Ontdek de verhalen van Zuid-Holland

De Houthalers

Kleumend staat Hans te wachten op de hoek van de Engelenburgstraat en de Kleine Kockstraat in de Haagse Transvaalwijk. Met zijn rug tegen de muur gedrukt probeert hij wat van zijn lichaamswarmte vast te houden. November 1944 is amper begonnen, maar het is al gemeen koud. Zijn winterjas is tot op de draad versleten en hem veel te klein geworden. De mouwen ervan zijn tot de laatste zoom uitgelegd en reiken rafelig nauwelijks nog tot aan zijn polsen. De pijpen van zijn vaak verstelde drollenvanger heeft hij in de hoog opgetrokken kniekousen gepropt.

Werktuigelijk stampt hij met z'n klompen om een beetje warm te blijven. Over een paar weken wordt hij vijftien. Een tengere jongen met een bleek kinderlijk gezicht, onverzorgd donker golvend haar en nogal klein voor zijn leeftijd. Om ze warm te houden heeft hij zijn in oude sokken gewikkelde handen onder zijn oksels geklemd. Niet dat het echt helpt. Eigenlijk helpt tegenwoordig bijna niks meer. 

Hij heeft nog mazzel dat zijn vader schoenmaker is. Die heeft stroken rubber van een oude autoband onder zijn klompen gezet. Het loopt wat lekkerder en de zolen slijten niet zo hard. Nieuwe klompen zijn voor geld niet meer te krijgen. Alleen te ruilen tegen eten of zo. Veel van zijn maatjes lopen met klompen waarvan de zolen zijn doorgesleten. Het gat vullen ze op met papieren of kartonnen binnenzooltjes. Bij het minste beetje regen krijgen ze al zeiknatte poten. In zijn eigen rechterklomp zit een barst en zijn vader heeft dwars over de klomp een strook blik getimmerd uit een sigarendoosje om te voorkomen dat die in tweeën zal breken. Je ziet de barst haast niet, maar je kan het horen als je de klomp in de gang te hard wegzet. Een zingend geluid, alsof je op een gespannen elastiekje tokkelt. 

De wind jaagt een drenzende regen door de straat. Rillend denkt hij terug aan gisteravond. Na maanden had zijn moeder het beddengoed weer eens moeten wassen tegen de luizen en vlooien. De kachel had de hele avond gebrand om die was te drogen. Voor alle bedden hebben ze nauwelijks nog maar één stel beddengoed. Jezus wat waren ze lekker warm geweest allemaal. Ze hadden gelachen om de beslagen glazen van zijn vaders bril door de wasem van de dampende was. 

De pest is alleen dat wanneer je het koud hebt je minder last hebt van de honger. Toen de weldadige warmte van de kachel tot hem doordrong, had hij pas echt gemerkt hoeveel honger hij had. Toch was het knus geweest. Hij had zijn klamme jas en bovenkleding bij de kachel mogen hangen en toen ze droog en nog lekker warm waren had hij die direct weer aangetrokken. Hij was er mee onder de bijna droge en nog warme lakens en dekens gekropen. Voor het eerst sinds lange tijd had de kou hem niet uit de slaap gehouden.

Hij kijkt de bijna verlaten straat af die er grauw en grijs bij ligt. Het is rond twaalf uur in de middag. Vroeger kwam hij om deze tijd uit school. Hij is er al in geen weken meer geweest. Hij kent ook niet veel kinderen meer die nog naar school gaan. En als ze gaan, gaan ze vaak nog voor niks ook. Er zijn geen kolen meer en het is te koud in de klas. Meestal krijgen ze te horen dat ze over een paar dagen maar weer eens terug moeten komen. Vaak zit gewoon de deur op slot en hangt er niet eens een briefje. 

In de krant heeft gestaan dat de meesters en juffrouwen bij de kinderen thuis huiswerk moeten afleveren. Het onderwijzend personeel zo stond er, moet ervoor waken dat de jeugd niet te ver achter raakt. Hij had er met zijn maatjes hartelijk om gelachen. Ze hadden natuurlijk niemand van school gezien. Die keken wel uit en hadden ook wel andere dingen aan hun kop dan zijn vijf min voor schoonschrijven. En hoe kon je nou in Jezusnaam schoonschrijven met kroontjespennen die zou oud waren als de weg naar Kralingen!

Al weken is er geen gas meer. Elektriciteit was eerst op de bon. Je mocht maar weinig gebruiken. Zijn vader had het probleem opgelost door een klein gaatje in de meter te boren. Pal onder die ronddraaiende schijf met dat rode vlakje. Hij had het met schoensmeer bijna onzichtbaar gemaakt  en er een stopnaald doorgestoken. Aan een touwtje hing een achtgaten sleutel zodat, hoeveel stroom ze ook gebruikten, de meter nauwelijks liep. Die naald drukte door het gewicht van die sleutel tegen de onderkant van de schijf die door de extra weerstand maar heel langzaam draaide. Razend slim had 'ie dat gevonden.  

Op een oud element van een elektrische kachel had zijn moeder zo nog een poosje kunnen koken. Link werk want ze moest donders goed oppassen. Als zijn vader er niet bij was dorst ze het niet aan. Maar ze hadden er nog wel wat warmte van gehad ook. Niet veel want dat kacheltje was natuurlijk veel te klein. Maar je kon wel lekker even je handen en voeten warmen. 

Maar ook daaraan was een einde gekomen. Eerst was er alleen nog maar elektriciteit van 's avonds half zes tot half negen. Op papier dan, want vaak viel het licht zomaar uit of ging het om acht uur al uit. Nu is er al een paar dagen helemaal geen stroom meer. Nou ja, van de kou ga je toch eigenlijk al vroeg je bed in. Soms werd je dan nog een beetje warm. 

De Houthalers
Dit verhaal is afkomstig uit het boek De Houthalers van Hans Berkhout, dat de dagelijkse beslommeringen van een groepje Haagse kinderen beschrijft dat tijdens de Hongerwinter dagelijks naar het spergebied trekt om hout te slopen voor de noodkachel uit leegstaande woningen. De Houthalers is voor € 15 verkrijgbaar bij het Bunker Museum Den Haag.

 

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Plaats reactie

Om spam te voorkomen, stellen wij u een eenvoudige vraag. Vult u alstublieft het antwoord hieronder in.