Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website gebruikt cookies om filmpjes van YouTube te tonen en social mediaknoppen van Facebook, Twitter en Pinterest (third party cookies). Wij plaatsen zelf ook cookies om onze site te verbeteren. Als je deze cookies niet wil, dan kun je dat hier aangeven. De betreffende functionaliteit wordt dan uitgeschakeld.

Ontdek de verhalen van Zuid-Holland

Geschiedenis van de Binnenwaard

De Binnenwaard wordt het wel genoemd, het gebied van de lintdorpen Bleskensgraaf, Molenaarsgraaf, Brandwijk, Ottoland, Goudriaan, Oud-Alblas en Wijngaarden. Vanaf 1986 vormden zij samen de gemeente Graafstroom, sinds 2013 maken ze onderdeel uit van de gemeente Molenwaard. Al deze dorpen liggen langs de veenstroompjes de Goudriaan en de Alblas en de gegraven Graafstroom. De meeste dorpjes dateren uit de ontginningstijd van de Alblasserwaard in het Hollands-Utrechtse laagveengebied tussen de elfde en dertiende eeuw. Alleen Oud-Alblas is in de vroege middeleeuwen ontstaan.

Middeleeuwen
In de middeleeuwen leefden de inwoners van dit gebied van de akkerbouw en griendcultuur. Langs de veenstroompjes en op enkele ‘donken’ (zandduinen in het veenmoeras) verrezen boerderijen. Door de ontwatering van het gebied begon de bodem te dalen. Toen de zeespiegel begon te rijzen, kregen de bewoners te maken met veel wateroverlast. Na bedijking van de Alblasserwaard in 1277 daalde het land verder. Natuurlijke afwatering op de kleine riviertjes en de Lek was niet meer mogelijk: windmolens moesten het water eerst omhoogpompen. De bevolking teelde voornamelijk wilgenhout, vlas en hennep. Hennep werd vooral gebruikt voor de vervaardiging van touw en zeildoek voor de toenemende zeilvaart.

Veeteelt, hooi, eendenkooien
Tussen de vijftiende en eerste helft van de negentiende eeuw werden de dorpen regelmatig getroffen door zware overstromingen. Na de opkomst van de stoomvaart vanaf het midden van de negentiende eeuw en het verdwijnen van de zeilvaart viel de vraag naar hennep voor touwen en zeildoek weg. De inwoners stapten over op veeteelt en hooibouw. Verder exploiteerden zij een aantal eendenkooien en vulden hun inkomsten aan met vissen. De dorpen hebben een landelijk karakter; industrie komt er vrijwel niet voor. Oude kerkjes en monumentale boerderijen trekken jaarlijks vele toeristen. De bevolking groeide zeer geleidelijk van 3300 in 1795 tot bijna 10.000 in 2007.

undefined

Afbeelding: Kaart van de Alblasserwaard uit de 16e eeuw. (Collectie Binnenlandse Kaarten Hingman, Nationaal Archief)

Links

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Plaats reactie

Om spam te voorkomen, stellen wij u een eenvoudige vraag. Vult u alstublieft het antwoord hieronder in.