondag niet deed. Ook de gastpredikanten die in Rockanje logeerden in ruil voor hun preekbeurten, deden dat. De kinderen van de gereformeerde gezinnen, die hun huis verhuurden, moesten thuisblijven. Zij hadden immers geen vakantie.

Op woensdagavond werd er in de kerk een gastenavond gehouden, met het doen van spelletjes, film enzovoort. Je zat dan in de banken. En er was in het wonderhuisje aan de Bosweg het evangelisatieteam van, als de herinnering van Amie en Rita klopt, ‘tante Stien en tante Fien’.  Er werden verhalen verteld met het flanelbord en er werden liedjes gezongen. De vloed komt op, de regen daalt neer, Amie kan het nog zingen met de gebaren erbij. 

De verhuur was een wezenlijk onderdeel van de jeugd van deze vier mensen. Gasten kwamen en gingen. Kontakten bleven soms jarenlang in stand, maar uiteindelijk was er ook die scheiding tussen mensen van het platteland en mensen uit de stad, huurders en verhuurders. Ondanks de uitstapjes naar de stad zijn Kees en Martien al vele jaren gelukkig getrouwd met de zussen van de Langeweg, Rita en Amie.

Foto: het boekje dat de VVV waarschijnlijk in 1938 heeft uitgegeven. 

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Struinen, het tijdschrift van de Historische Vereniging Westelijk Voorne.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Plaats reactie

Om spam te voorkomen, stellen wij u een eenvoudige vraag. Vult u alstublieft het antwoord hieronder in.