Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website gebruikt cookies om filmpjes van YouTube te tonen en social mediaknoppen van Facebook, Twitter en Pinterest (third party cookies). Als je deze cookies niet wil, dan kun je dat hier aangeven. De betreffende functionaliteit wordt dan uitgeschakeld. Wij plaatsen zelf wel altijd functionele cookies voor de werking van onze website en (anonieme) analytische cookies om onze site te verbeteren.

Ontdek de verhalen van Zuid-Holland

Met de blauwe tram naar de Noordzee (1943)

Hier volgt een verhaal van een in die tijd, oorlog 1943, bijzondere herinnering aan een bezoek aan de Noordzee, wat eigenlijk in die tijd ondoenlijk was. In de oorlog gingen we nooit op reis, we hadden er ook niet het benodigde geld voor, maar een keer maakten we toch een reis per “Blauwe Tram”.

We woonden in Rijswijk ZH. Er reed nog wel een gele tram van de HTM van de Turfmarkt in Den Haag naar Delft  en een gele tram ook van de Turfmarkt naar Voorburg station. Ook de “Blauwe Tram” reed nog. Die ging helemaal van Den Haag door Voorburg, Leidschendam, Voorschoten, Leiden, Oegstgeest en verder door de Bollenstreek naar Haarlem. De “Blauwe Tram” is helaas al sinds jaren verdwenen.

Maar we konden niet meer naar Scheveningen naar het strand, waar ik voor de oorlog als klein kleutertje wel heb gespeeld in het zand.  De Duitsers hadden Scheveningen in bezit genomen, het was voor Nederlandse burgers verboden daar te komen. Mijn moeder had nu gehoord dat er een mogelijkheid was om de zee toch nog te zien in Noordwijk. Het was denk ik in 1943 en ik moet een jaar of acht zijn geweest.

We vertrokken ‘s morgens met mijn vader en moeder en twee broers en een zus en ik als jongste. We gingen eerst naar Voorburg want daar waren haltes van de “Blauwe Tram”. Of we onderweg nog  moesten overstappen weet ik niet. We hadden wel de ruimte in de tram. De tram, weet ik nog wel, had houten bankjes. Ik denk wel dat we ook ons brood hadden meegenomen en in die tram hebben opgegeten. We namen in ieder geval de tram richting Haarlem en zijn in Noordwijk aangekomen. In Noordwijk zijn we inderdaad bij de zee kunnen komen. We konden niet op het strand. We stonden bij een gebouw waar het winderig was. Er waren nog drie andere mensen en verder waren er helemaal geen mensen. Het was er stil en verlaten.

Het aanschouwen van die grote weidse zee was voor mij zeer indrukwekkend. Want het was echt een buitenkansje dat we zo maar bij zee konden komen. En toen ik voor de oorlog op het strand van Scheveningen in het zand zat te spelen zal ik aan die zee geen aandacht hebben besteed. We stonden er niet zo lang en spraken er over dat we geen Duitse soldaten zagen. Toen er ineens toch een Duitse soldaat kwam aanlopen met zo een lange soldatenjas en laarzen aan en hij had ook een geweer bij zich. Ik had meteen een beklemmend en angstig gevoel. We dachten ook dat die soldaat ons zou zeggen dat we daar als Nederlandse burgers niet mochten verblijven. Hij zei echter niets en ging zelfs weg. Wij zijn daar, toen we gelukkig de zee hadden gezien, ook weer weggegaan. We maakten de terugreis weer met de “Blauwe Tram”. En dat was een hele onderneming. Maar wij hadden zomaar de zee gezien!

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Plaats reactie

Om spam te voorkomen, stellen wij u een eenvoudige vraag. Vult u alstublieft het antwoord hieronder in.