Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website gebruikt cookies om filmpjes van YouTube te tonen en social mediaknoppen van Facebook, Twitter en Pinterest (third party cookies). Als je deze cookies niet wil, dan kun je dat hier aangeven. De betreffende functionaliteit wordt dan uitgeschakeld. Wij plaatsen zelf wel altijd functionele cookies voor de werking van onze website en (anonieme) analytische cookies om onze site te verbeteren.

Ontdek de verhalen van Zuid-Holland

De verborgen duiker bij Kasteel Duivenvoorde

Op woensdag 18 april 2007 heb ik op uitnodiging van dhr. A. Slot, beheerder van Kasteel Duivenvoorde, een bezoek gebracht aan Kasteel Duivenvoorde te Voorschoten. Volgens Slot hadden de medewerkers van de firma van der Holst & Zn uit Wassenaar een holle boomstam uit de wand van de vijver gehaald en vroeg hij mij of ik interesse had om deze te komen bekijken.

De firma van der Holst hadden in het voorjaar van 2007 de vijver rond kasteel Duivenvoorde uitgebaggerd en er een nieuwe beschoeiing in aangebracht. Bij het afgraven van overtollig zand uit de wand van de vijver is de boomstam door de firma van der Holst in de wand aangetroffen. Het betreft hier het gedeelte van de vijver tussen het kasteel en de loopbrug aan de achterzijde van het kasteel.

Eèn boomstam was inmiddels door de firma van der Holst uit de vijver gehaald omdat deze de werkzaamheden aan de beschoeiing ernstig verstoorde. Bij navraag bij de firma van der Holst kreeg ik te horen dat er nog twee  boomstammen in de vijverwand aanwezig waren, deze zouden later geheel weer ondergegraven worden. Daar het geheel al verstoord was heb ik aan de firma van der Holst gevraagd, indien mogelijk, ook deze twee boomstammen te bergen en de boomstammen over de beschoeiing in de vijver terug te leggen. Met hun welwillende medewerking is dit bij de 2e en 3e boomstam uitgevoerd. Deze boomstammen kunnen nu nader onderzocht worden, eventueel worden geborgen en bewaard blijven voor verder onderzoek.

De 1e boomstam loopt in de wand weg van het kasteel, is niet geborgen en zit nog op de originele locatie.

De 2e boomstam heeft een lengte van  ca 2,50 meter en een diameter van ca 30 cm en is over de gehele lengte uitgehold. Op èèn kopse kant was hij haaks afgezaagd en op de andere kopse kant zodanig van de buitenbast ontdaan dat er een holle pen met een diameter van ca 20 cm ontstaan was.

De 3e boomstam liep richting het kasteel, heeft een lengte van ca 2,50 meter en een diameter van ca 30 cm en is over de gehele lengte uitgehold. Op èèn kopse kant was hij haaks afgezaagd en voorzien van een smeedijzeren band met een dikte van ca 1 cm en een breedte van ca 3 cm. De andere kopse kant was grof afgewerkt en was dus niet bedoelt om daar een volgende boomstam op aan te sluiten. Deze grof afgewerkte kant lag op een fundering van op elkaar gestapelde stenen. De niet opgemetselde stapel stenen met de maten: 18 x 9 x 3,5 cm lagen in 3 lagen op elkaar, in een vierkant van ca 40 cm.                                                                      

Daar de 2e boomstam voorzien is van een holle pen kon de 3e boomstam over deze pen geschoven worden. Tussen de zogenaamde pen/gat verbinding zat een vlasachtig materiaal (bewaart gebleven) en voor de verdere afdichting was er een smeetijzeren band aangebracht. Van het vlasachtige materiaal is nog niet bekend of deze bewust ingebracht is, of dat deze via natuurlijke weg ingegroeid is.

 De tuinen van kasteel Duivenvoorde in 1669-1771.

Toen Arent van Wassenaer in 1707 Duivenvoorde van zijn vader Jacob erfde, was hij de vertrouweling van Willem III en benoemd tot super – intendant van zowel de koninklijke tuinen  in Nederland als in Engeland. Als groot kenner van de Franse tuinkunst adviseerde hij de koning-stadhouder over nieuwe ontwerpen voor de verschillende paleistuinen. In 1708 werd er aan het Hoogheemraadschap van Rijnland een verzoek gedaan om de Dobbewatering ter hoogte van Duivenvoorde een stukje te vergraven. Met deze vergraving werd het park afgesloten met een uitspringende halve boog in het noordwesten, vrijwel in het midden van een rechthoekig, dichtbeplant bosquet, uitgelegd in de polder aan de noordwestzijde van het park. Deze uitleg was aan het einde van een drievoudige gracht voorzien, waardoor het geheel veel weg had van een bastion. Omdat de drievoudige gracht een onderdeel van de verlengde Dobbewatering was, moest het water via dammen en duikers worden gereguleerd. Landmeter Jacob de Sauvage kreeg in 1798 van het Hoogheemraadschap van Rijnland opdracht dit gedeelte in kaart te brengen. In 1964 maakte Anco Wigboldus een vogelvlucht van park Duivenvoorde, (naar situatie van ca. 1717 ) gezien vanuit het noordwesten. (collectie Duivenvoorde)

Bron: De Leidse Lustwarande, geschiedenis van de tuinkunst op kastelen en buitenplaatsen rond Leiden, 1600-1800, door Henk Rijken.

Een duiker is een kokervormige constructie, gelegen in wegen of toegansdam, die is bedoeld om wateren met elkaar te verbinden. Bij een duiker wordt in principe de bodem van de watergang onderbroken, dit in tegenstelling tot een brug.

Duikers worden tegenwoordig gemaakt van beton of (plaat)staal. In het verleden werden ook gemetselde duikers gemaakt en hout was vroeger ook een veel gebruikt materiaal.

Gezien het bovenstaande kunnen we tot de conclusie komen dat de bij kasteel Duivenvoorde aangetroffen boomstammen vermoedelijk onderdelen geweest zijn van de toen aangelegde duikers in de tuinen en dat deze de diverse grachten en/of vijvers met elkaar verbonden moeten hebben. Eventueel nader onderzoek zal hier een sluitend antwoord op kunnen geven.

Met dank aan de medewerkers van de firma van der Holst & Zn te Wassenaar.

Trudo Bosch, april 2007

 

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Plaats reactie

Om spam te voorkomen, stellen wij u een eenvoudige vraag. Vult u alstublieft het antwoord hieronder in.