Ontdek de verhalen van Zuid-Holland

De Papendrechtse Moordzaak

Het was geen moord, het gezag stond op het spel. Het gezag verloor door wangedrag van de politie en starheid van regenten. Fred van Os heeft een verhalenbundel uitgebracht. De titel luidt: Onder aan 't veer. Het is te koop bij bol.com. http://www.bol.com/nl/p/onder-aan-t-veer/9200000019246285/

Zolang ik me herinner is de verhouding tussen de politie en de Papendrechtse bevolking niet al te best geweest. De Papendrechtse moordzaak in 1910 was hiervan de oorzaak. Weliswaar ging het toen niet om een echte moord, maar over het wangedrag van veldwachters van Papendrecht. Wat was het geval?

De opgroeiende jeugd, bestaande uit potige fabrieksjongens en griendwerkers gingen op  zaterdag- en zondagavond steevast stappen in Dordrecht. Zo is het nu en zo was ook al in 1900. In de schipperskroegen op de Blijenhoek en de Riedijk goten ze zich vol. Om 10 uur stak het laatste pontje vanuit Dordrecht van wal en zo als te verwachten was, zat die vol met jongvolk, dat ladderzat onwelvoeglijke taal uitbraakte, afgewisseld door het zingen van smerige liedjes. Na de ontscheping aan de Papendrechtse kant volgde de finale van het avondje stappen. Meningsverschillen en sluimerende onderlinge antisympathieën werden op het Veerplein uitgevochten. Met dronken koppen gingen kemphanen elkaar te lijf. Door de drank beneveld werd er meer mis dan raak geslagen, totdat ze elkaar weer als vrienden in de armen vielen. Tot ergernis van de notabelen herhaalde dit fenomeen zich wekelijks. Schande werd er van gesproken en de kerkelijke autoriteiten, de ouderlingen voorop, klaagden steen en been bij Burgemeester Bonten. Die zag er in eerste instantie niet veel kwaad in. Laat ze maar stoom afblazen, dacht hij. Maar uiteindelijk was hij gedwongen geweest de veldwachters Radema en De Meij te instrueren de orde te handhaven op het Veerplein.

Beide veldwachters, toch geen kleine jongens, hadden geen schijn van kans. Bij hun eerste poging de orde te handhaven werden ze door een groepje kerels omsingeld. En hoewel zij zich kranig verweerde, waren zij geen partij voor de stevige fabrieksjongens, die door de drank door het dolle heen waren. Hendrik Garsthagen pakte Radema’s sabel af en boog hem zo rond als een hoepel. Daarna werd door Jacob Kwakernaat de pet van De Meij van z’n hoofd gerukt. Het hele groepje stond er op te dansen totdat ie zo plat was als een dubbeltje. Tot slot werden beide veldwachters het Balkengat in gejonast. Joelend en zingend gingen de jongens op naar huis. ‘s Maandags daarop - eerder kon niet vanwege de zondagsheiliging - brachten de verfomfaaide veldwachters verslag uit.  Burgemeester Bonten besefte dat ’t mis ging. Hij vroeg assistentie aan en die kwam. De veldwachters Bouterse uit Oud-Alblas, Van Loon en Van den Berg uit Sliedrecht en Maarsman uit Maasdam kwamen het gezag in de weekenden versterken.

De week daarop stonden er 6 veldwachters aan ’t veer. Of ze beseft hebben wat hun overkwam, moet worden betwijfeld, ze werden totaal overlopen, alsof een troep dolle stieren op hol was geslagen. Bont en blauw stonden ze ’s maandags op het matje bij de burgemeester, die echter geen oplossing kon bieden. Van de Officier van Justitie van Dordrecht, mr. Van Tricht, had hij te horen gekregen dat de veldwachters maar van zich af moesten slaan. Versterking zat er niet in. In plaats hiertegen te protesteren, nam de burgenmeester hier genoegen mee. Een kapitale blunder, naar later bleek.

Toen knapten er wat bij de veldwachters. In de weken daarop vertoonden ze zich niet op het Veerplein, maar lagen op de loer achter de bosjes halverwege de Veerdam. Nadat de groep luidruchtig was gepasseerd, volgden ze op afstand. Bij elk kruispunt splitste de groep zich. Op het laatst koos iedereen zijns weegs om thuis ronkend in slaap te vallen. Een uur later sloegen de veldwachters toe. Ze drongen het huis van een raddraaier binnen en lichtten 'm van zijn bed. In de boeien voerden zij hem af naar het gemeentehuis. In het souterrain roste de veldwachters de arrestant af en wierpen hem daarna in de cel. Zo werkten de veldwachters de ergste relschoppers af. Garsthagen en Kwakernaat kregen daarbij een speciale behandeling en werden herhaaldelijk zo hard geslagen, dat dorpsdokter Brandts er aan te pas moest komen om de bloedende hoofden te verbinden.

De bazen van de scheepswerf onder aan het veer, de gebroeders Duijvendijk, zagen hun jongens met gehavende gezichten op het werk komen en protesteerden bij het wettelijk gezag. Burgemeester Bonten hielde de veldwachters de hand boven het hoofd. Het dronkenmansgevecht had zich ontwikkeld tot een ware veldslag tussen het jongvolk en het gezag, dat star zijn positie handhaafde. Protesten van de kant van de dokter, dominee en enkele ondernemers mochten niet baten. Zo verslechterde de verhouding tussen de politie en de bevolking met de dag, totdat een onnozel incident de druppel bleek, die emmer deed overlopen.

Hendrik Garsthagen en Jacob Kwakernaat zaten zonder vergunning te vissen aan het Balkengat toen ze betrapt werden door veldwachter De Meij, die de vissers wilde bekeuren. Een heftige woordenwisseling volgde. Beide mannen betichtte de veldwachter van mishandeling. Ze zouden er werk van gaan maken! Veldwachter De Meij bleef onverstoord en nam het visgerei in beslag. Dat had hij beter niet moeten doen! De week erop stond er een ingezonden stuk in de Dordrechtse Courant, gedateerd 10 september 1907. Breed werden daarin de mishandelingen van arrestanten, die in het gemeentehuis plaatsvonden, uitgemeten. Met name de veldwachters De Meij en Van den Berg werden er van beschuldigd ondergetekende tot bloedens toe te hebben afgeranseld. En die ondergetekende was Hendrik Garsthagen. De week erop stond er nog een ingezonden stuk in de krant met dezelfde strekking, maar nu ondertekend door Jacob Kwakernaat. De ingezonden stukken waren uit naam van beide mannen opgesteld door de Dordtse rechtskundige Jan van Ek, daar beide mannen noch lezen noch schrijven konden.

De beer was los! Zelfs de landelijke pers wierp zich op de zaak. Het gezag was in z’n eer aangetast en sloeg terug. De veldwachters De Meij en Van de Berg diende een aanklacht tegen Garsthagen in wegens smaad. Op 20 december 1907 werd Garsthagen veroordeeld tot 2 maanden gevangenisstraf. De veldwachters beweerden dat Garsthagen stomdronken tegen een deurpost van het gemeentehuis was gelopen, hetgeen tot een hevige bloeding aan de neus leidde. Burgemeester Bonten steunde deze verklaring. Garsthagen, bijgestaan door Van Ek pikte dit niet. In brochures beschuldigde Van Ek de Dordtse rechtbank er van dat zij elkaar de hand boven het hoofd hielden en dat zowel de veldwachters als de burgemeester meineed hadden gepleegd.

De zaak kwam tot 2 maal toe in hoger beroep in achtereenvolgend Den Haag en Den Bosch. De Hoge Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank van Den Bosch. Het Hof te Arnhem kreeg in 1910 opdracht de zaak opnieuw te onderzoeken. Tot veler verrassing beval het hof psychiatrisch onderzoek van de verdachte. Dat onderzoek werd uitgevoerd door een commissie van zeer geleerde heren zoals de Leidse professor Jelgersma, Dr van Erp Taalman Kip en Dr S. van Deventer. Dat was een novum in de toenmalige rechtspraak. Het rapport dat deze deskundigen uitbracht wekte een enorme opschudding in de landelijke pers. Garsthagen en alle getuige die hem steunden, waaronder dokter Brandts en dominee Hoekstra, werden afgeschilderd als mensen die leden onder een waan. Rechtskundige van Ek werd als ‘waanzinnige querulant’ weggezet. Het Arnhemse Hof kwam er niet uit: Garsthagen werd weliswaar schuldig verklaard, maar werd van verdere vervolging ontslagen. Daarmee was de zaak nog niet gesloten, maar sleepte nog jaren voort: van de ene rechtbank naar de andere.

Het gezag nam wraak. In de publieke opinie had het een zware nederlaag geleden, maar ze zouden die Papendrechtse raddraaiers weten te vinden! In 1920 werd op de Veerdam de Marechausseekazerne gebouwd. Er werden 8 marechaussees gestationeerd. Uitzonderlijk op een bevolking van 4500 inwoners!

Dat de weerzin tegen de politie diep zat, ervoeren wij als kinderen direct al. Van de oudere jongens op ’t Eiland leerden we dat we ze na moesten roepen met: “Tuut!” Als we dan door een agent werden aangehouden, moesten we bij hoog en bij laag volhouden dat we autootje speelden.

Veel agenten hadden bijnamen. Zo had je ‘Cowboy zonder paard‘. Niet bepaald een indrukwekkend figuur, die met z’n rijbroek op de fiets surveilleerde. Als de fabrieken om 5:00 uur uitkwamen, moest hij het verkeer op het kruispunt Eilandstraat met de dijk regelen. Op zijn teken mochten de fietsers doorrijden. Daarvoor dienden ze zich achter de streep op te stellen. Hij bestond ’t een proces-verbaal uit te schrijven voor een fietser die over de streep stond te wachten! De agent met de naam Zonderop kreeg de scheldnaam Donderop toebedeeld. Als hij langsfietste werd hem nageroepen: “Zonderop, donder op!” Als hij achterom keek, was er in velden of wegen niemand te zien! Van weer een andere agent werd beweerd dat hij kranten in z’n pet stopte om ‘m hoger te maken. Belachelijk vond men dat!

Een uitzondering vormde agent Labije, een grote vent, die de wind er onder had. We noemden ‘m ‘Labber de Poepie’. Broer Jan had altijd ruzie met ‘m, kreeg een schop onder z’n kont van ‘m. De vete tussen die 2 liep zo hoog dat Labije een bekeuring uitdeelde toen Jan zonder licht aan langs het politiebureau fietste.

Hoewel Jan protesteerde en aantoonde dat hij enkel vergeten was zijn licht in te schakelen, zette Labije door. Omdat Jan minderjarig was, werd hij ontboden bij de officier van justitie in Dordrecht. Samen met ma stond hij daar op het matje; hij kwam er met een berisping af. Toen Jan vriendschap sloot met z’n dochter, hield de vete op. Labije was ondanks dat anders dan de andere agenten. Hij was streng, doch rechtvaardig.

Overigens maakte de politie op ons weinig indruk. Toen we weer eens op het bureau moesten komen, omdat we verlinkt waren bij het appeltje pikken, moesten Jan en Cees onkruid tussen de steentjes verwijderen. De eerste taakstraf was een feit! Een volgende keer werden we in het wachtlokaal opgesloten. In de hoek stond een kinderstepje. Op initiatief van Jan reden we om beurten rondjes in het wachtlokaal. Toen de wachtcommandant terugkwam, zaten we weer als heilige boontjes onschuldig te wezen. Het werkte, na een donderpreek mochten we naar huis.

Ach, waar blijft de tijd. De politie werd gemoderniseerd, de wederzijdse kinderachtigheden verdwenen. Het dorp veranderde in stad, we kenden de namen van de agenten, laat staan de bijnamen, niet meer. De persoonlijke band met de politie, ook al was die niet altijd positief, verdween. Weer zo’n verworvenheid van de moderne tijd!

Reacties

  1. anoniem

    Wat leuk om dit article te lezen waarin mijn Opa Alexander Bouterse in voorkomt! Ik probeer hier vanuit Australia wat meer uit te vinden van mij moeders familie en hun verleden! [ my e-mail address is Kikkies@bigpond.com ] Regards ; Jan Kik

    02 maart 2015

  2. Redactie

    Leuk dat we ook 'down under' worden gelezen!

    09 maart 2015

  3. anoniem

    Ik ken deze zaak als "De Papendrechtse Strafzaak". De marechausseekazerne (naderhand politiebureau) werd (dacht ik) te Papendrecht neergezet vanwege de aanwezigheid van de Pontonnier en Torpedisten die gelegerd waren te Dordt, maar een oefenterrein en haven hadden te Papendrecht.

    27 februari 2017

  4. anoniem

    Wat een goed geschreven stuk en ik heb het met plezier gelezen....'De goeie ouwe tijd"..jaja. Adrie vdKooij-deGroot

    04 maart 2017

  5. Redactie

    Dit artikel staat al langer op de site, mooi dat het nog steeds gelezen wordt!

    06 maart 2017

  6. anoniem

    Ik herinner me ook een paar agenten, eind jaren 50 denk ik,maar een waar mijn broers altijd mee in de clins lagen, die werd "oog op sap"genoemd.zij hadden allebei een prachtige motorfiets de een een Norton en de andere een Triumf, en daar kwamen de agenten vaak achteraan.

    03 december 2017

  7. anoniem

    Zo mooi was het hier ook niet,dus.....

    03 december 2017

  8. Redactie

    Nou, inderdaad! Intrigerende bijnaam overigens, 'Oog op Sap'...

    04 december 2017

  9. anoniem

    Ben zeer geïnteresseerd in geschiedenis van Papendrecht, wil graag in contact komen met de schrijver F. van Os, kan mij iemand helpen?( email:kthaller@tiscali.nl) Bij voorbaat dank

    10 april 2018

  10. Redactie

    @Kthaller Ik heb (waarschijnlijk de juiste) heer Van Os gevonden via Google en heb hem geattendeerd op uw reactie.

    11 april 2018

  11. anoniem

    Prachtig verhaal. In de advocatenkamer van de rechtbank Dordrecht hing een spotprent van dit proces. Als advocaa heb ik daavvele uren doorgebracht. Pas deze week kwam ik er achter dat veldwachter G.de Meij (Guilaume) een broer was van mijn overgrootvader Marien ! Ik vond ook nog een foto van hem, in een blad dat verslag deed van het proces. Ad Fraanje Dordrecht.

    25 augustus 2018

  12. Redactie

    @Ad Fraanje Wat leuk zeg, dat zijn de betere ontdekkingen! :-)

    27 augustus 2018

Plaats reactie

Om spam te voorkomen, stellen wij u een eenvoudige vraag. Vult u alstublieft het antwoord hieronder in.